Versterk de lokale journalistiek, schaf de regionale omroepen af

5652Er zijn volop zorgen over de journalistiek op lokaal niveau. Wordt de lokale overheid nog wel afdoende gecontroleerd? Volgen journalisten het reilen en zeilen van lokale instanties nog wel genoeg? Het is tijd voor een fundamentele herziening van het mediabeleid om de lokale journalistiek vitaal te houden. Dat kan door subsidies voor de regionale omroepen anders in te zetten.

Hier volgt een korte samenvatting van het medianieuws van begin december 2014. Allereerst een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever. Vervolgens nog een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever. En toen nog een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever.

Hier nog even de cijfers op een rij:

  • Bij de Wegenerkranten (o.a. De Gelderlander en Brabants Dagblad) verdwijnen 400 arbeidsplaatsen, waaronder 154 redactionele plekken.
  • Bij de Noordelijke Dagblad Combinatie (o.a. Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant) wordt een kruis gezet door 100 banen, waaronder 48 redactionele functies.
  • En bij de Holland Media Combinatie (o.a. Haarlems Dagblad en Leids Dagblad)  zullen extra banen geschrapt worden, bovenop de nu lopende reorganisatie waarbij 115 arbeidsplaatsen verdwijnen.

En dan te bedenken dat de genoemde krantenuitgevers de afgelopen jaren al meerdere malen reorganisaties hebben doorgevoerd waarbij veel banen verloren zijn gegaan.

Kaalslag

De commentaren op dit nieuws liegen er niet om. Menigeen rept op Twitter van een ‘kaalslag in de regionale journalistiek’. Mediahistoricus Huub Wijfjes betwijfelt in een radio-interview op RTV Noord of de regionale kranten nog wel kwaliteit kunnen garanderen.

Opnieuw klap voor regionale journalistiek, kopt NRC Handelsblad. Met meteen daaronder een aantal indringende vragen:

Wie gaat straks nog de burgemeester van Oss controleren? De woningcorporaties in Hengelo? Jeugdzorg in Middelburg? Kan de regionale pers nog zijn rol vervullen als waakhond van de plaatselijke democratie?

Journalist Margriet Vroomans twittert in dezelfde teneur:

“Kaalslag in regionale journalistiek. Juist nu gemeenten zoveel gaan doen, zo weinig journalistieke controle.”

Staf Depla, wethouder in Eindhoven, twittert:

“Opvallend. Door decentralisaties verschuift macht naar lokaal. Daar afname aandacht journalistiek.”

Vroomans en Depla verwijzen met hun tweets naar de decentralisatie van overheidstaken, die inhoudt dat gemeenten vanaf 2015 taken gaan overnemen van de rijksoverheid. Meer verantwoordelijkheden voor de lokale overheden dus, maar steeds minder slagkracht voor de lokale journalistiek om het reilen en zeilen van die lokale overheden in het oog te houden.

Eerdere zorgen

De zorgen over de lokale en regionale journalistiek zijn niet van vandaag of gisteren. In 2008  kopt Trouw al: Regionale krant wordt tandeloze waakhond. In het stuk is te lezen dat de regioredacties van de Wegenerkranten op hun tandvlees lopen. Journalisten hebben nauwelijks nog tijd om in belangrijke kwesties te duiken.

In 2009 signaleert de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers (de Commissie Brinkman) dat de problemen bij regionale kranten urgent zijn. Ze zijn door opeenvolgende bezuinigingen steeds minder in staat om voldoende te investeren in de regionale verslaggeving.

In 2010 constateert Trouw-journalist Alwin Kuiken dat de pers de lokale politiek steeds meer links laat liggen. Uit zijn onderzoek blijkt dat er steeds vaker geen journalisten aanwezig zijn bij gemeenteraadsvergaderingen.

Deze trend wordt in 2013 bevestigd door onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek: met name in kleine gemeentes wordt de lokale politiek nog amper gevolgd door de journalistiek. René van Zanten, algemeen directeur van het Fonds, spreekt in een reactie op de uitkomsten van het onderzoek van een ‘verschraling van de nieuwsvoorziening in de regio’:

“De regionale media trekken zich door bezuinigingen terug uit de haarvaten van de samenleving en nieuwe initiatieven delven na enkele maanden het financiële onderspit.”

De staatssecretaris vindt het ‘spannend’

En wat vindt Sander Dekker, de staatssecretaris die gaat over het mediabeleid, van de problemen bij de regionale kranten? Hij vindt het ‘spannend’, zo vertelt hij eind november in een interview met Vrij Nederland:

“Ik vind het spannend om te zien wie er in slagen zich aan de veranderde wensen van de consument aan te passen en wie niet. Ik zelf lees ook haast geen papieren krant meer.”

