Journalisten werken zich een slag in de rondte om de groeiende hoeveelheid krantenpagina’s te vullen. Met als gevolg dat berichten van persbureaus en voorlichters steeds vaker rechtstreeks de kolommen instromen, want journalisten hebben geen tijd om alles te controleren en verder uit te zoeken (zie het bericht van gister). De krant moet vol en de dealine wacht onverbiddelijk.

Maar niet alleen groeit het aantal krantenpagina’s, ook het produceren voor meerdere media is in opmars. Dat houdt in dat journalisten niet alleen een bijdrage leveren aan de krant of de radio of de televisie of de website, maar het liefst aan allemaal. Eerst live verslag doen voor de radio, dan een nieuwsbericht tikken voor de website, vervolgens een item voor het televisienieuws monteren en dan nog een achtergrondstuk schrijven voor de krant.

Is dit een positieve ontwikkeling voor de journalistiek? Of wederom een zwaardere belasting voor journalisten?

In Spanje stapte de regionale nieuwsorganisatie Novotécnica in 2004 over op een ‘integrated newsroom’. Dat betekende dat alle journalisten voortaan zouden produceren voor zowel de krant (La Voz de Almería), radio (Cadena Ser) als televisie (Localia). Onlangs gepubliceerd onderzoek maakt duidelijk dat deze overgang niet zonder slag of stoot ging. Enkele oudere, ervaren journalisten lieten weten niets te zien in zo’n omscholing tot multimediajournalist en namen de benen.

Andere journalisten zagen wel brood in de verandering omdat ze daardoor in drie media hun berichten zouden terugzien, en dus meer mensen zouden kunnen bereiken. Maar ook bi j hen verliep de overgang niet zonder slag of stoot. Ze moesten veel nieuwe vaardigheden leren, zoals videomontage, fotografie, radiointerviews maken en voice-overteksten schrijven. De bijscholing die ze kregen was minimaal waardoor het multimediaal werken met horten en stoten verliep.

Het grootste euvel voor journalisten was echter dat ze minder tijd bleken te hebben voor hun informatiegaring. Het produceren van items voor de verschillende media kost immers de nodige tijd. Een journalist die voorheen louter voor de krant schreef vertelde: “Vaak moet ik binnen een uur weer terug zijn op de redactie met mijn verhaal. Ik kan niet zoals vroeger wat langer wegblijven om aanvullend onderzoek te doen of extra bronnen te interviewen.”

Meer tijd voor productie en minder voor informatiegaring betekent volgens de journalisten dat hun journalistieke standaarden regelmatig in het geding zijn. Voor het checken van informatie of het raadplegen van diverse bronnen is vaak geen tijd, wat ten koste gaat van de betrouwbaarheid en diversiteit van de berichtgeving.

Het genoemde onderzoek betreft deze publicatie: