Tag: betrouwbaarheid

Journalisten vertellen onwaarheid over scholieren die journalisten niet geloven

‘Scholieren geloven journalisten maar zelden’. Die kop was vandaag op diverse nieuwssites te vinden, zoals NU.nl, RTLNieuws.nl, Volkskrant.nl, Trouw.nl en Elsevier.nl. Het grappige is dat dit bericht aantoont dat scholieren groot gelijk hebben. Want ondanks de degelijke reputatie van de betreffende nieuwsorganisaties, is het een kul bericht.

Het betreffende bericht is afkomstig van het ANP en is blijkbaar zonder kritische blik door al die redacties gepubliceerd. Dat is jammer, want – in tegenstelling tot wat de kop suggereert – het is helemaal niet zo treurig gesteld met het vertrouwen dat scholieren hebben in journalisten. Read more →

Nee! Niet ‘oudere’, maar ‘conservatieve’ journalist!

En dat is dus het nadeel van kranten: als er iets staat dat niet klopt, kan je het er niet bij schrijven. Althans, dat kan je wel doen, maar dat leest geen hond. Behalve dan misschien je huisgenoten en eventueel de buurman met wie je de krant deelt. Daar kwam ik gister weer eens van heel nabij achter toen ik het interview onder ogen kreeg dat ik had gegeven aan een Trouw-journalist. De kop boven het stukje is prima: “Journalist moet met zijn tijd meegaan.” Daar valt geen speld tussen te krijgen. Maar in de eerste zin gaat het al mis. Read more →

Waarom de Netwerkuitzending over Rutte slechte journalistiek is

“Dit is zeer tendentieuze televisie!” brieste VVD-lijsttrekker Mark Rutte in de Netwerkuitzending van gisteravond. Het programma had net laten zien welke gevolgen de VVD-plannen zouden hebben voor drie specifieke gezinnen. Het gevolg: beelden van een huilende bijstandsmoeder en een vader die zich afvroeg of meneer Rutte wel een hart heeft. En even later diezelfde meneer Rutte die in de studio sputtert dat de cijfers van geen kant kloppen. Het positieve is dat alle ogen nu gericht zijn op de belangrijke vraag welke gevolgen de plannen van politieke partijen hebben voor verschillende inkomensgroepen. Desondanks was de Netwerkuitzending een schoolvoorbeeld van slechte journalistiek. Read more →

‘ Objectiviteit is een noodzakelijk keurmerk voor de journalistiek’

Het is crisis voor journalisten. Niet alleen in economisch opzicht met bezuinigingen en ontslagen op redacties, maar ook in journalistiek opzicht. Journalisten hebben te maken met een serieus verlies aan geloofwaardigheid en status. Maar desondanks er is een toekomst voor journalisten, meent Brian McNair, hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Strathclyde. “Vertrouwen, waarheid en objectiviteit zijn belangrijker dan nooit tevoren voor journalisten.” Read more →

Internet als zegen voor de journalistiek

Het gaat nogal eens mis met overledenen in het nieuws. Zo werden onder meer Harry Mulisch, Jules Deelder en de econoom Jan Pen al eens ten onrechte dood verklaard in de media. Kees Buijs noemde deze gevallen gister tijdens de presentatie van het boek ‘Journalistiek in diskrediet’ als voorbeeld van de gemakzuchtige manier waarop veel redacties berichten van elkaar overnemen zonder ze te checken. Met internet als boosdoener. Of juist niet? Read more →

Knutselfoto op NU.nl

Regelmatig is NU.nl razendsnel met foto’s van nieuwsgebeurtenissen. Vaak is dat dankzij al die mensen die foto’s maken van ongelukken, branden en ander ongemak, en vervolgens uploaden naar NUfoto. Vandaag ging het flink mis: een nepfoto verscheen bij een bericht op Nu.nl over de brand in het Philipsstadion in Eindhoven. Read more →

Nieuwscheckers controleren de feiten

Tot voor kort was ‘factchecken’ een Amerikaans fenomeen. Inmiddels is het naar Nederland overgewaaid. In september 2008 begon de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg met het weblog FHJ Factcheck. Nu volgt Nieuwscheckers.nl, een project van de praktijkstudie Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Read more →

Tijdsdruk voor multimediale journalisten


Journalisten werken zich een slag in de rondte om de groeiende hoeveelheid krantenpagina’s te vullen. Met als gevolg dat berichten van persbureaus en voorlichters steeds vaker rechtstreeks de kolommen instromen, want journalisten hebben geen tijd om alles te controleren en verder uit te zoeken (zie het bericht van gister). De krant moet vol en de dealine wacht onverbiddelijk.

