Manieren van multimediale journalistiek

Multimediale journalistiek is de toekomst. Maar wat is dat eigenlijk, ‘multimediale journalistiek’? En hoe werkt dat, ‘multimediale journalistiek’? En wanneer is er sprake van ‘multimediale journalistiek’? Die vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden, want ‘multimediale journalistiek’ kent vele verschijningsvormen.

Om enige orde te scheppen onderscheidt de Noorse mediawetenschapper Erdal twee manieren of dimensies om over multimediale journalistiek te praten: de productie en het product.

De productie

De eerste manier gaat over de wijze waarop content tot stand komt. Voor multimediale journalistiek zijn daar drie mogelijkheden voor:

  1. Een individuele verslaggever produceert voor meerdere platformen. Dit is de ‘rugzakjournalist’ die met camera, geluidsrecorder, pen en fototoestel op pad gaat om te filmen, schrijven, interviewen, fotograferen, etc.
  2. Redacties van verschillende platformen delen informatie en maken afspraken over het verslaan van een nieuwsgebeurtenis. Denk aan de radioredactie van de NOS die overlegt met de televisiecollega’s over de aanpak van een item. Ze wisselen informatie en ideeën uit en gaan vervolgens elk apart aan de slag, voor hun eigen platform.
  3. Redacties van verschillende platformen werken intensief samen in het verslaan van een nieuwsgebeurtenis: ze delen informatie en maken gebruik van elkaars ruwe materiaal. Daardoor zijn bijvoorbeeld dezelfde quotes van bronnen op zowel radio als televisie te horen.

Het product

Hier gaat het om de manier waarop content van het ene platform naar het andere wordt overgeplaatst.

  1. De eenvoudigste manier is content op een andere platform opnieuw publiceren, zonder al te veel bewerking. Een Journaaluitzending wordt bijvoorbeeld in het archief op de NOS-site gezet. De oorspronkelijke uitzending blijft intact, en is nu via internet te bekijken.
  2. Herziening betekent dat het oorspronkelijke item wordt aangepast. Een reportage wordt bijvoorbeeld uit de televisie-uitzending gesneden en als losse reportage gepubliceerd op de website. Maar het kan ook gaan om het uitschrijven van de tekst van een televisie- of radioreportage om als tekstbericht te publiceren op het web.
  3. Hercombineren is de derde mogelijkheid: het ruwe materiaal dat is verzameld en delen van nieuwsitems worden hergebruikt in verschillende contexten zodat nieuwe producties ontstaan. Zie bijvoorbeeld de productie die Tim Overdiek (voormalig NOS-correspondent in Engeland) maakte over de optredens van Hans Teeuwen in Londen: het item voor het NOS-Journaal, het gemonteerde interview voor het Radio 1 Journaal zijn op het web aangevuld met het volledige interview en fragmenten uit het ruwe materiaal.

De vraag is natuurlijk of deze dimensies het hele spectrum dekken van multimediale journalistiek. Wie ziet nog een aanvulling op deze twee dimensies?

Bron: Ivar John Erdal (2009). Repurposing of content in multi-platform news production: Towards a typology of cross-media journalism. Journalism Practice, 3, 178-195.

4 Comments

Add yours →

  1. Wat ik nog een beetje proef in deze lijsten is toch nog het denken vanuit bestaande kaders. Ik heb het gehele artikel nog niet gelezen, dus wat dat betreft is het wellicht onterecht, maar het zou ook niet schaden als journalisten op een radicalere manier “multimediale journalistiek” bedrijven.

    Met andere woorden: het plaatsen van een volledig interview en ruw materiaal op internet is een goede eerste stap, maar een kleine. Zou het bijvoorbeeld voor transparantie niet geweldig zijn als journalisten gebruik maken van het medium blogs om op hun eigen gepubliceerde artikelen, reportages en/of foto’s commentaar te geven, verduidelijking te bieden en persoonlijke gedachtes toe te voegen. Stukje transparantie, dat de huidige geprofessionaliseerde pers een beetje mist, volgens mij. In dat licht is deze link wel aardig: http://savethemedia.com/2009/03/20/10-journalism-rules-you-can-break-on-blogs/

    Dit is maar een voorbeeld, maar het illustreert mijn punt dat ik deze dimensies wat “voorzichtig” geformuleerd vind.

  2. Ik mis een beetje de multimediale aanpak binnen één productie op één platvorm. Bijvoorbeeld embedded video’s die onderdeel uitmaken van het geheel, duidelijke infographics en krachtige foto’s. De informatie met die methode brengen die zich er het best voor leent. Ook dat is voor mij een multimediale aanpak.

  3. Alexander Pleijter

    13 mei 2009 — 10:59

    @Jesse @Lex: Jullie hebben gelijk. Erdal heeft zijn dimensies geformuleerd na een bestudering van de nieuwsredacties bij de Noorse publieke omroep. Vandaar dat zijn indeling zich richt op het ‘hergebruik’ van materiaal dat voor verschillende platformen (eigenlijk vooral tv en radio) is gemaakt. De productie is derhalve primair gericht op produceren voor radio en televisie, en het verzamelde materiaal daarna nog eens hergebruiken op andere platformen, zoals de website. De productie is dus niet primair gericht op multimediale producties voor internet. Dat gaat in feite een stap verder dan het hercombineren van materiaal dat is verzameld voor een ander platform.

  4. Foute benadering van die Noorse wetenschapper. Het gaat niet zozeer om de totstandkoming, maar om het consumeren.

    Iedere journalist zal zich moeten afvragen:
    * Hoe neemt de consument het nieuws tot zich (context: met meer mensen of alleen)
    * Van welk platform (beeld, geluid, web, mobiel) en waar (in zijn huis, op het werk, op het treinstation of zelfs direct van de plek des onheils)
    * Achtergrond (wat weet de consument al, doelgroep?)
    * Op welke manier is de consument het snelst en meest effectief te informeren (beeld, tabel, headline, twitter)
    * Zijn er updates mogelijk waarvoor de consument terug wil keren?

    De journalist zal voor iedere situatie (of de meest voorkomende) de meest geschikte verschijningsvorm of combinatie daarvan moeten bepalen.

    Kortom: het verwachte consumentengedrag moet tot een mix van media leiden. Pas na beantwoording van die vraag kan naar de productie of het product gekeken worden.

Geef een reactie