Tag: NOS-Journaal

Beelden van de NOS-indringer wel of niet uitzenden: een duivels dilemma

nos kaping

Had de NOS de beelden mogen uitzenden van de jongeman die vorige week donderdag met een namaakpistool het NOS-gebouw binnendrong? Ik vraag het me al een paar dagen af. En ik weet het nog steeds niet. Het ene moment denk ik van wel, het volgende moment denk ik van niet.

Read more →

Liegt het NOS Journaal?

Poetin

 

GeenStijl beschuldigde Het NOS Journaal vandaag van liegen. Dat liet NOS-hoofdredacteur Gelauff niet op zich zitten. Hij vond dat GeenStijl het mis had. Maar ook weer niet helemaal. Hoe zit het nu: loog het NOS Journaal met beelden van de Russische president Poetin?
Read more →

Niet bloggers, maar journalisten zijn te vaak anoniem

“Bloggers publiceren voordat ze weten hoe het echt in elkaar steekt en ze maken zich vaak niet bekend. Waar journalisten met open vizier werken, schenden de meeste bloggers de vertrouwelijkheid van hun naaste omgeving.” In enkele straffe pennestreken zet NOS-ombudsman Guikje Roethof op Villamedia het verschil tussen bloggers en journalisten neer. Het is een karikatuur: alsof je maar één smaak bloggers en één smaak journalisten hebt. Bovendien is het een uiterst negatieve en beperkte visie op bloggers. Het is veel nuttiger om eens goed te bekijken wat journalisten zouden kunnen leren van bloggers. Read more →

"Weblog is een afspraak in het café"

Serie: de bloggende journalist (7)

Bloggers en journalisten. Die combinatie zorgt nog regelmatig voor discussie. Maar inmiddels zijn bloggende journalisten al lang geen zeldzaamheid meer. Tijd voor een serie om een indruk te krijgen van de bloggende journalistiek in Nederland. Aflevering 7: Margriet Brandsma, correspondent voor het NOS-Journaal in Berlijn.

Read more →

NOS komt met herstelrubriek


Het NOS Journaal werkt aan een een hersterubriek op internet om fouten recht te zetten en aanvullingen te geven. Dat laat Tim Overdiek, adjunct hoofdredacteur van de nieuwsrubriek, me weten na vragen over het foutieve item over de geboortegolf in de Bommelerwaard.

Read more →

Geboortegolf is onzingolf

Zelfs het gerenomeerde NOS Journaal bracht gister het nieuws van een geboortegolf in de Bommelerwaard die zou zijn veroorzaakt door een stroomstoring negen maanden eerder. Gelukkig hebben we ook nog de studenten van de School voor de Journalistiek in Tilburg die het werk doen dat journalisten verzuimen.

Bekijk hier het item van het NOS Journaal:

Ons ‘nationale nieuwsinstituut’ meldt in de uizending dat “er een verband blijkt te bestaan tussen een Apache-helikopter en de ooievaar.” Sacha de Boer vertelt dat er “negen maanden later opeens heel veel meer kinderen werden geboren. In de gemeente Maasdriel kwamen afgelopen maand 26 baby’s ter wereld en dat is een stijging van 44%.” Een stijging van 44%? Ten opzichte van? De maand ervoor? Het langjarig gemiddelde? September vorig jaar? Kortom, 44% non-informatie.

De studenten van de School voor de Journalistiek Tilburg doen het een stuk beter. In hun project ‘factchecken‘ hebben zij enkele relevante cijfers verzameld die in de media ontbraken. Student Bart Gotink doet verslag op het FHJ Factcheck-blog.

Het belangrijkste is dat hij vraagtekens zet bij de geboortegolf. Zo vraagt hij zich af of 26 borelingen in de gemeente Maasriel in een willekeurige maand bijzonder is. Dat blijkt niet zo te zijn, want in 2007 waren er drie maanden met 26 of meer geboortes: maart (26), juli (27) en oktober (28).

Verder heeft hij gekeken hoe het zit met de andere gemeentes waar ook sprake was van een stroomstoring. Wat blijkt?

  • In de gemeente Zaltbommel daalde het aantal geboorten van 35 in 2007 naar 24 in 2008.
  • In Lingewaal steeg het aantal geboorten van 16 naar 17.
  • In Neerijnen daalde het geboorten van 5 naar 3.
  • Het aantal geboren kinderen in het gebied van de storing komt daardoor uit op een kleine daling, van 70 in september 2008 tot 74 in september 2007.

