Tag: interactie (page 1 of 2)

De defensieve innovatiecultuur in de journalistiek

Gisteravond was de presentatie van het Handboek Crossmediale  Journalistiek en Redactie. Ter gelegenheid daarvan vond een debat plaats over de vraag: Helpt de ouderwetse journalist zijn vak om zeep? Ter inleiding hield ik een korte presentatie over de defensieve innovatiecultuur van nieuwsorganisaties. Hieronder volgt de tekst van mijn verhaal.

1995 is het geboortejaar van de Nederlandse internetjournalistiek. In 1995 gingen namelijk de eerste Nederlandse kranten online (Eindhovens Dagblad en NRC Handelsblad), kwam het eerste opinieblad met een website (De Groene Amsterdammer) en vond de lancering plaats van Planet.nl en Webwereld, die een belangrijke voortrekkersrol vervulden voor de Nederlandse  internetjournalistiek. Read more →

Rechtbankverslaggeving 2.0

Onlangs stopte Twentsche Courant Tubantia met het ambitieuze project Dorpspleinen.nl. Maar amper twee weken later heeft de krant het volgende ambitieuze project alweer op stapel staan: “Geef uw oordeel in een actuele rechtszaak en maak kans op cadeaubonnen ter waarde van 50 euro voor de eerste, 30 voor de tweede en 20 euro voor de derde plaats.” Klinkt wellicht niet direct als een serieus journalistiek project, maar dat is het wel degelijk. Interatief, actueel en verdiepend. Met actieve inbreng van lezers. Kortom, rechtbankverslaggeving 2.0. Read more →

Het nut van Twitter voor journalisten

Ene Rsmith9, student journalistiek aan de Amerikaanse Universiteit van Wisconsin, bestudeert de manier waarop journalisten van de New York Times Twitter gebruiken. Geen idee wie deze student is, maar de resultaten die hij meldt op zijn blog zijn interessant genoeg om tot je te nemen. Ik haal er een aantal suggesties uit voor de beginnende twitteraars onder de journalisten die zich afvragen op wat voor manier Twitter nuttig kan zijn. Read more →

Bloggen als journalistieke stijl

Journalistieke objectiviteit klinkt als een grote vanzelfsprekendheid. Maar dat is het niet. Pas in de twintigste eeuw werd het model van objectieve journalistiek dominant. Inmiddels dwingt internet journalisten tot een nieuwe stijl, constateerde Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media aan de Rijksuniversiteit Groningen gister in zijn oratie. Het weblog zou je kunnen zien als vehikel voor een veranderende journalistiek. Read more →

De bloggende journalist

Serie: de bloggende journalist (slot)

Weblogs worden wel eens omschreven als ‘dagboekjes met een hoop blabla’. Maar uit mijn interviewserie over bloggende journalisten blijkt de journalistieke waarde van bloggen. Als conclusie daarom een paar bevindingen op een rij. Met als kernvragen: Waarvoor gebruiken journalisten blogs? Wat is dus de journalistieke waarde van blogs? Waarom zou je als journalist bloggen?

Read more →

"Bloggen is de nieuwe transparantie"

Serie: de bloggende journalist (10)

Twee jaar geleden schreef Jeroen Mirck op De Nieuwe Reporter een stuk onder de uitdagende titel ‘Journalisten moeten bloggen of ze verliezen hun baan‘. Het leverde een stevige discussie op. Jeroen Mirck is dus de ideale kandidaat om deze serie over bloggende journalisten af te sluiten. Aflevering 10: Jeroen Mirck, redactie chef van Emerce en blogger op JeroenMirck.nl.

Read more →

Weinig toenadering journalisten tot publiek

Internet biedt legio mogelijkheden voor interactie. Webfora, e-mail, reaguren, twitteren, bloggen: de mogelijkheden zijn al lang niet meer op één hand te tellen. Journalisten kunnen daardoor als nooit tevoren in contact treden met hun publiek. Ze zouden zelfs kunnen samenwerken met lezers en kijkers. Die zouden hen kunnen wijzen op fouten, helpen aan tips en materiaal (foto’s, video), en noem maar op. Journalisten en publiek zouden zo gezamenlijk kunnen werken aan een betere journalistiek. Maar onlangs verschenen onderzoek wijst erop dat journalisten daar niet erg voor open staan.