Het interview met staatssecretaris Sander Dekker op de website van Vrij Nederland.

Het interview met staatssecretaris Sander Dekker op de website van Vrij Nederland.

De staatssecretaris ziet parallellen met de muziekindustrie:

“Je hebt het zien gebeuren in de muzieksector. Vroeger was die in handen van de grote labels, elke straat had wel een platenwinkel. Bedrijven die te lang vasthielden aan hun traditionele manier van werken zijn opzij geschoven door iTunes en Spotify die de markt revolutionair hebben veranderd. Er is nog net zoveel goede muziek als vroeger maar het zijn anderen die er een boterham aan verdienen. Zo zal het met het nieuws ook gaan.”

Terwijl de Commissie Brinkman en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek alarmerende kreten slaken over de stand van de journalistiek in de regio, lijkt de staatssecretaris van mediazaken louter een bedrijfseconomische uitdaging te zien, waarvoor bedrijfseconomische oplossingen afdoende zijn: aanpassen aan de wensen van de consument.

Mensen informeren over maatschappelijke zaken of ze naar een muziekje laten luisteren: het lijkt voor Sander Dekker geen verschil te maken.

Is het erg?

Is het dan zo erg dat de journalistieke slagkracht op lokaal en regionaal niveau afbrokkelt? Ja, dat is erg. Niet eens omdat er elke dag of week een stuk over de lokale politiek in de krant moet staan, maar vooral omdat de instanties moeten weten dat er op ze gelet wordt.

Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek in Groningen, benadrukte vorige week in zijn speech ter ere van het 80-jarig bestaan van ANP het belang van journalisten die wethouders of bestuurders van zorginstellingen of van grote bedrijven regelmatig bellen om kritische vragen te stellen.

Wat krijg je dan: dat de andere kant van de lijn dan denkt….Oh oh, er wordt op mij gelet, ze houden me in de gaten. Laat ik maar binnen de lijntjes kleuren. Het op deze wijze tot stand brengen van checks and balances is een zeer belangrijke taak van journalistiek. Ik noem dit het maatschappelijk rendement van journalistiek.

Het is belangrijk dat het gebeurt, maar geld verdien je er niet mee. Vandaar dat Smit ervoor pleit om dit soort journalistiek te bekostigen met gemeenschapsgeld. Dat betekent overigens niet dat we meteen met de pet rond moeten gaan om geld in te zamelen:

met die 600 miljoen euro die nu naar de publieke omroep gaat (naar cakes bakken en nieuws over Onno Hoes), en slechts gedeeltelijk naar journalistiek kan je al heel veel doen.

Dit is de spijker op zijn kop. Er gaat heel veel overheidsgeld naar ‘de media’, maar de besteding ervan kan vele malen beter. Dat geldt ook voor het geld dat we als samenleving uitgeven aan regionale media. De vraag is natuurlijk hoe.

Samenwerking

Eerst nog even terug naar mediastaatssecretaris Dekker. Hoe kijkt hij er tegenaan? In het VN-interview zegt hij er in elk geval geen brood in te zien om regionale kranten de helpende hand te bieden met geld van de belastingbetaler:

“We ondersteunen als overheid geen kranten. Ik zou het toejuichen als ze op regionaal niveau vaker met de omroep zouden samenwerken, dat gebeurt al in Limburg en Noord-Brabant.”

Samenwerking tussen regionale omroepen en regionale kranten ziet de staatssecretaris dus als een goede zet.

Maar gaan de regionale omroepen voor het geld dat ze van de overheid krijgen dan trouw naar de gemeenteraadsvergaderingen? En bellen die elke week met alle wethouders en andere bestuurders?

Nee, dat lukt niet, vertelt Omroep Brabant directeur Henk Lemckert vorige week in het Brabants Dagblad:

We moeten de hele provincie coveren dus het is een utopie dat we bij elke raadsvergadering kunnen zitten. We zetten meer in op onderzoeksjournalistiek maar we hebben beperkte middelen.

Beperkte middelen? 17 miljoen euro heeft hij jaarlijks aan subsidiegeld te verspijkeren. Maar we moeten ook de Marathon van Eindhoven live uitzenden, verweert de Omroep Brabant-directeur zich. En carnaval natuurlijk. En de Brabantsedag. En het bloemencorso.

En waar liggen de prioriteiten van Omroep Brabant op internet? Directeur Lemckert:

“Daar kiezen we voor het korte, snappy nieuws. Af en toe zoeken we daar de grenzen op. Een bewuste keuze. Als we dat alleen maar zouden doen, doet het iets af aan de journalistiek. Maar wij doen het ter verrijking van de site. Wij zetten berichten snel online: als het zo relevant is dat we het principe van wederhoor niet kunnen toepassen dan publiceren we.”