Maar ach, dat zijn maar cijfers. En die moeten we eigenlijk helemaal niet zo serieus nemen. Dat is althans de mening van BNR Nieuwsradio-verslaggever Harmen van der Veen die het ‘nieuws’ de wereld in bracht. Tegenover factchecker Gotink verklaart hij: “Bij het soort reportages dat ik maak gaat het ook om de beleving. En de impact in het dorp was behoorlijk. Overal stonden borden in de tuin met de babynamen, blijkbaar een traditie in Gelderland. De kraamverzorgers vertelden dat ze het erg druk hadden. Dat zijn ook factoren die bepalen of het een verhaal waard is.” Oftewel: ook al is het geen geboortegolf, als we maar doen alsof, dan is het ook nieuws.

Zaten dan alle journalisten te slapen? Nee, niet allemaal. Het Brabants Dagblad berichtte dinsdag weliswaar nog – met enig voorbehoud – over een ‘geboortegolfje’, maar kwam vanochtend met het bericht ‘moe van onzin Apachekindjes‘.

Applaus dus voor het Brabants Dagblad? Niet helemaal. De krant is namelijk zo flauw geweest om het misleidende bericht van dindsdag van de site te gooien. Wie de oude link aanklikt komt op een pagina met de tekst: “Er is iets fout gegaan… De door u opgevraagde pagina of het door u gezochte artikel bestaat niet (meer). In de loop der tijd kunnen pagina’s, artikelen en afbeeldingen verplaatst of verwijderd zijn.” Erg onsportief om niet even te melden dat de redactie het aanvankelijk niet helemaal bij het rechte eind had.

Toevoeging 30 oktober, 9.22 uur:
Screenshot van het bericht van het Brabants Dagblad van dinsdag 28 oktober waarin melding wordt gemaakt van een “geboortegolfje van Apachekindjes”.

Vloeibare Volkskrantjournalistiek

“Het is toch niet te geloven?” Dat dacht ik toen ik het bericht van de Volkskrant zojuist weer las nadat ik op het linkje had geklikt in mijn bericht van gister. Ik weet toch echt zeker dat gister in dat Volkskrantstukje werd beweerd dat de Amerikaanse verkiezingsuitzending van de NOS zeker drie ton zou gaan kosten. En NOS-hoofdredacteur Hans Laroes zou daarop gezegd hebben dat die schatting hem nog aan de lage kant leek. Maar dat staat er nu niet meer…

Nu meldt het bericht een bedrag van 245 duizend euro en het citaat van de hoofdredacteur is verdwenen. Het tekstje in kleine lettertjes onder de kop verklaart wellicht iets. Daar staat dat het bericht is gepubliceerd is op 8 september 2008 om 6.44 uur. ’s Avonds om 22.21 uur is het bijgewerkt. Met andere woorden, de foutieve informatie van anonieme bronnen is vervangen door gegevens die bekend zijn gemaakt tijdens de persconferentie van Hans Laroes. Om de onjuiste primeur onder het kleed te moffelen heeft de redactie het bericht aangepast. Dat is het mooie van internet, het staat niet met inkt gedrukt, dus met een druk op de knop kan je een tekst wijzigen. Ideaal voor het bedrijven van vloeibare Volkskrantjournalistiek.

Enigszins verhelderend is het weblog van NOS-hoofdredacteur Laroes. Niet zozeer zijn rechtvaardiging van het immense bedrag dat hij wil spenderen aan de Amerikaanse verkiezingsnacht, maar zijn reactie op een opmerking van een lezer. Daar zegt hij dat de Volkskrant hem foutief heeft geciteerd en dat hij om rectificatie heeft gevraagd. De Volkskrant is blijkbaar niet zo openhartig om te rectificeren, maar plaatst gewoon een nieuw bericht en verwijdert de foutieve informatie. Ongekend hoe makkelijk de geschiedenis tegenwoordig te manipeleren is.

Het is best netjes dat de redactie vermeldt dat het bericht is gewijzigd. Maar wat er gewijzigd is wordt niet verteld. Ook kan je de wijzigingen niet traceren. Eigenlijk is dat behoorlijk amateuristisch, want dat gebeurt wel bij een amateursite als Wikipedia. Daar kan je precies zien hoe teksten zijn veranderd. Dat geldt trouwens ook voor En.nl, een proefproject van de Volkskrant waar klaarblijkelijk wel wat van geleerd kan worden.

Ook opmerklijk is dat er ook nog weer een ander bericht is gepubliceerd over de persconferentie van Laroes. Met nog weer wat nieuwe informatie. Maar waarom is dat niet gewoon weer aan dat oude bericht geplakt om het verhaal compleet te maken?

