Grote hekel aan ‘internetseksuelen’

Hans Wansink is een voorvechter van de klassieke journalistiek. Hij moet niets hebben van bloggers, burgerjournalisten en anonieme reaguurders. Lees zijn column maar die zaterdag in de Volkskrant verscheen. Met Warna Oosterbaan schreef hij een boek over de toekomst van de dagbladen: De krant moet kiezen. Naar aanleiding van dat boek mailde ik met hem. Zijn grootste ergernis: ‘internetseksuelen’ die de krant dood verklaren.

In jullie boek geven jullie voorbeelden van Amerikaanse bloggers die voor belangrijk nieuws zorgden. Vervolgens schrijven jullie: “In Nederland zijn overigens tot dusver nog geen vergelijkbare gevallen opgetekend.” Je kunt natuurlijk twisten over wat ‘vergelijkbare’ gevallen zijn, maar om een voorbeeld te noemen: de speech van burgemeester Ada Boerma van Maasdriel die ze grotendeels had geplagieerd van burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen. Een onthulling van de Rhedense blogger Theo Kooijmans. Hebben jullie dit voorbeeld over het hoofd gezien?

“De onthulling van Kooijmans is op zichzelf aardig, maar wij blijven van mening dat de stelling van Blanken en Deuze, dat weblogs de journalistiek zullen veranderen, zoals de benzinemotor het transport veranderde, wat betreft Nederland volstrekt overtrokken is. Wij zitten meer op de lijn van Andrew Keen. Wij zijn dus geen ‘internetseksuelen’ zoals Blanken en Deuze en veel mensen van De Nieuwe Reporter die al tien jaar de papieren krant doodverklaren. Terwijl nota bene de opkomst van de gratis kranten de grote verrassing van de afgelopen jaren is.”

Jullie schrijven dat internetjournalistiek niet tot veel nieuwe genres heeft geleid, behalve het blog en het videofilmpje. Citaat uit het boek: “Op de internetsites van kranten is de toonaangevende vorm nog steeds het professioneel gemaakte bericht, analyse of commentaar.” Geeft dat niet juist aan hoe weinig innovatief kranten zijn? Dat ze er niet in geslaagd zijn om de specifieke eigenschappen van internet te gebruiken voor vernieuwende vormen van verslaggeving?

“De sites van kranten zijn misschien niet innovatief, maar bijna elke blogger begint zijn stukje met de papieren of de digitale versie van een traditioneel medium. Vandaar ook het pleidooi van de Nederlandse Vereniging van Journalisten om het auteursrecht op internet beter te regelen. Waar het vooral aan ontbreekt bij dagbladjournalisten is ‘computer assisted reporting’, diepgravend onderzoek doen via internet. ”

Jullie stellen dat de krant uiteraard ook thuis horen op internet. Maar op welke manier zouden kranten vorm moeten geven aan hun websites? Zijn jullie tevreden over de manier waarop kranten dat momenteel doen?

“De sites van kranten als De Telegraaf, de Volkskrant en NRC Handelsblad hebben een enorm bereik. VK/opinie is vrij nieuw en wordt ook veel bezocht. Dat neemt niet weg dat het beter kan: meer updates bijvoorbeeld. In ieder geval moeten kwaliteitskranten zich onderscheiden van gratis kranten. Hoe meer je op die kranten gaat lijken, zoals het AD, hoe sneller je in moeilijkheden komt. In de Volkskrant plaatsen we zo weinig mogelijk ANP-berichten. Alleen als het niet anders kan. Op de site is er nog veel te veel ANP, daar heb je gelijk in. Hoewel het ANP wel een belangrijke signalerende functie heeft.”

Link:
Reactie van Henk Blanken op MediaBlog

4 Comments

Add yours →

  1. Met alle respect voor Hans Wansink, maar hij citeert mij en Mark Deuze wel erg krom. Daarmee profileert hij zichzelf natuurlijk lekker als wijze oude man met een hart voor klassieke media, maar laat hij ook zien dat hij – doelbewust of niet – onze boodschap onbeholpen samenvat.

    Als Deuze en ik in PopUp en daarbuiten het einde van de krant aankondigen, beperken we ons altijd tot de “bestaande, betaalde” kranten. Ik heb dat uitentreure uitgelegd. Kranten hebben een kans als ze zichzelf opnieuw uitvinden, gratis worden, of andere journalistiek gaan bedrijven, of kiezen voor een ander formaat, een ander verschijningsritme, een ander distributiemodel, een andere drager dan papier, et cetera.

    In de vergelijking heb ik altijd ook de gratis kranten betrokken. Het is daarom tamelijk idioot om, zoals Wansink hierboven doet, de opkomst van gratis kranten te gebruiken om aan te tonen dat het helemaal niet zo slecht gaat met kranten. Te meer niet omdat de opkomst van gratis kranten de ondergang van de bestaande, betaalde kranten wel degelijk versnelt.

    Even bezopen is de kwalificatie “internetseksuelen”. Ik heb geen flauw benul wat Wansink er eigenlijk mee bedoelt. Het klinkt toch nog het meest alsof een zuinige bal een schuine grap vertelt. Maak je tegenstander belachelijk, dan hoef je niet met ‘m in de debat.

