De beperkte opvatting van ‘internet first’ van de NOS

“Misschien is het beter ons te concentreren op de vraag hoe je belangrijke journalistieke basiswaarden kunt combineren met nieuwe blogger-achtige vaardigheden. Gelukkig gebeurt dat her en der al volop.”

Deze woorden schreef Bart Brouwers als reactie op mijn blogpost over de kritiekloze berichtgeving van de NOS over een onderzoek naar sociale media-stress onder Nederlandse jongeren. Een goede, nuttige suggestie.

Gebeurt dit combineren van ‘journalistieke basiswaarden’ met nieuwe ‘blogger-achtige vaardigheden’ ook al bij de NOS?

Je zou verwachten van wel, want de NOS maakte begin februari bekend het pad naar ‘internet-first’ te zijn ingeslagen. Maar of daar ook ‘blogger-achtige vaardigheden’ bij horen? Ik vermoed van niet.

Waarom niet? In het persbericht zegt algemeen directeur NOS Jan de Jong: “De volgorde tv-radio-teletekst-internet gaan we omdraaien naar internet-teletekst-radio-tv. Kortom, internet first.”

Snelheid first

‘Internet first’ houdt bij de NOS dus slechts in dat het nieuws als eerste op internet wordt gepubliceerd en daarna pas via andere kanalen wordt verspreid. Dat is een behoorlijk beperkte opvatting van ‘internet first’.

Hoezo is dit een beperkte opvatting? Omdat de nadruk wordt gelegd op slechts één specifiek kenmerk van internet: snelheid. Zo snel mogelijk publiceren. Eerder zijn dan concurrerende media. Zo actueel mogelijk zijn.

Dat is jammer omdat internet veel meer mogelijkheden biedt. Dat zijn de ‘blogger-achtige vaardigheden’ waar Bart Brouwers van rept. Dat houdt bijvoorbeeld in dat je kan verwijzen naar andere relevante publicaties op internet.

Verwijzen

Dat begint uiteraard met het aanbrengen van links in artikelen. Op de webpagina over de sociale media-stress onder jongeren (overigens, een mooie multimediale pagina met een video-item, audiofragmenten en – dat dan weer wel – een link naar het onderzoeksrapport) wordt een website genoemd (ikbenoffline.org), maar een link naar de betreffende site ontbreekt, gek genoeg.

En eigenlijk zou de NOS nog wel een stap verder kunnen gaan. Zo zou men ook kunnen verwijzen naar de kritische stukken die zijn verschenen over het onderzoek (van communicatiewetenschapper Linda Duits, wetenschapsredacteur Maarten Keulemans en scholier Pim). Om daarmee duidelijk te maken dat er ook kanttekeningen te plaatsen zijn bij het onderzoek.

Eigenlijk zit de NOS – net als veel andere nieuwsorganisaties – nog altijd in de ouderwetse journalistieke reflex: wij schrijven een artikel, wij produceren een item en dat publiceren we op onze website. Maar waarom zou je je eigen berichtgeving niet verrijken met verwijzingen naar andere relevante publicaties? Waarom zou niet linken naar je bronnen? Ook als dat een persbericht is. Juist dan neem je de mogelijkheden van internet serieus. Juist dat is ‘internet first’. Toch?

1 Comment

Add yours →

  1. Vroeger kon je als medium nog zeggen dat je redacteuren niet wisten hoe ze een link moesten maken. Tegenwoordig kent elk cms wel een mogelijkheid voor het toevoegen van hyperlinks. Iedereen kan dus met een druk op de knop linken naar de bron of naar andere nuttige toevoegingen.

    Hoewel ik mezelf er nog niet in heb verdiept, vermoed ik dat er twee oorzaken kunnen zijn. Ten eerste zou tijdgebrek een rol kunnen spelen. Tijdgebrek lijkt me echter zeer onwaarschijnlijk, aangezien er wel audio en video aan het artikel kan worden gehangen. Ik denk dat het tweede punt, transparantie, vooral een rol speelt. Want waarom zou je als prominent medium willen aangeven dat je iets uit een persbericht of wellicht iets van een ander medium hebt?

    Het internet betekent voor media dat zij transparant moeten worden. Naar mijn idee is het niet erg als een medium iets overneemt, zolang er maar links zijn, zodat de lezer uiteindelijk zijn eigen conclusie kan trekken. Want dat gebeurt uiteindelijk toch, of je nu wel of geen hyperlinks plaatst. De vraag is dan wie er nog serieus kan worden genomen.

Geef een reactie