Maar niet alleen groeit het aantal krantenpagina’s, ook het produceren voor meerdere media is in opmars. Dat houdt in dat journalisten niet alleen een bijdrage leveren aan de krant of de radio of de televisie of de website, maar het liefst aan allemaal. Eerst live verslag doen voor de radio, dan een nieuwsbericht tikken voor de website, vervolgens een item voor het televisienieuws monteren en dan nog een achtergrondstuk schrijven voor de krant.

Is dit een positieve ontwikkeling voor de journalistiek? Of wederom een zwaardere belasting voor journalisten?

In Spanje stapte de regionale nieuwsorganisatie Novotécnica in 2004 over op een ‘integrated newsroom’. Dat betekende dat alle journalisten voortaan zouden produceren voor zowel de krant (La Voz de Almería), radio (Cadena Ser) als televisie (Localia). Onlangs gepubliceerd onderzoek maakt duidelijk dat deze overgang niet zonder slag of stoot ging. Enkele oudere, ervaren journalisten lieten weten niets te zien in zo’n omscholing tot multimediajournalist en namen de benen.

Andere journalisten zagen wel brood in de verandering omdat ze daardoor in drie media hun berichten zouden terugzien, en dus meer mensen zouden kunnen bereiken. Maar ook bi j hen verliep de overgang niet zonder slag of stoot. Ze moesten veel nieuwe vaardigheden leren, zoals videomontage, fotografie, radiointerviews maken en voice-overteksten schrijven. De bijscholing die ze kregen was minimaal waardoor het multimediaal werken met horten en stoten verliep.

Het grootste euvel voor journalisten was echter dat ze minder tijd bleken te hebben voor hun informatiegaring. Het produceren van items voor de verschillende media kost immers de nodige tijd. Een journalist die voorheen louter voor de krant schreef vertelde: “Vaak moet ik binnen een uur weer terug zijn op de redactie met mijn verhaal. Ik kan niet zoals vroeger wat langer wegblijven om aanvullend onderzoek te doen of extra bronnen te interviewen.”

Meer tijd voor productie en minder voor informatiegaring betekent volgens de journalisten dat hun journalistieke standaarden regelmatig in het geding zijn. Voor het checken van informatie of het raadplegen van diverse bronnen is vaak geen tijd, wat ten koste gaat van de betrouwbaarheid en diversiteit van de berichtgeving.

Het genoemde onderzoek betreft deze publicatie:

De journalistiek als kopieerfabriek


De journalistiek is zo langzamerhand verandert in een grote kopieerfabriek. Media nemen in groten getale berichten van elkaar, van persbureaus en van bedrijven en overheden over. Zonder controle, zonder zelf nog eens op onderzoek uit te gaan. Dat is althans de situatie bij Engelse kranten, zo blijkt uit onderzoek.

In Nederland hebben de gratis kranten de reputatie niet veel meer te zijn dan een verzameling berichten van persbureaus met hier en daar een eigen artikel. In Engeland is het niet veel beter gesteld met de zogenaamde kwaliteitskranten, zoals The Times en The Guardian. De helft van de berichten in de kwaliteitspers is namelijk volledig of hoofdzakelijk gebaseerd op kopij van persbureaus. Bovendien is een deel van de krantenberichten ook nog eens een vrijwel exacte kopie van persberichten van bedrijven en organisaties. Het is blijkbaar een achterhaald idee dat krantenjournalisten zelf op onderzoek uitgaan, feiten en beweringen controleren en vervolgens een verhaal schrijven.

De lezers merken daar overigens weinig van, want onder driekwart van de berichten staat gewoon een naam van een journalist van de krant. Met andere woorden, ook als journalisten berichten overnemen van persbureaus en die hooguit een beetje herschrijven, zetten ze hun naam eronder. Daarmee de suggestie wekkend dat het bericht uit hun pen komt.

Wat is nu de reden voor dit massale kopieergedrag? Is het aantal arbeidsplaatsen bij kranten zo drastisch geslonken dat nog maar een handjevol journalisten de pagina’s moet vullen? Dat is niet het geval volgens de onderzoekers. Uit hun cijfers blijkt dat het aantal journalistieke arbeidsplaatsen bij de kranten de afgelopen twintig jaar tamelijk stabiel is gebleven.