Het merkwaardige is dus dat ik nu een stuk op mijn blog heb staan waarin ik iets schrijf over een Volkskrantbericht, maar als je de link aanklikt en het bericht doorneemt, lees je hele andere dingen dan ik heb gemeld. Hoe moet dat nu? Gaan de mensen nu denken dat ik dingen uit mijn duim zuig?Dat ik een leugenaar ben? Zal ik mijn bericht snel aanpassen aan de werkelijkheid van de Volkskrant? Of helemaal verwijderen? Of de link weghalen? Ik weet het niet. Bedankt Volkskrant!

[Update 11 september: Gelukkig heeft Bert Brussen het originele Volkskrantbericht online gezet]

‘Er bij willen zijn’ kost een bom duiten


Vorige week schreef Jeff Jarvis (hoogleraar Journalistiek aan de City University in New York) een vlijmscherp protest tegen de overweldigende aanwezigheid van journalisten op de partijconventies van de Amerikaanse presidentkandidaten Obama en McCain. Liefst 15.000 reporters waren ter plekke om verslag te doen. In deze tijden van bezuinigingen bij redacties een schaamteloze verkwisting van geld en middelen, betoogt de professor.

Hij stelt dat het zinloos is dat zoveel journalisten verslag doen van één en dezelfde bijeenkomst. Het voegt niets toe, het is meer van hetzelfde. De enige reden dat journalisten er met de neus bovenop willen staan is hun ego: “They feel important for being there and their publications feel important for sending them.” In feite zijn ze in journalistiek opzicht nutteloos, ze werken slechts mee aan de strak geregiseerde campagnemachines van beide partijen. Het zou volgens Jarvis nuttiger zijn als redacties hun geld en mankracht zouden inzetten om zich te verdiepen in kwesties die burgers bezighouden en zaken grondig uit te zoeken.

Een zelfde verkwisting lijkt aanstaande bij het NOS Journaal. De Volkskrant meldt vandaag dat er nachtelijke uitzending op stapel staat die zeker drie ton gaat kosten. Het plan zou inhouden dat de NOS en ploeg van dertig mensen plus een lading apparatuur overvliegt naar Washington om de Amerikaanse verkiezingsnacht live te verslaan. Het bericht lijkt te onwaarschijnlijk voor woorden, want de redactie moet behoorlijk bezuinigen. En waarom zou je zo’n uitzending met zoveel mensen in Washington moeten maken terwijl tegenwoordig in een vloek en een zucht alle informatie, beelden en uitslagen de wereld over vliegen? Wellicht ook hier weer een kwestie van ego om erbij te zijn geweest?

Misschien is het allemaal ook wel niet waar. Het Volkskrant-bericht blinkt namelijk uit in vaagheden als ‘volgens insiders’ en ‘diverse prominenten zijn kwaad’. Wie dat zijn meldt de krant niet. En wat de reden voor die schimmigheid is wordt ook niet vermeld. Wel meldt het bericht dat de hoofdredacteur van het NOS Journaal, Hans Laroes, op een persconferentie tekst en uitleg zal geven. Wanneer die zal zijn wordt echter ook niet vermeld…

Journalistiek uit een rugzak


De camjo is een oprukkend fenomeen in de journalistiek. Kort gezegd houdt dit in dat de televisiejournalist zelf de camera bediend en zijn reportages monteert. Een aparte cameraman en editor zijn daardoor overbodig.

Gisteren werden de voor- en nadelen ervan bediscussieerd op De Nieuwe Reporter. Allard Berends van Omroep Flevoland verzet zich vooral tegen het argument dat camjo’s kostenbesparend zouden zijn. Het filmen en monteren kost verslaggevers namelijk veel tijd. Bovendien is de audio niet geschikt om te gebruiken voor radioreportages.

Wim Kramer van RTV Utrecht komt daarentegen met TNO-cijfers waaruit zou blijken dat camjo’s minder uren kwijt zijn aan het maken van een reportage dan een heel team bestaande uit een bureauredacteur, verslaggever, cameraman en editor. Maar hij beaamt dat de geluidskwaliteit van de apparatuur die camjo’s gebruiken onvoldoende is om op de radio uit te zenden. Bij RTV Utrecht blijven daarom radioverslaggevers actief.

Een journalist zo’n beetje alle disciplines beoefent is Tim Overdiek, correspondent voor de NOS in Londen. Hij bedient de filmcamera, houdt interviews, monteert filmpjes, maakt foto’s, schrijft op een weblog en maakt radioreportages. Gister was hij te gast op de Universiteit Leiden voor een seminar van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media.

Overdiek erkent dat het een hoop gedoe is om als zo’n duizendpoot te werken. Hij sleept een grote rugzak en twee tassen mee om zijn apparatuur te vervoeren. Bovendien is het vaak improviseren om aan film-, geluids- en fotomateriaal te komen. Zo zeult hij naast zijn filmcamera en laptop, speciale apparatuur met zich mee voor het maken van radioverslagen.

