De defensieve innovatiecultuur in de journalistiek

Gisteravond was de presentatie van het Handboek Crossmediale  Journalistiek en Redactie. Ter gelegenheid daarvan vond een debat plaats over de vraag: Helpt de ouderwetse journalist zijn vak om zeep? Ter inleiding hield ik een korte presentatie over de defensieve innovatiecultuur van nieuwsorganisaties. Hieronder volgt de tekst van mijn verhaal.

1995 is het geboortejaar van de Nederlandse internetjournalistiek. In 1995 gingen namelijk de eerste Nederlandse kranten online (Eindhovens Dagblad en NRC Handelsblad), kwam het eerste opinieblad met een website (De Groene Amsterdammer) en vond de lancering plaats van Planet.nl en Webwereld, die een belangrijke voortrekkersrol vervulden voor de Nederlandse  internetjournalistiek.

Nieuwe mogelijkheden

Het was een tijd die volop revolutionaire veranderingen ademde. Een tijd van  nieuwe mogelijkheden. Mogelijkheden voor nieuwe vormen van journalistiek, nieuwe manieren van verhalen vertellen, nieuwe manieren om het nieuws te presenteren en te verspreiden. Kortom, nieuwe mogelijkheden voor het verbeteren van de journalistiek.

De kwaliteiten die internet anders maken dan andere media zijn met name de volgende:

1. Actualiteit

2. Multimediaal

3. Interactief

4. Hypertekstueel

5. Volop ruimte

Defensieve innovatiecultuur

Maar lange tijd kwam er maar bar weinig van terecht van al die mooie beloftes. Het benutten van al die mooie mogelijkheden ging eigenlijk heel langzaam. Een van de oorzaken schuilt in de defensieve innovatie cultuur bij veel mediaorganisaties.

Kenmerkend zijn twee typen reacties:

1. Kill them: Het bagatelliseren van alle nieuwe ontwikkelingen door ze af te doen als irrelevant. Met uitspraken als: internet is een hype, burgerjournalistiek bestaat niet, bloggers zijn schreeuwerds.

2. Join them: meedoen omdat het moet. Ergo, geen echte belangstelling in het ontdekken van de mogelijkheden van nieuwe media. Meedoen om niet achterop te lopen, meedoen uit angst te verdrongen worden door nieuwe media of overbodig te worden. Geen oprechte belangstelling voor nieuwe mogelijkheden.

Knelpunten voor innovatie

De angst om overbodig te worden of niet mee te gaan met deze tijd, is de belangrijkste raadgever. Dat leidt tot de volgende knelpunten of barrières:

1. Nieuwe initiatieven mogen niet schadelijk zijn voor de bestaande. “Een website? Prima,want we willen niet achter lopen, maar als die site maar niet concurrerend is met de krant.” Want, zo is het argument, met de krant verdienen we geld en met internet niet.  Dus kregen we krantensites die aanvankelijk geen actueel nieuws gaven. Eerst moest de krant bij de abonnee op de mat liggen, daarna kwam het op de website. Het gevolg: nieuwsorganisaties ontwikkelden geen websites die onderscheidend en superieur waren aan hun papieren product. Het credo was om vooral met minimale kosten te werken, kortom, shovelware: berichten die voor de krant werd geschreven online zetten. Zonder verdere bewerking, zelfs zonder ook maar één link aan te brengen. Lekker goedkoop.

2. Het oude medium blijft de prioriteit voor journalisten omdat ze dat nu eenmaal gewend zijn. Nog steeds hoor je vaak zeggen dat journalisten ‘op de krant werken’ en dat ook zo voelen. Met als gevolg dat de papieren krant voorrang krijgt. Typerend voorbeeld uit de praktijk: bij groot nieuws vraagt een internetredacteur een journalist op de redactie: “Kan je snel een nieuwsbericht maken, we moeten het nieuws snel brengen op de site.” Waarop de journalist antwoordt:”Even geduld, ik maak eerst even mijn artikel af voor de krant, daarna heb ik wel even tijd voor jou.”

3.  Redacties krijgen van hogerhand geen tijd om zich te verdiepen in de mogelijkheden van nieuwe media, omdat  het oude medium prioriteit blijft houden en nieuwe media bijzaak zijn. Dus krijgen journalisten geen tijd om na te denken over innovatie journalistieke projecten. Hun taken blijven hetzelfde, prioriteit is het produceren voor het oude medium. Elke activitieit voor internet is extra werk. Een journalist die blogt op de website van de eigen krant? Hartstikke leuk, maar die krijgt daar geen compensatie voor en doetdat dus  in feite in de eigen vrije tijd.

4. Niet de juiste mensen op de juiste plek. Het aanstellingsbeleid op redacties is vaak niet gericht op innovatie. Als iemand goed werk levert als verslaggever, dan komt er een moment dat hij of zij in aanmerking komt voor een promotie, bijvoorbeeld een leidinggevende functie. Maar een goede verslaggever hoeft geen goede manager te zijn. En ook geen  goede vernieuwer. En dus komen de verkeerde mensen op de verkeerde plek terecht. Op het weblog DodeBomen.nl las ik over de internetredactie van een Nederlandse krant die een chef kreeg die niet wist wat een RSS-feed is. Hoe kan je van zo iemand innovatie verwachten?

5. Innovatie is op redacties vaak particulier initiatief, zonder dat er een plan is met een visie en zonder dat er een redactiebreed beleid is om zo’n innovatie te implementeren. Zie als voorbeeld blogs op veel nieuwssites: enkele journalisten, die dat leuk of belangrijk vinden, hebben een blog, maar er is geen lijn in te ontdekken. Het is vaak een vergaarbak van willekeurige onderwerpen. Waarom op Volkskrant.nl bijvoorbeeld wel een blog Standplaats Groningen, maar geen blog over andere steden? Waarom wel een blog over voetbal en bridge, maar niet over andere sporten?

6. Het hardnekkige principe van ‘wij publiceren, jullie consumeren’ dat hoogtij blijft vieren in de journalistiek. Burgerjournalistiek en user generated content worden bruusk van tafel geveegd, onder het mom van waardeloos, nutteloos , niet-journalistiek. Terwijl de meest fundamentele verandering van internet bestaat  uit het afbreken van dat gesloten monopolie van de journalistiek. Internet is netwerken, delen, samenwerken, uitwisselen. Daar worden journalisten niet slechter van, maar beter.

Als journalisten te weinig nadenken over de voordelen en mogelijkheden van nieuwe media, en louter halsstarrig vasthouden aan de aloude journalistieke principes, doen ze het vak geen deugd, maar kwaad.  Dan helpt de journalist zijn eigen vak om zeep.

1 Comment

Add yours →

  1. guido van liefferinge

    2 juli 2010 — 06:00

    Al kan ik mij als “ouderwetse” journalist grotendeels vinden in de analyse van Alexander Pleijter, er is een grote lacune in het betoog van de “nieuwlichter” journalist waaraan trouwens de meeste kritische artikelen over de toekomst van de journalistiek lijden.Er is nauwelijks nog sprake van de opdracht van de pers (neen, niet de media want dat is een amalgaam van informatie, non-nieuws, roddels, vermaak enz.), de Vierde Macht, en de onderzoeksjournalistiek die daarin een dominante rol heeft. In het herdefiniëren van deze opdracht in een samenspel van oude en nieuwe media ligt de toekomst van de journalistiek en tegelijkertijd van het behoud van de democratische rechtstaat die in het it-tijdperk onder zwaar geschut is komen te liggen.

Geef een reactie