Tag: multimedia

Daarom embedden nieuwssites liever geen NOS-video’s

Vorige week vroeg ik me af waarom krantensites en andere nieuwssites niet linken naar NOS-video’s. Of die video’s embedden in hun berichten, want dat mag van de NOS. De aanleiding waren berichten over de Ronde van Spanje die makkelijk verrijkt zouden kunnen worden met een samenvatting  van de etappe in bewegend beeld. Dat redacties dat niet doen heeft verschillende redenen, zo maakt her en der navragen duidelijk. Read more →

“Voor kranten zijn boeken niet aantrekkelijk”

In 2006 verkrachtte en vermoordde Peter H. de vijftienjarige Melanie Sijbers. Twee jaar daarvoor was hij op gezag van de rechter ontslagen uit de tbs-kliniek waar hij in behandeling was vanwege enkele verkrachtingen. Hoe kon dat zo gebeuren? Fleur Besters, politieverslaggever van het Eindhovens Dagblad, reconstrueerde de affaire, sprak uitvoerig met slachtoffer Wies de Win en schreef er een intrigerend boek over: ‘Gegijzeld door een psychopaat’. Welke rol speelt de krant als een verslaggever een boek schrijft? Read more →

Manieren van multimediale journalistiek

Multimediale journalistiek is de toekomst. Maar wat is dat eigenlijk, ‘multimediale journalistiek’? En hoe werkt dat, ‘multimediale journalistiek’? En wanneer is er sprake van ‘multimediale journalistiek’? Die vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden, want ‘multimediale journalistiek’ kent vele verschijningsvormen. Read more →

Van papier naar digitaal

De Amerikaanse dagbladen gaan door een diep dal.  Legio kranten raken in de problemen doordat ze in groten getale lezers en adverteerders zien afhaken. Een van de recente slachtoffers is Rocky Mountains News, waar de persen na 150 jaar tot stilstand zijn gekomen. En The Christian Science Monitor is gestopt met het dagelijks drukken van kranten en bestaat alleen nog op internet. Newseum maakte hier een kort video-item over. Read more →

Tijdsdruk voor multimediale journalisten


Journalisten werken zich een slag in de rondte om de groeiende hoeveelheid krantenpagina’s te vullen. Met als gevolg dat berichten van persbureaus en voorlichters steeds vaker rechtstreeks de kolommen instromen, want journalisten hebben geen tijd om alles te controleren en verder uit te zoeken (zie het bericht van gister). De krant moet vol en de dealine wacht onverbiddelijk.

Maar niet alleen groeit het aantal krantenpagina’s, ook het produceren voor meerdere media is in opmars. Dat houdt in dat journalisten niet alleen een bijdrage leveren aan de krant of de radio of de televisie of de website, maar het liefst aan allemaal. Eerst live verslag doen voor de radio, dan een nieuwsbericht tikken voor de website, vervolgens een item voor het televisienieuws monteren en dan nog een achtergrondstuk schrijven voor de krant.

Is dit een positieve ontwikkeling voor de journalistiek? Of wederom een zwaardere belasting voor journalisten?

In Spanje stapte de regionale nieuwsorganisatie Novotécnica in 2004 over op een ‘integrated newsroom’. Dat betekende dat alle journalisten voortaan zouden produceren voor zowel de krant (La Voz de Almería), radio (Cadena Ser) als televisie (Localia). Onlangs gepubliceerd onderzoek maakt duidelijk dat deze overgang niet zonder slag of stoot ging. Enkele oudere, ervaren journalisten lieten weten niets te zien in zo’n omscholing tot multimediajournalist en namen de benen.

Andere journalisten zagen wel brood in de verandering omdat ze daardoor in drie media hun berichten zouden terugzien, en dus meer mensen zouden kunnen bereiken. Maar ook bi j hen verliep de overgang niet zonder slag of stoot. Ze moesten veel nieuwe vaardigheden leren, zoals videomontage, fotografie, radiointerviews maken en voice-overteksten schrijven. De bijscholing die ze kregen was minimaal waardoor het multimediaal werken met horten en stoten verliep.

Het grootste euvel voor journalisten was echter dat ze minder tijd bleken te hebben voor hun informatiegaring. Het produceren van items voor de verschillende media kost immers de nodige tijd. Een journalist die voorheen louter voor de krant schreef vertelde: “Vaak moet ik binnen een uur weer terug zijn op de redactie met mijn verhaal. Ik kan niet zoals vroeger wat langer wegblijven om aanvullend onderzoek te doen of extra bronnen te interviewen.”