Het onderzoek is uitgevoerd in een hele trits Europese landen. In totaal zijn 89 journalisten geïnterviewd van diverse media uit elf landen. Ook een aantal Nederlandse journalisten hebben meegedaan, van Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad, NOS Journaal en RTL Nieuws. Het ging daarbij om mensen die ruime ervaring hadden in de journalistiek en werkzaam waren op belangrijke redactionele posities binnen de betreffende media.

Uiteraard zijn niet alle journalisten die mening toegedaan. In elk land zijn slechts enkele journalisten geïnterviewd. Maar het zijn wel journalisten in leidinggevende functies, dus daarom is het onderzoek wel veelzeggend. Want dat zijn uitgerekend de journalisten die vernieuwen kunnen doorvoeren of blokkeren.

Het zal weinig verbazing wekken dat alle journalisten vinden dat de verhouding met het publiek de afgelopen tien jaar aanmerkelijk veranderd is. Alle nieuwe technologie heeft in hun ogen inderdaad gezorgd voor meer en directer contact tussen journalisten en het publiek.

Maar welke consequenties heeft dat gehad? De journalisten zijn van mening dat de cruciale verandering is dat ze tegenwoordig een beter beeld hebben van de behoeftes en voorkeuren van het publiek. Dus kunnen ze daar beter dan ooit op inspelen.

Opmerkelijk is wel dat ze daarbij aangeven dat die verandering vooral is ingegeven door commerciële motieven: de concurrentie tussen media is fors toegenomen en het is van levensbelang om voldoende publiek te blijven te trekken, dus dan is het zaak om te weten wat de consument wil.

Vanuit journalistiek oogpunt is deze ontwikkeling een slechte zaak, menen de journalisten. Ze typeren de wensen van het publiek in termen van ‘slechte smaak’ en ‘gebrek aan interesse’. Meer rekening houden met wat het publiek wil is in hun ogen dan ook een ondermijning van de kwaliteit van de berichtgeving, want het leidt tot steeds meer ‘zacht’ nieuws.

Desondanks houden de journalisten de teugels stevig in eigen hand. Ze mogen dan wel meer rekening houden met de wensen van het publiek, uiteindelijk beslissen de journalisten over de inhoud. Een journalist van Le Monde: “De lezers vertellen ons niet wat we moeten schrijven. Ze kunnen aangeven welke onderwerpen ze van belang vinden, maar ze beslissen niet wat wij in de krant zetten.”

Hieruit spreekt een nogal afwerende houding naar het publiek. Het is blijkbaar een hele handreiking om naar het publiek te luisteren, maar veel verder dan dat moet het ook niet gaan. Enige samenwerking met lezers, kijkers en luisteraars brengen de journalisten in het onderzoek niet ter sprake. Blijkbaar zien ze niet in dat de journalistieke kwaliteit daar baat bij zou kunnen hebben. De inbreng van het publiek zien ze vooral als een bedreiging voor journalistieke kwaliteit. Het publiek is in de beleving van journalisten nog altijd het klootjesvolk met een enorme wansmaak en zucht naar sensatie.

Het genoemde onderzoek is onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Westminster Paper in Communication and Culture. Het artikel is van Monika Metykova en heet Drifting apart? European journalists and their audiences.

Geen tijd voor het publiek


Druk, druk, druk. Dus ook geen tijd voor de lezers. Dat is de reactie die ik ontving van De Gelderlander op mijn vragen over de foutieve kop boven een bericht over wielrenner Lars Boom (zie mijn bericht van zaterdag).