Wat de journalisten de das om doet is de enorme groei van het aantal pagina’s dat ze moeten vullen. Bestond de gemiddelde kwaliteitskrant in 1985 uit zo’n vijftien pagina’s, in 2006 was dat aantal gegroeid naar meer dan veertig. Redacties moeten tegenwoordig dus met een gelijk gebleven aantal journalisten bijna drie keer zoveel kopij produceren als twintig jaar geleden. Bovendien moeten de journalisten ook nog bijdragen leveren voor de online activiteiten van hun krant, zoals de website en weblogs.

Om dat voor elkaar te krijgen ligt het voor de hand dat journalisten in toenemende mate gebruik maken van voorgefabriceerd materiaal. Zoals een journalist in het onderzoek zei: “the volume of stories we produce in a day has increased a lot. Today it’s not uncommon to be knocking out five or six in a day – and when you’re doing that you rely more on the wires and on PR than you did before.”

Is het eigenlijk erg dat redacties zoveel kopij overnemen van persbureaus? Daar werken toch ook journalisten? Dus de berichten van persbureaus zullen dan toch in orde zijn? Die kans is echter klein. Want uit het onderzoek blijkt dat juist voor journalisten van persbureaus de werkdruk het allerhoogst is. Zij produceren liefst twee keer zoveel berichten als hun collega’s bij de krant. Om aan zulke aantallen te komen zullen ze zich ongetwijfeld regelmatig baseren op persberichten die ze ontvangen van bedrijven, overheden en organisaties. Zonder die te controleren op onwaarheden, verdraaiingen en andere gebreken. De geconstateerde ontwikkelingen zijn echt alarmerend voor de huidige stand van de journalistiek.

Over het onderzoek zijn de volgende publicaties verschenen:

Vooral ouderen waarderen burgerjournalistiek

Dit blog bevat geen videofragmenten. Gelukkig vinden veruit de meeste mensen de informatie daardoor niet minder betrouwbaar. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek naar internetgebruik in Nederland. Een hele opluchting. Ook burgerjournalisten kunnen gerust zijn: veel mensen vinden hun berichten net zo betrouwbaar als die van professionele journalisten.

Het rapport toont het beeld van een bloeiende online natie. Er wordt massaal geïnternet, de verbinding met het world wide web staat een groot deel van de dag aan en men e-mailt, surft, downloadt en chat heel wat af. Met als gevolg dat de internettende bevolking zich beter op de hoogte voelt dan ooit tevoren. Vrijwel iedereen (90%) kan zijn weg dan ook goed vinden op het net en is in staat om alle gezochte informatie daadwerkelijk te vinden.

Maar het is niet louter rozengeur en maneschijn. De mensen vinden weliswaar de informatie die ze zoeken, maar de helft vindt het vervolgens lastig om te bepalen of de gevonden informatie klopt. En driekwart heeft behoefte aan meer kennis over hoe je om moet gaan met informatie van internet.

Kortom, informatie op het web vinden is geen probleem, maar beoordelen of het goede informatie is blijkt een stuk lastiger. Dat is niet zo verwonderlijk: wie op Google een paar trefwoorden intikt, stuit altijd wel op een paar relevante verwijzingen. Maar de bron is vaak onbekend, obscuur en dus lastig op betrouwbaarheid te beoordelen.

Hoe zit het dan met ‘erkende’ nieuwsbronnen, de nieuwssites van naam en faam? Ze worden door veel mensen (ongeveer zeventig procent) bezocht, maar hoe betrouwbaar worden ze gevonden? Helaas levert dit onderzoek daar weinig duidelijkheid over. Er is niet gevraagd naar de betrouwbaarheid van verschillende nieuwssites. Hooguit valt uit de gegevens af te leiden dat sommige mensen sites van kranten (zoals de Volkskrant en De Telegraaf) betrouwbaarder vinden dan nieuwssites (zoals Nu.nl), maar anderen vinden juist weer van niet.

Wat wel duidelijk wordt is dat de professionele journalist niet bij iedereen een streepje voor heeft. Bijna de helft van de mensen vindt de berichtgeving van burgers net zo goed als die van beroepsjournalisten. Opmerkelijk genoeg vinden de burgerjournalisten hun aanhangers vooral onder de oudere internetters. Jongeren zijn juist meer te spreken over professionele journalisten; zestig procent van de 20-29-jarigen vindt het nieuws van burgerjournalisten minder goed dan van professionals. Bij de 60-plussers is nog geen vijftig procent die mening toegedaan. Meer dan de helft van de internettende senioren neemt dus genoegen met burgerberichtgeving. Dat roept vragen op: want waren het niet juist die jongeren die zich klikkend, bloggend en hyvend steeds minder zouden aantrekken van de ‘oude’ journalistiek?