Het rammelende mediabeleid van Plasterk

Vandaag verschijnt het eerste nummer van het NOS Jeugdjournaal Magazine. Huh? Gaat de NOS nu ook bladen uitgeven? Nee, dat niet. De uitgever van het blad is de educatieve uitgeverij Zwijsen. Adjunct-hoofdredacteur van NOS Nieuws legt op het NOS-weblog uit hoe het zit: “Zwijsen heeft vastgesteld dat er behoefte aan het blad is, Zwijsen geeft het uit, Zwijsen is inhoudelijk en commercieel verantwoordelijk, Zwijsen loopt het risico.”

Kan een uitgever dan zomaar de merknaam NOS gebruiken? Nee, de uitgever betaalt een bedrag aan de NOS om die naam te mogen voeren. En verder houdt de NOS een oogje in het zeil: “Met betrekking tot de inhoud is er enig contact tussen de NOS en Zwijsen: wij geven aan, welke nieuwsonderwerpen kunnen gaan spelen en wij kijken of er niks in belandt dat echt helemaal strijdig is met wat het NOS Jeugdjournaal wil zijn en uitstralen.”

Het is een rare constructie: een blad dat de naam en het logo van de NOS gebruikt, maar waar de NOS nauwelijks of geen zeggenschap over heeft. Het is een goed voorbeeld van het rammelende mediabeleid in Nederland.

Maar minister Plasterk zal bijzonder verguld zijn met het NOS Jeugdjournaal Magazine. Hij maakte gister zijn plannen bekend voor de toekomst van de pers, die hij heeft opgesteld na lezing van het rapport van de Commissie Brinkman. Een van zijn voorstellen is om de publieke omroep en kranten meer met elkaar te laten samenwerken.

Waarom samenwerken?

In het tv-programma De Wereld Draait Door kwam Plasterk gisteravond uitleggen dat de kranten niet op overheidssubsidie zitten te wachten en dat samenwerking met de publieke omroep daarom een goede oplossing is. Inderdaad maakten enkele kranten, zoals NRC Handelsblad, bezwaar tegen subsidie omdat het hun onafhankelijkheid zou aantasten, maar andere kranten, zoals De Gelderlander, hebben expliciet gevraagd om overheidssteun. Slecht argument dus van de minister, want een subsidie mogelijk maken wil niet zeggen dat alle kranten er verplicht gebruik van moeten maken.

Er is nog een groter bezwaar tegen de argumentatie van Plasterk. Als kranten geen overheidssteun willen, waarom zouden ze dan wel content willen gebruiken van de door de overheid gefinancierde publieke omroep? Als ze denken dat hun onafhankelijkheid erbij in schiet als ze overheidssteun ontvangen, dan staat die onafhankelijkheid toch net zo goed op het spel als ze materiaal publiceren dat is geproduceerd door een instantie die afhankelijk is van overheidssubsidie?

Rommelig persbeleid

Het is tekenend voor het rommelige mediabeleid van de minister. Een commerciële uitgever die de merknaam NOS Jeugdjournaal te gelde gaat maken, een commerciële uitgever (De Telegraaf) die met een kunstgreep onderdeel wordt van de publieke omroep, printmedia die alleen via samenwerking met de publieke omroep overheidssteun kunnen krijgen.

De grote vraag is natuurlijk: waarom is in het huidige multimediatijdperk overheidssteun nog altijd voorbehouden aan organisaties die via radio en tv willen uitzenden? Daar heeft de minister nog altijd geen antwoord op.

3 Comments

Add yours →

  1. maurice vergeer

    8 oktober 2009 — 02:23

    Het ligt niet zozeer aan het mediabeleid van Plasterk. Dat stelt duidelijk dat de Nederlandse Publieke Omroep zich niet dienstbaar mag maken voor winst door derden. Dat gebert hier wel. Echter het is het Commissariaat dat hierop toeziet. Maar gelukkig vindt dit toezicht altijd achteraf plaats. Ik zou er niet aan moeten denken dat dit vooraf plaatsvindt. Wel betekent dit dat het even duurt voordat het CvdM dit onderzocht heeft, hoorzittingen houdt en vervolgens een uitspraak doet. Waarschijnlijk een een boete van enkele duizenden Euro’s.
    Hoewel sponsoring van programma-onderdelen onder bepaalde voorwaarden mogelijk is, geldt hier dat een uitgever de merknaam gebruikt voor zijn eigen product en daarmee winst probeert te maken. Kortom, afwachten wat en wanneer het Commissariaat iets gaat doen.

  2. Alexander Pleijter

    8 oktober 2009 — 09:50

    Interessante aanvulling, Maurice. Ik ben benieuwd of het CvdM zich over het Jeugdjournaal Magazine gaat buigen en wat de conclusie zal zijn.

  3. Als de NOS zelf een magazine zou uitgeven, komt het in de problemen vanwege ‘oneerlijke concurrentie betaald met belastinggeld’ en nu is het ook niet goed? Natuurlijk is de NOS meer betrokken bij het blad dat zij mogen aangeven, al was het maar omdat de naam en de identiteit van het NOS Jeugdjournaal gebruikt worden. Hierdoor lijkt het inderdaad een rare constructie, hoewel het niet helemaal waar is dat alleen de uitgever hier (geldelijk) voordeel aan heeft. Er wordt inmiddels betaald voor gebruik van de merknaam, die bovendien ook vergroot wordt hierdoor.

    Ik moet er bij zeggen dat ik juist blij ben met dit magazine. Wie weet kan het tieners meer betrekken bij het nieuws. Het is toch prachtig dat we dit soort producten kunnen ontwikkelen in Nederland?

    Bovendien begrijp ik de link niet met de rest van je verhaal over overheidssteun aan kranten e.d. Daarnaast is het niet waar dat minister Plasterk niet investeert in andere media dan radio en tv. Wel eens uitgezocht hoeveel subsidie er is verstrekt aan internetsites?

Geef een reactie