“De pers als waakhond is irritant”

“Als Trouw morgen niet meer bestaat is dat geen ramp, dan hebben we nog altijd andere landelijke kranten. Maar als De Gelderlander er morgen niet meer is, valt er een enorm gat in de nieuwsvoorziening van die grote provinicie. Dan is er in legio gemeentes geen waakhond van de lokale democratie meer.” Rimmer Mulder, voormalig hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, zet meteen stevig neer waarom de neergang van regionale dagbladen een serieus probleem is. Jeroen Maters, van Maters & Hermsen, toont zich niet onder de indruk: “Die waakhondfunctie van de pers wordt altijd zo enorm overdreven. Een waakhond die steeds blaft is alleen maar irritant.”

Maters vertelde gisteravond uit eigen ervaring tijdens het debat ter ere van het 150-jarige bestaan van het Leidsch Dagblad: “Mijn buren hadden vroeger een waakhond en die waakte ook voortdurend. Bij het minste of geringste begon hij te blaffen. Ik kan je vertellen, daar wordt je na verloop van tijd knap chagrijnig van.” Hij wil er maar mee zeggen dat een krant niet alleen een waakhond van de democratie moet willen zijn. “Een hond moet alleen blaffen als er echt iets loos is. En niet voortdurend,omdat hij nu eenmaal een waakhond is. Je wilt toch ook een hond om mee te spelen, om mee te wandelen, voor de gezelligheid. Dus ook een krant moet meer bieden, zoals informatie over restaurants, bioscopen, theater, ¬†enzovoort.”

Het lijkt een theoretische discussie: journalisten die hameren op het democratisch belang van kranten versus de pleitbezorgers van meer servicegerichte journalisitek. In feite bieden kranten altijd al meer dan alleen politiek nieuws. In de praktijk zijn uitgaansagenda’s, puzzels, weersvoorpellingen en strips al sinds jaar en dag een vast onderdeel van elke krant.

Waar is onze Uit-katern?

Toch blijkt Jeroen Maters een gevoelige snaar te raken. In de zaal krijgen lezers van het Leidsch Dagblad het woord en die beklagen zich erover dat het Leidsch Dagblad veel te weinig over Leiden gaat. “Waar is onze Uit-katern gebleven? Met alle informatie over films, concerten, theater en noem maar op? Ik kan dat wel op internet gaan zoeken, maar ik vond zo’n wekelijks katern zo handig.”

Jan-Geert Majoor, hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, komt met een opmerkelijke verklaring: “Ik hoor dat vaker, ook van allerlei instellingen en bedrijven, zoals bioscopen, theaters en restaurants. Die zeggen: dat moet je doen! Maar als puntje bij paaltje komt, komen ze niet over de brug en adverteren ze niet in zo’n katern. En dan houdt het voor ons wel op.”

Geen adverteerders, geen katern. Dat is logica van het krantenbedrijf. Maar dat vervolgens lezers vanwege het gemis aan zo’n katern afhaken lijkt me toch ook niet de bedoeling. Daarmee ondergraaf je uiteindelijk ook je positie in de lokale samenleving. Als dienstverlener, maar ook als waakhond.

Het debat ging over de toekomst van de regionale journalistiek en was georganiseerd ter ere van het 150-jarig bestaan van het Leidsch Dagblad. Het vond plaats in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden.

1 Comment

Add yours →

  1. “De pers als waakhond is irritant” ,stelt de heer Maters. Zo’n standpunt zou lachwekkend zijn ware het niet dat het een serieus onderwerp betreft.
    Want de lokale en/of regionale pers zou leed voor burgers kunnen verminderen als het haar maatschappelijke taak meer serieus zou gaan nemen t.o.v. politieke bestuurders.
    Temeer daar de kwaliteit – en de toegankelijkheid van het recht gaande weg zijn uitgehold.

Geef een reactie