Dat internet tegenwoordig onmisbaar is voor journalisten, is natuurlijk een platitude van jewelste. Journalisten e-mailen, surfen, downloaden en zoeken heel wat af op een werkdag. Geen hond die zich nog kan heugen hoe het ook al weer ging zonder het world wide web.

Alleraardigst is dan ook de opdracht die Quest-redacteur Rik Kuiper kreeg van zijn redactie: schrijf een artikel over de vraag of het mogelijk is om het internet plat te leggen. En dat niet alleen, hij kreeg ook opgedragen om zelf te ondervinden hoe het is als terroristen het web onklaar zouden maken. Kortom, hij moest zijn verhaal maken zonder te grijpen naar de journalistieke automatismen van deze tijd, zoals een zoekopdracht intikken op Google, een deskundige e-mailen of op het web controleren of een andere journalist al eerder een vergelijkbaar verhaal heeft geschreven.

Vol goede moed ging de dappere speurder op pad. Hij bezocht tevergeefs een ouderwetse boekhandel voor een boek over cyberterrorisme; een medewerker verzekerde hem dat hij daarvoor beter op internet kon kijken. Deskundigen die hij raadpleegde vielen stil op het moment dat hij ze liet weten dat hij geen e-mail van ze wilde ontvangen.

Uiteindelijk bleek de verleiding van internet te groot voor de nijvere reporter. Al na een paar dagen ging hij voor de bijl toen hij stiekem enkele telefoonnummers op de site van de Telefoongids opzocht. Daarna volgden het sturen van een paar mailtjes, het downloaden van een dik overheidsrapport en het ontvangen van artikelen per e-mail.

Uit onderzoek was al bekend dat negentig procent van de Nederlandse journalisten erkent dat het journalistieke werk een stuk moeilijker zou zijn als men geen gebruik meer zou kunnen maken van internet. Het experiment van Rik Kuiper is hiervoor een goede illustratie. Zeker als je zo gewend bent geraakt aan het dagelijkse gemak van internet, blijkt het bijzonder lastig om het zonder te moeten doen. Het is overigens, ondanks of dankzij internet, een informatief artikel in de Quest van april geworden over cyberterreur.