Het bewuste bericht was zaterdag op de website van De Gelderlander verschenen met de kop ‘Lars Boom vierde in tijdrit op WK’. Dat klopte niet, want in het bericht viel te lezen dat het ging om een vierde plek in een tamelijk onbekende etappekoers. Na onder meer een reactie van een lezer onder het bericht en mijn e-mail aan de redactie, werd de kop aangepast.

Opmerkelijk was – naar mijn idee – dat de reactie van de lezer werd verwijderd. Het leek mij logischer dat de redactie zou reageren op de lezersreactie door te melden dat het foutje was hersteld. Op die manier ga je de dialoog aan met je – opmerkzame en behulpzame – publiek. Ook op mijn e-mail kwam geen reactie. Ik had gerekend op iets als ‘bedankt, we hebben het aangepast’. Ook weer in het kader van dialoog met je publiek.

Op maandag besloot ik mijn licht op te steken bij de lezersredacteur van De Gelderlander, Huub Kerkhoffs. Even een mailtje getikt met de vragen die me bezighielden: waarom meldt de redactie niet wat er is gewijzigd aan een bericht? Waarom was de lezersreactie verwijderd in plaats van beantwoord? Waarom reageert de redactie niet op lezers die wijzen op een slordigheid of fout?

Van de lezersredacteur ontving ik geen antwoord, maar dinsdagavond kreeg ik mail van Rob Vunderink, chef multimedia van De Gelderlander. Geen specifieke antwoorden op mijn vragen, maar een simpele verklaring in enkele kernwoorden: bezetting, werkdruk en tijd. “Onze multimediaredactie doet wat ze kan en laat wat zij niet kan.” Kortom, er is geen tijd om te reageren op input van lezers.

De slordigheden die in berichten sluipen zijn vanzelfsprekend terug te voeren op dezelfde oorzaak: geen tijd. Berichten moeten in rap tempo het internet op om actueel te blijven, dus tijd voor controle van de feiten is er niet. En tijd voor interactie met lezers is er blijkbaar ook niet. Want redacties hechten meer waarde aan actualiteit en snelheid dan aan interactie, zoals ook is gebleken uit onderzoek dat ik hier eerder besprak.

In feite is het nogal kortzichtig om zo slordig om te springen met input van lezers. Juist nu er goede mogelijkheden zijn voor interactie (bijvoorbeeld via reacties onder berichten en e-mail) zouden journalisten daar gebruik van moeten maken, simpelweg omdat ze er voordeel van hebben. Lezers kunnen waarschuwen voor gemaakte fouten, geven aan welke informatie ontbreekt of waar ze meer over zouden willen weten. Door samen te werken met lezers kan berichtgeving eenvoudigweg aan kwaliteit winnen.

Dat vereist wel een omslag in denken over journalistiek. Een omslag van journalistiek als eenrichtingsverkeer naar journalistiek als dialoog. Voorlopig lijkt de journalistiek daar nog niet echt voor open te staan.

Actualiteit gaat boven interactiviteit


Het internet beloofde radicale veranderingen voor de journalistiek. Snelheid en actualiteit zouden nog belangrijker worden. Maar ook interactiviteit en publieksparticipatie zouden een prominente rol gaan vervullen. Maar dat laatste komt maar langzaam op gang, zeker bij gevestigde nieuwsredacties. De oorzaak? Journalisten vinden actualiteit belangrijker dan interactiviteit.

Dat blijkt uit een onderzoek van David Domingo dat onlangs verscheen in de Journal of Computer-Mediated Communication. Hij was op enkele internetredacties (twee van een krant, één van een omroep en één zelfstandige webredactie) in Catalonië (Spanje) aanwezig om het werk van journalisten te observeren en hield interviews met hen. Juist van die webredacties zou je verwachten dat ze gebruik maken van toepassingen die interactie met het publiek mogelijk maken.

In de gesprekken benadrukten de internetjournalisten steeds dat interactiviteit een belangrijk element is van internetjournalistiek. Maar in hun werk bleek interactie met het publiek een marginale rol te spelen. De journalisten erkennen dat ze de mogelijkheden voor interactiviteit niet volop benutten. Als oorzaak wijzen ze op een tekort aan middelen: te weinig mankracht om initiatieven te ontplooien en in de lucht te houden.