Meer tijd voor productie en minder voor informatiegaring betekent volgens de journalisten dat hun journalistieke standaarden regelmatig in het geding zijn. Voor het checken van informatie of het raadplegen van diverse bronnen is vaak geen tijd, wat ten koste gaat van de betrouwbaarheid en diversiteit van de berichtgeving.

Het genoemde onderzoek betreft deze publicatie:

Journalistiek uit een rugzak


De camjo is een oprukkend fenomeen in de journalistiek. Kort gezegd houdt dit in dat de televisiejournalist zelf de camera bediend en zijn reportages monteert. Een aparte cameraman en editor zijn daardoor overbodig.

Gisteren werden de voor- en nadelen ervan bediscussieerd op De Nieuwe Reporter. Allard Berends van Omroep Flevoland verzet zich vooral tegen het argument dat camjo’s kostenbesparend zouden zijn. Het filmen en monteren kost verslaggevers namelijk veel tijd. Bovendien is de audio niet geschikt om te gebruiken voor radioreportages.

Wim Kramer van RTV Utrecht komt daarentegen met TNO-cijfers waaruit zou blijken dat camjo’s minder uren kwijt zijn aan het maken van een reportage dan een heel team bestaande uit een bureauredacteur, verslaggever, cameraman en editor. Maar hij beaamt dat de geluidskwaliteit van de apparatuur die camjo’s gebruiken onvoldoende is om op de radio uit te zenden. Bij RTV Utrecht blijven daarom radioverslaggevers actief.

Een journalist zo’n beetje alle disciplines beoefent is Tim Overdiek, correspondent voor de NOS in Londen. Hij bedient de filmcamera, houdt interviews, monteert filmpjes, maakt foto’s, schrijft op een weblog en maakt radioreportages. Gister was hij te gast op de Universiteit Leiden voor een seminar van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media.

Overdiek erkent dat het een hoop gedoe is om als zo’n duizendpoot te werken. Hij sleept een grote rugzak en twee tassen mee om zijn apparatuur te vervoeren. Bovendien is het vaak improviseren om aan film-, geluids- en fotomateriaal te komen. Zo zeult hij naast zijn filmcamera en laptop, speciale apparatuur met zich mee voor het maken van radioverslagen.

Naar zijn idee levert het uiteindelijk een enorme kostenbesparing op als één journalist al die disciplines beheerst. Bovendien is het noodzaak: “mensen consumeren het nieuws op steeds meer verschillende manieren. Als journalist moet je daarop in kunnen spelen, je moet steeds op zoek gaan naar nieuwe vormen om het nieuws te brengen.”

Vooralsnog zijn de meningen en ervaringen met camjo’s blijkbaar heel wisselend. Het vergt in elk geval een bijzondere drive om te slagen als camjo: je moet goed willen zijn in al die vormen van journalistiek die voorheen zo strikt gescheiden waren.

Multimediale lobby

‘Lobbyen’ is in de ogen van veel mensen een wat duistere bezigheid. Het speelt zich af in wandelgangen, achterkamertjes en op andere schimmige plaatsen. De beoefenaars zijn gladjakkers die op slinkse wijze hun zin willen doordrijven. Steekpenningen en leugens zijn de wapens die ze gebruiken.

Dit schimmige imago van de lobby komt doordat je er bijna nooit iets over leest of ziet in de media. Politieke berichtgeving is er volop, maar wat zich achter de schermen afspeelt blijft meestal buiten beeld.

Om de lobby eens wat zichtbaarder te maken hebben de masterstudenten van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden zich een maand lang verdiept in dit onderwerp. Gisteren presenteerden ze hun project. In samenwerking met de Volkskrant hebben ze een multimediale website gemaakt waarin een kijkje wordt gegeven in de keuken van de lobbywereld. Orgaantransplantatie, landbouw en de katholieke kerk, allemaal hebben ze lobbyisten rondlopen die het Europees parlement, de Tweede Kamer of de gemeenteraad proberen te beïnvloeden. Het is een mooi project geworden; de studenten zijn klaar om hun handen te laten wapperen tijdens hun stages op diverse redacties.