De Amerikaanse dagbladen staan er dramatisch voor. Zowel het aantal lezers als de advertentie-inkomsten dalen drastisch. Het gevolg: lagere budgetten, forse bezuinigingen, krimpende redacties. Met andere woorden, redacties moeten met minder geld en minder mensen een krant maken. Daardoor zijn kranten de afgelopen jaren dunner geworden en besteden ze minder aandacht aan buitenlands, nationaal en economisch nieuws. Bovendien zijn berichten en artikelen korter geworden.

Dramatisch dus. Of toch niet? Gek genoeg zijn de hoofdredacteuren van de dagbladen die mening niet toegedaan, zo blijkt uit een peiling van het Project for Excellence in Journalism. Sterker, in hun ogen is de kwaliteit van hun kranten nog nooit zo hoog geweest. Verhalen zijn beter geschreven en hebben meer diepgang dan drie jaar geleden vindt meer dan de helft. Bovendien vindt meer dan de helft de berichtgeving – ondanks minder buitenlands, nationaal en economisch nieuws – uitgebreider.

Een bizarre tegenstrijdigheid, zo lijkt het. Hoe valt dat te verklaren?

De bezuinigingen op ‘dure’ verslaggeving (zoals buitenland correspondenten) blijken veel kranten te compenseren met meer lokale en regionale berichtgeving. Dat is voor redacties een stuk goedkoper, want je kan besparen op dure reizen en verblijfkosten. De hoofdredacteuren zijn dan ook van mening dat ze hebben moet inleveren op nieuws over buitelandse, landelijke en ecnomische aangelegenheden, maar daar staat tegenover dat ze hebben geïnvesteerd in het verbeteren van de lokale en regionale berichtgeving. Bovendien is er meer ruimte gekomen voor onderzoeksjournalisitek, om de diepgang te waarborgen.

De opvattingen van de hoofdredacteuren zijn opmerkelijk, want ze staan lijnrecht tegenover de uitkomsten van eerder onderzoek waaruit bleek dat de krimpende budgetten en redacties ervoor zorgen dat de journalistiek verandert in een grote kopieerfabriek waarin journalisten persberichten en andere kopij klakkeloos overnemen.

De verklaring voor het optimisme van de hoofdredacteuren is vermoedelijk een psychologische. Ze hebben de leiding over een organisatie die staat voor grote uitdagingen. Ze werken hard aan innovaties en moeten hun redacteuren motiveren om er tegenaan te gaan. Een optimische inslag is onontbeerlijk om die klus te klaren. Het harde werk dat zij en hun redacties verrichten moet – in hun ogen – wel leiden tot betere resultaten.