Maar volgens het onderzoek was vooral de klassieke journalistieke cultuur de boosdoener. Binnen die cultuur is actualiteit een groot goed: het nieuws zo snel mogelijk publiceren, het liefst eerder dan alle concurrenten. Dat was dan ook de prioriteit van de onderzochte internetredacties. Door te scoren op actualiteit konden ze hun bestaansrecht tegenover andere redacties bewijzen.

Op de redactie die geen banden had met een traditionele nieuwsmedium waren meer interactieve intitiatieven dan op de andere redacties. Deze webredactie werd veel minder gehinderd door de logica van oude media en was daardoor meer geneigd tot interactie met hun publiek.

De internetredacties van de ‘oude’ media (krant en omroep) zagen interactieve toepassingen vooral als een belemmering voor hun eigenlijke taken. Voor de zelfstandig opererende webredactie was interactiviteit vooral een uitdaging om berichtgeving te verrijken met input van gebruikers.

Wie wil interactie?


Sinds Web2.0 flink aan de weg timmert zijn ‘participatie’ en ‘interactie’ de toverwoorden. Ook de journalistiek moeten eraan geloven. Op een beetje nieuwssite barst het van de mogelijkheden voor de bezoeker: foto’s inzenden, reacties onder berichten plaatsen, video’s aanklikken, tips versturen, de redactie mailen, de openingspagina personaliseren, chatten met de redactie. Het kan niet op. Maar wie maken er eigenlijk gebruik van?

Die vraag staatd centraal in het onderzoek van Deborah Chung dat onlangs is gepubliceerd in de Journal of Computer-Mediated Communication. Ze liet bezoekers van een krantensite een online enquête invullen over hun gebruik van interactieve toepassingen op nieuwssites.

Vervolgens blijkt dat de gemiddelde bezoeker weinig gebruik maakt van de mogelijkheden. Door de bank genomen wordt elke interactieve toepassing slechts af en toe gebruikt door een sitebezoeker. Vooral de meeste interactieve toepassingen, zoals fora en chatten, kennen een beperkt aantal gebruikers.

En wie zijn die gebruikers van interactieve toepassingen? Het zijn mensen – vooral mannen – die politiek betrokken zijn en vertrouwen hebben in online nieuwssites. Het lijkt dus van belang voor nieuwssites om vertrouwen bij het publiek te kweken om ze te verleiden tot gebruik van de interactieve mogelijkheden.

Maar hoe zit het met dat weinige gebruik van interactieve toepassingen? Hebben mensen er geen behoefte aan? Of is de oorzaak dat nieuwssites veel van de onderzochte toepassingen helemaal niet aanbieden? Uit diverse onderzoeken is immers gebleken dat veel nieuwsredacties de interactieve mogelijkheden van het web nauwelijks benutten.

De beperkte beschikbaarheid van interactieve toepassingen is volgens onderzoeker Chung onmiskenbaar een belangrijke oorzaak van het weinig gebruik. Via e-mail laat ze weten: “Over the past few years, I have observed little or gradual change in the incorporation by major news organizations of interactive features that facilitate interpersonal communication and personal expression. Because of such limited availability, news audiences do not feel accustomed to using these features on news sites. I believe that this will change as more and more news publications are joining the Web 2.0/3.0 movements and allowing news audiences to express their perspectives and join the conversation.”

Onderzoeken zoals deze wekken nogal eens de suggestie dat de waarde van interactieve toepassingen zit in het actieve gebruik door mensen: foto’s insturen, reacties plaatsen, chatten en noem maar op. Maar wellicht zitten veel mensen daar niet op te wachten, maar vinden ze het wel bijzonder leuk of interessant om de bijdragen van andere bezoekers te bekijken. Het zou goed zijn om ook dit passievere gebruik in vervolgonderzoek eens onder de loep te nemen. Dan krijg je een beter beeld van de toegevoegde waarde van al die interactieve toepassingen.