Door te veel concurrentie daalt journalistieke kwaliteit

Concurrentie tussen media is goed voor de journalistiek. Simpel gezegd: onderlinge strijd tussen redacties zorgt voor betere berichtgeving. Maar te veel concurrentie is funest. Want dan gaat het juist weer minder goed met de journalistieke kwaliteit. Gaat het momenteel die kant op met de Nederlandse journalistiek?

In het verleden hebben diverse studies laten zien dat gezonde concurrentie tussen media een goede zaak is. Het levert namelijk betere journalistiek op: meer onderzoeksjournalistiek, een betere bezetting van redacties, gevarieerdere berichtgeving, meer bronnen, etc.

Maar als de concurrentie te groot wordt, lijkt er iets anders te gebeuren. Dan neemt namelijk de kwaliteit van de journalistiek af. Die suggestie wekt een onderzoek dat recentelijk is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journalism Studies.

Wat is onderzocht?
De betreffende onderzoekers richtten hun pijlen op twintig voormalige Oostbloklanden. Na de val van het communisme ontstond in deze landen een enorme wildgroei aan media. En nog steeds kennen deze landen een ‘hypercompetitieve’ mediamarkt. Ideaal dus om eens te kijken wat die onderlinge strijd betekent voor de kwaliteit van de journalistiek.

Die journalistieke kwaliteit hebben de onderzoekers vastgesteld door experts uit elk land een serie vragen te laten beantwoorden over de stand van zaken in de media. Denk daarbij aan vragen als: is de berichtgeving objectief, hanteren journalisten ethische richtlijnen, doen redacties aan zelfcensuur, hoe zijn de technische faciliteiten voor journalisten en zijn de salarissen van journalisten hoog genoeg om corruptie te ontmoedigen?

Veel concurrentie is minder kwaliteit?
De onderzoekers concluderen uit hun analyse dat in landen met heel veel concurrentie de journalistieke kwaliteit wat minder is dan in landen met een minder competitieve mediamarkt.

Maar heel erg overtuigend zijn de gegevens niet. Zo is de mediaconcurrentie in Bulgarije en Oezbekistan vergelijkbaar, maar het laatste land scoort dramatisch veel slechter op journalistieke kwaliteit. Dat is niet zo verwonderlijk, want Oezbekistan kent een dictatoriaal regime met zo goed als geen persvrijheid (op de persvrijheidsindex van Reporters Sans Frontières staat Oezbekistan op plaats 162).

Om zulke verstorende factoren uit te sluiten, hadden de onderzoekers zich beter kunnen beperken tot vrije landen, waar ook vrije concurrentie bestaat tussen media. Nu gaat de vergelijking tussen diverse landen nogal mank.

Overdosis concurrentie in Nederland?
Desondanks is het idee dat te veel concurrentie leidt tot journalistieke vervlakking geen gekke gedachte. Immers, als de concurrentie te groot wordt, dalen de advertentietarieven en lopen vervolgens de inkomsten terug en daarmee de mogelijkheden om te investeren in redactionele bezetting en kwaliteit.

Dit proces lijkt momenteel de betaalde kranten in Nederland parten te spelen. Ze moeten opboksen tegen gratis kranten, nieuwssites en blogs. en zien hun inkomsten uit advertenties en krantenverkoop zienderogen slinken. Het gevolg zijn bezuinigingen op correspondenten, fotografen en redacteuren. Dus minder bijdragen van eigen journalisten en meer kopij van persbureaus in de krant. Waardoor kranten zich langzamerhand steeds minder van elkaar gaan onderscheiden.

En dat kan wel eens funest zijn. Funest omdat het ten koste gaat van de journalistieke kwaliteit. En dat zou wel eens funest kunnen zijn voor de krant. Want investeringen in een journalistiek product leiden tot meer waardering plus hogere oplages en kijkcijfers, zo blijkt uit diverse onderzoeken [pdf].

1 Comment

Add yours →

  1. Adelei van der Velden

    19 mei 2009 — 15:50

    Er is sprake van hyperconcurrentie voor zover media op het zelfde deel van het veld proberen te spelen. Er worden te weinig niches gezocht. Wat opvalt is dat degenen die de media maken, er conventies op na houden die erg dicht bij elkaar liggen en dat dit nogal belegen conventies zijn. Als men al iets onconventioneels wil doen, zoekt men dat alleen in nieuwere media in plaats van in andere onderwerpen of andere benaderingen. De media hebben te weinig lef en te weinig betrokkenheid bij de burger.
    Is er wel sprake van een echte markt, als het ene medium gesubsidieerd wordt en het andere niet? En is informatie wel een product? En zou het dat wel moeten zijn?

Geef een reactie