De toekomst van Peter R. de Vries


Het nieuwe nieuws. Dat was gister het thema van het eerste Rethinking Media-event in de Rode Hoed. Het is een intrigerende vraag: waar gaat het heen met het nieuws? Hoe ziet de toekomst van het nieuws eruit? Antwoord: Peter R. de Vries zien we over vijf jaar niet meer op tv.

Er werd heel wat geblogd en getwitterd in de Rode hoed. Mensen met hun laptop op schoot zaten driftig te tikken. Anderen deden hetzelfde op hun mobiel. Her en der liepen mensen met camera’s om alles in beeld te brengen. Op een groot scherm werden foto’s, filmpjes, Twitter-berichten en websites getoond. Het was duidelijk te merken dat hier een bijeenkomst was van de Dutch Media Professionals, mensen die in de media werken en elkaar gevonden hebben via de netwerksite LinkedIn.

Vooraanstaande mediamensen als Gerard Dielessen (directeur NOS), Bart Brouwers (hoofdredacteur Sp!ts) en Joris van Lierop (uitgever Nu.nl) waren uitgenodigd om te discussiëren over de toekomst van het nieuws. De hightech uitstraling van het event kwam echter niet terug in de inhoud van het programma. Er werd met geen woord gesproken over spannende innovaties in de nieuwsmarkt.

Terwijl dat zo voor de hand lag. Twitter was overal in de Rode Hoed, maar welke betekenis kan Twitter hebben voor de toekomst van het nieuws? Dutch Media Professionals is ontstaan via de netwerksite LinkedIn, maar hoe zouden netwerksites door nieuwsmedia gebruikt kunnen worden om publiek aan zich te binden? Zelfs het oprukken van nieuws op de mobiele telefoon bleef onbesproken.

Afgaande op deze middag ziet de toekomst van het nieuws er als volgt uit:

  • Van het NOS Journaal hoeven we ook de komende jaren geen scoops te verwachten. (Gerard Dielessen: “Daar zijn we niet voor, wij moeten het nieuws zo breed mogelijk volgen.”)
  • Het programma Peter R. de Vries bestaat over vijf jaar niet meer. (Peter R. de Vries: “Ik blijf niet zo’n slopend, intenstief programma maken.”)
  • Nu.nl gaat televisie maken: Nu.tv. (Joris van Lierop: “De NOS moet zich zeker zorgen gaan maken!”)
  • Bedrijven kunnen ruimte in de redactionele kolommen van kranten kopen. (Bart Brouwers: “Er mag best wat geschaafd worden aan de klassieke regels van de journalistiek.”)

4 Comments

Add yours →

  1. Het beeld dat innovatie niet aan de orde is geweest klopt niet helemaal. Want met Almar Latour hadden we een Nederlander op het podium die aan de wereldtop staat qua online publishing.

    Hij vertelde o.a. hoe de redactieproceesen aan het veranderen zijn bij het aloude instuut van de Wall Street Journal, onder invloed van online. En hoe er een gecontroeerd social newtork opgebwoud wordt, gekoppeld aan het nieuws.

    Veder zou je de opmerkingen va Bart Brouwers over commercie en redactie ook vernieuwend kunnen noemen, of je het er nu mee eens bent of niet. De discussie over redactionele en commerciele mengvormen zal de komende jaren nog hard gevoerd worden.

    -Anton

  2. Alexander Pleijter

    20 november 2008 — 17:30

    Met Almar Latour kregen we een mooi inkijkje in het reilen en zeilen bij de Wall Street Journal, maar ik kreeg niet de indruk dat ze er zo vooruitstrevend zijn. Toch niet radicaal anders dan bij onze Nederlandse kranten?

  3. Anton van Elburg

    20 november 2008 — 17:43

    Nou, noem mij een Nederlandse krant waar de site leading is in de nieuwsproductie, waar actief aan de status en reputatie van online verslaggevers wordt gewerkt, waar een social network wordt gekoppeld aan de content, waar analytics worden gebruikt om de content te sturen, waar structureel infograhics worden gebruikt om een verhaal op een andere manier te vertellen etc. etc.

    Verder hoef je ook niet radicaal te gaan twitteren om vernieuwend bezig te zijn. Het is meer een kwestie van cultuur en bereidheid, dan van techniek. De Wall Street Journal bewijst zichzelf
    te kunnen vernieuwen. Dat heb ik kranten in Nederland nog niet veel zien doen.

    PS Sorry voor de tikfoutjes in vorige reactie, te snel op enter gedrukt

  4. Alexander Pleijter

    21 november 2008 — 09:32

    Je zegt: “Social networks gekoppeld aan de content”. Ik begreep dat de WSJ-site een forum aanbiedt waar je ook een profiel kan aanmaken. Maar dat verder toch niet gekoppeld aan de redactionele content van de site? Of is me dat wellicht ontgaan?

    De analytics werden naar mijn idee gebruikt om lijstjes te maken met meest gelezen artikelen op de site. Zoals Nu.nl die ook heeft. Naar mijn idee gebruikte de redactie die statistieken niet zozeer te besluiten of berichten bovenaan op de frontpage zouden moeten staan.

    Het idee van de status en reputatie van verslaggevers vond ik ook uitmuntend. Dat zouden Nederlandse media naar mijn idee ook moeten doen. Dat is de enige manier om een band te bouwen met lezers. En zo’n band kan een enorme impuls zijn om ook nuttige input van lezers te krijgen.

Geef een reactie