Dat zijn dus de keuzes die een regionale omroep als Omroep Brabant maakt: live uitzendingen van evenementen plus kort en snel nieuws, waarbij journalistieke principes als het zo uitkomt aan de kant geschoven worden. De Omroep Brabant-directeur ziet dat blijkbaar als een zinvollere besteding van gemeenschapsgeld dan een fundamentele investering in lokale en regionale journalistiek.

Mastodonten

Nu heeft staatssecretaris Dekker ook al geen hoge pet op van de bestuurders van publieke omroepen. In het VN-interview zet hij ze weg als ‘mastodonten’ die geen verandering willen:

“Ik zit hier voor de kijker, luisteraar en belastingbetaler. Niet voor Hilversumse mastodonten die krampachtig willen vasthouden aan hoe het vroeger was.”

Het klinkt alleen wel als de pot die de ketel verwijt dat ‘ie zwart ziet. Want is het niet ook juist de politiek die krampachtig vasthoudt aan hoe het vroeger was? De kranten oproepen om met de tijd mee te gaan en tegelijkertijd het mediabeleid slechts marginaal veranderen: dat is nou ook niet echt vooruitstrevend.

Waarom bijvoorbeeld omroepen wel subsidiëren en kranten niet? Erger nog, waarom een omroep subsidiëren die prioriteit geeft aan live-uitzendingen over de marathon en het carnaval? Terwijl tegelijkertijd de journalistieke bemoeienis met de lokale politiek afneemt?

Het kan ook anders. Zoals Jeroen Smit in zijn eerder genoemde toesprak zei: we hoeven niet meer belastinggeld op te gaan halen, we moeten het anders gaan besteden. Aan journalisten die zorgen voor maatschappelijke rendement, zoals Smit het noemt.

Journalisten die een gemeente bijvoorbeeld continue kritisch volgen. Laten we dus het geld van de regionale omroepen zo veel mogelijk gaan besteden aan journalisten. En zo min mogelijk aan gebouwen, apparatuur, directeuren en wat dies meer zij. Die journalisten laten we zo goedkoop mogelijk publiceren: op internet.

Rekensom

Laten we eens een snelle rekensom maken.

145 miljoen gaat er momenteel jaarlijks naar de regionale omroepen in Nederland. Als we dat geld nou eens zo veel mogelijk zouden investeren in journalisten die de lokale en regionale politiek gaan volgen. Nederland kent per 1 januari volgens het CBS 393 gemeentes. Dat betekent dat we een dikke 365 duizend euro per gemeente kunnen verspijkeren. Daar kan je makkelijk 3 journalisten per gemeente voor aan het werk zetten. En dan hou je nog aardig wat geld over.

We kunnen ook rekenen vanuit het aantal arbeidsplaatsen bij de regionale omroepen: 1303 fte’s telden de regionale omroepen in 2013 (dat zijn de recentste cijfers die ik kon vinden, in het jaarverslag van koepelorganisatie ROOS). Als we dat aantal delen door het aantal van 393 gemeentes in Nederland, dan komen we wederom op ruim 3 journalisten per gemeente. En dan kunnen we het geld dat regionale omroepen nu uitgeven aan gebouwen en apparatuur, besteden aan ontwikkeling en beheer van de websites waar de journalisten gaan publiceren.

In  kleine gemeentes heb je wellicht genoeg aan 2 journalisten die de boel in de gaten houden. En in grotere gemeentes heb je er wellicht wat meer nodig. En met wat schuiven kunnen we dan ook nog wel wat journalisten betalen die op provinciaal niveau werk kunnen verzetten. Plus een hoofdredacteur per provincie.

Alles wat deze journalisten uitzoeken en maken, wordt gepubliceerd op een lokale site. Niet om andere media (zoals de regionale krant) te beconcurreren, want al het snelle nieuws (ongelukken, branden en noem maar op) komt er niet op. Andere media mogen juist al die producties gratis en voor niets overnemen.

Moed

Het is maar een snelle schets en berekening. Wat ik maar wil zeggen: het is zeker mogelijk om de lokale waakhond meer leven in te blazen. Het vergt alleen wat lenig denkwerk. En vooral ook euvele moed. Het betekent namelijk: afscheid nemen van de regionale omroepen. Maar daar krijgen we iets nuttigs voor terug.

De vraag is of mediastaatssecretaris Dekker de man met moed wil zijn of zich liever schaart tussen de mastodonten die alles het liefst bij het oude laten.

1 Comment

Add yours →

  1. Zinnig voorstel, qua bestek. Alleen: hoe besteed je dat aan?

Geef een reactie