Naar zijn idee levert het uiteindelijk een enorme kostenbesparing op als één journalist al die disciplines beheerst. Bovendien is het noodzaak: “mensen consumeren het nieuws op steeds meer verschillende manieren. Als journalist moet je daarop in kunnen spelen, je moet steeds op zoek gaan naar nieuwe vormen om het nieuws te brengen.”

Vooralsnog zijn de meningen en ervaringen met camjo’s blijkbaar heel wisselend. Het vergt in elk geval een bijzondere drive om te slagen als camjo: je moet goed willen zijn in al die vormen van journalistiek die voorheen zo strikt gescheiden waren.

Wat journalisten met blogs doen

“Journalisten moeten bloggen”, beweerde Henk Blanken twee dagen geleden heel stellig op zijn blog. “Ik ga niet bloggen,” bezwoer NOS Journaalpresentator Sascha de Boer twee dagen eerder. Haar collega Philip Freriks blogt omdat het moet. Het is hem min of meer opgedrongen door de buitenlandcorrespondent in Londen, Tim Overdiek, die zelf fanatiek blogt onder het credo dat journalisten zonder weblog geen toekomst hebben.

Zie hier in een notendop de ambivalente houding van journalisten tegenover bloggen. Vroeger was het eenvoudig, toen hadden journalisten de alleenheerschappij. Ze verzamelden, publiceerden en becommentarieerden het nieuws. Tegenwoordig doen legio niet-journalisten daar even hard aan mee op hun blogs. Wat moeten journalisten nu met dat geblog in de wereld om hen heen? Meedoen? Doodzwijgen? Wat mee experimenteren?

Een begin dit jaar gepubliceerd artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Journalism Practice besteedt aandacht aan dit dillema. De ondezoekers veronderstellen dat blogs een bedreiging zijn voor de journalistieke professie omdat bloggers zich op een terrein begeven dat voorheen voorbehouden was aan professionele journalisten. Daarom zullen journalisten op een of andere manier iets met dit nieuwe fenomeen moeten doen, ze kunnen het niet links laten liggen.

Er zijn verschillende opties voor journalisten. Zo kunnen ze blogs gaan gebruiken voor hun nieuwsgaring. Dit is een vorm van ‘coöptatie’: journalisten verkiezen bepaalde blogs om te gaan gebruiken als informatiebron, naast hun ‘oude’ bronnen. Ze zetten zich dus niet af tegen blogs, maar gebruiken ze om aan nieuws en informatie te komen.

Een andere mogelijkheid is dat journalisten zelf gaan bloggen. Nieuwsorganisatie bieden de eigen medewerkers de mogelijkheid om een blog bij te houden. Dit wordt aangeduid als ‘amalgamatie’: de beroepsgroep lijft de concurrentie als het ware in. Vergelijkbaar met artsen die zich zijn gaan ontfermen over homeopathie.

Dan is er ook nog de mogelijkheid om de transparantie en interactie in de journalistiek te vergroten. Een mogelijke reden voor de populariteit van blogs zou de onvrede van mensen kunnen zijn over het gesloten bolwerk van de journalistiek. Journalisten zouden het contact hebben verloren met hun publiek en bloggers profiteren daarvan. Journalisten zouden daarop kunnen reageren door hun berichtgeving transparanter te maken en hun publiek meer mogelijkheden tot interactie te bieden.

De onderzoekers hebben de verschillende opties getoetst bij een aantal Amerikaanse kranten. Hieruit blijkt dat de dominante strategie van journalisten is om blogs te gebruiken voor hun nieuwsgaring. Dat is een tamelijk behoudende strategie. Zo proberen journalisten immers controle te houden over hun rol als nieuwsleverancier en willen ze zich niet laten verrassen door scoops van bloggers.

Journalisten kiezen in iets mindere mate voor de offensieve strategie om zelf te gaan bloggen. De opmars van blogs doet weliswaar sommige kranten besluiten om hun journalisten ook aan de slag te laten gaan met dit nieuwe genre, maar andere kranten doen dat niet. Dat is herkenbaar, zie de verschillende meningen van Nederlandse journalisten aan het begin van dit stuk.

Wat journalisten volgens dit onderzoek in elk geval niet doen is hun berichtgeving transparanter maken en de interactie met hun publiek verbeteren. Dat is dan ook wel weer herkenbaar, zie de blogs van de Journaalpresentatoren Philip Freriks en Sascha de Boer waar de reactiemogelijkheid veelzeggend buiten werking is gesteld.

Lowrey, W. & Mackay, J.B. (2008). Journalism and blogging: A test of a model of occupational competition. Journalism Practice, 2, p. 64-81. (Abstract is gratis te lezen, het hele artikel lezen vergt een abonnement of eenmalige betaling)