    Maar belangrijker natuurlijk is het misverstand bij Wansink dat bloggers de journalistiek niet veranderen. Ik snap dat wel, het is ook moeilijk en paradoxaal. Kern van de zaak is dat niet-professionele journalisten zich via internet met het nieuws gaan bemoeien (en of je ze nou bloggers noemt, is bijzaak). Dat doen ze door er een mening over te hebben, door feiten aan te vullen, door zelf een keuze te maken uit het nieuws, en door het nieuws aan elkaar door te geven.

    In essentie nemen ze daarmee een deel van de taken van journalistieke media over: duiding, controle, selectie, distributie. Daarmee zeg ik – even opletten Hans – niet dat “burgers” die taken helemaal over nemen en journalisten dus geen rol meer hebben in het duiden van nieuws. Integendeel. Ik beweer slechts dat die taken voortaan gedeeld moeten worden met het publiek. Dat wordt op het net wel eens interactie genoemd.

    Ook beweer ik niet dat alle “burgers” journalisten worden. Sterker: ik heb een hekel aan de term burgerjournalistiek, omdat die impliceert dat je twee soorten journalistiek hebt, afhankelijk van het al dan niet bij een beroepsgroep horen. Dat is flauwekul. Er bestaat iets wat journalistiek heet, of journalistiek handelen. Dat kun je de maat nemen, zonder de vraag te stellen of de journalist een burger is of een professional.

    Tenslotte: ja, de media zullen moeten veranderen door de opkomst van internet. Maar nee, niet elke burger wel een blogger zijn. Groot was het misverstand van Scoeps dat elke Nederlander wel journalist wilde zijn. Waarschijnlijker is dat maar 1 op de duizend Nederlanders zo nu en dan iets wil doen dat in de verte op journalistiek lijkt (iets over het nieuws zeggen voor mensen die je niet kent).

    Dat is een betrekkelijk kleine groep. En het aantal frequente nieuwe journalisten (niet-professionals dus), zal nog veel kleiner zijn. Maar wie blijft volhouden dat internet in Nederland geen gevolgen heeft voor de oude media, dat interactiviteit hier niets toevoegt, speelt een onverantwoord spel met het enige wat de oude media nog resteert: een jaar of tien om samen met het publiek naar een nieuw verdienmodel te zoeken.

  2. Dat iemand zich een aanhanger van Andrew Keen noemt, zou te denken moeten geven. Keen's boek leest lekker en bevat allerlei sappige details maar is vooral een verzameling van zeer selectief gekozen voorbeelden, kromme redeneringen en conclusies die op vrijwel niets gebaseerd zijn.

    Maar in nood kiest men merkwaardige bondgenoten. En kiest men ook bizarre vijanden. Dat in De Nieuwe Reporter de krant al 10 jaar doodverklaard wordt is een redenering Andrew Keen waardig. Onzin namelijk.

    Dat burger-bloggers de journalistiek niet gaan veranderen klopt voorlopig nog wel. Daar zijn in Nederland ook weinig voorbeelden van (weinig dus – niet ontbrekend).

    De ontwikkeling van de 'traditionele' pers staat daar overigens vrijwel los van. De oplagedaling van vrijwel alle Nederlandse kranten heeft daar niks mee te maken. Dat maakt de redenering ook zo krom.

    Wansink & Oosterbaan willen ouderwetse 'kwaliteits'-journalistiek, analyses, achergronden, commentaren. Prima, laat ze die schrijven. Ze hebben daar beiden een platform voor. Maar als vervolgens steeds minder mensen die analyses, achergronden en commentaren willen lezen, laten ze dan ook de oorzaak bij henzelf zoeken en niet bij de universele boeman: het Internet.

  3. Alexander Pleijter

    27 december 2008 — 22:05

    Uit bovenstaande reacties blijkt wel een groot pluspunt van blogs ten opzichte van de papieren krant: het is mogelijk om een reactie achter te laten om misvattingen, eenzijdigheid en fouten te corrigeren, bij te stellen of te nuanceren.

    Eerlijk gezegd vind ik het jammer dat vaak zo minachtend wordt gedaan over de zogenaamde ‘reaguurders’. Er wordt inderdaad een hoop gescholden en geklierd, maar er kan ook op een nuttige en goede manier gebruik worden gemaakt van reactiemogelijkheden onder blogs en berichten.

    Wellicht is de term ‘reacties’ die je meestal ziet staan niet zo goed gekozen. Dat nodigt uit tot reageren, oftewel het geven van een mening. Wellicht is het beter om te vragen naar correcties, aanvullingen en vragen.

  4. Ik vind het heel zwak van HW om bloggers zo badinerend af te schilderen. Het is nu eenmaal zo dat kranten althans voor mijn smaak te eenzijdige informatie brengen. Leg maar eens op een zaterdag alle grote dagbladen naast elkaar; één grote koek die naar niks meer smaakt.

    Internet is dus veel interessanter, veelzijdiger en sneller, meer van deze tijd dus en je krijgt geen zwarte vingers.

    Over Keen graag het volgende:

    http://www.tessonome.com/?p=949

Geef een reactie