“Als dertig bronnen nog niet voldoende is, hoeveel moet je er dan hebben?” “Als Uruzgan al niet van groot maatschappelijk belang is, wat dan wel?” De journalisten die maandagavond tijdens het VVOJ-café in Amsterdam aanwezig zijn, geven mopperend aan dat ze niets begrijpen van de afwegingen die de Raad voor de Journalistiek maakt.

Annelies Dijkstra en Maaike Ruepert van het Algemeen Dagblad vertellen over de reportage die ze maakten op Kreta over drinkgelagen en agressie van Nederlandse millitairen die waren teruggekeerd uit Uruzgan. Ze hadden zich niet bekend gemaakt als journalist omdat ze het vermoeden hadden dat ze anders nooit achter de misstanden zouden kunnen komen. De Raad voor de Journalistiek zag het anders: ook zonder undercover-methode had dat best gekund. En daarom oordeelde de Raad dat de journalisten journalistiek onzorgvuldig hadden gehandeld en de grens van wat journalistiek betamelijk is hadden overschreden.

Het siert voorzitter Ton Herstel en secretaris Daphne Koene van de Raad dat ze naar het VVOJ-café zijn gekomen om het debat aan te gaan, maar ze gaan niet in op dit concrete geval, omdat “het niet de bedoeling is om zaken hier over te doen” en “we geen zitting hadden tijdens die zaak”.

Het komt het onbegrip van de journalisten niet ten goede. Wat steekt is dat de Raad tot scherpe oordelen komt, maar tegelijkertijd niet helder kan aangeven waar precies de grenzen liggen. In welke situaties is undercover betamelijk en in welke niet? Uiteraard is het onmogelijk daar een scherp en duidelijk antwoord op te formuleren, maar het zou al helpen om journalisten meer inzicht te geven in de afwegingen die de Raad maakt.

Daar doet de Raad al enigszins een poging toe. Ten eerste publiceert de Raad alle uitspraken op zijn website en in het vakblad De Journalist. Helaas zijn ze in nogal ambtelijke taal verwoord en lezen ze niet erg makkelijk weg. Ten tweede heeft de Raad een leidraad gepubliceerd met richtlijnen voor correct journalistiek gedrag. Publicatie daarvan heeft helaas - net als de conceptcode van het Genootschap voor Hoofdredateuren - nauwelijks geleid tot discussie. Dat lukt blijkbaar niet echt aan de hand van abstracte, algemene formuleringen.

Het werkt wellicht beter om meer discussie te voeren over concrete gevallen. Dan kan veel gerichter gedebateerd worden over de vraag of bepaalde journalistieke gedragingen al of niet gewenst zijn. In zo’n debat zou de Raad ook zijn uitspraken kunnen toelichten, waardoor journalisten meer inzicht krijgen in de afwegingen die de Raad maakt.

Verrassend genoeg gebeurt dat nauwelijks. Op DeNieuweReporter en in De Journalist wordt zelden aandacht besteed aan uitspraken van de Raad voor de Journalist, terwijl dit uitgelezen media zijn om erover van gedachte te wisselen. Natuurlijk niet met de ambtelijke teksten van de Raad, maar met goed geschreven, journalistieke artikelen waarin klagers en journalisten hun zienswijze uiten en de afwegingen van de Raad aan de orde komen. Wellicht zullen we dan wat minder vaak een verzuchting horen als die van een van de AD-journalisten: “Ik accepteer de uitspraak van de Raad, maar ik begrijp hem niet!”

Tags: ,

Leave a Reply

You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>