Tag: regionale dagbladen (page 2 of 2)

"Blog als aanvulling op de feiten"

Serie: de bloggende journalist (6)

Bloggers en journalisten. Die combinatie zorgt nog regelmatig voor discussie. Maar inmiddels zijn bloggende journalisten al lang geen zeldzaamheid meer. Tijd voor een serie om een indruk te krijgen van de bloggende journalistiek in Nederland. Aflevering 6: Arnold Mandemaker, regioverslaggever in Veldhoven voor het Eindhovens Dagblad.

Read more →

De onzichtbaarheid van lokale journalisten


Regionale dagbladredacties schreeuwen moord en brand over de toekomst van de regionale journalistiek. Maar tegelijkertijd moet je voor innovatieve regionale journalistiek die gebruik maakt van de interactieve mogelijkheden van internet niet bij regionale dagbladen zijn. Waarom investeren regionale redacties zo weinig in het aanhalen van de band tussen journalisten en publiek?

Vorige week was er volop commotie over de regionale dagbladen van Wegener. De voorgenomen bezuinigingen en ontslagen zorgden voor een hoop ongerustheid over de toekomst van de regionale journalistiek. ‘Journalistiek in gevaar’, waarschuwde Tony van der Meulen, oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, in de Volkskrant van dinsdag 1 juli. ‘Regionale krant wordt tandeloze waakhond‘, voorspelde Trouw op 2 juli. Maar volgens Managersonline.nl moeten de Wegenerjournalisten niet zeuren: “Veel te lang beschouwden zij internet als een bedreiging in plaats van een kans. Met alle gevolgen van dien.”

Een rondje surfen langs de websites van Nederlandse regionale dagbladen maakt al snel duidelijk dat de kranten internet in elk geval niet hebben aangegrepen om de band met de regionale lezer aan te halen. Een eerste blik op de openingspagina’s wekt al meteen de indruk dat veel redacties niet met de volle honderd procent gaan voor hun ‘core business’: lokaal en regionaal nieuws. Op diverse startpagina’s staat veel nationaal en internationaal nieuws. Daarmee wedden redacties op meerdere paarden en dat lijkt me vooral een teken van gebrek aan zelfvertrouwen.

Maar wat vooral opvalt is het kille, afstandelijke en onpersoonlijke karakter van al die sites. De journalisten zijn onzichtbaar en onvindbaar, de mogelijkheden voor interactie zijn beperkt en er is geen nieuws op het niveau van buurten en wijken.

In 2004 schreef ik met mijn collega Liesbeth Hermans voor De Gelderlander een opiniestuk met enkele suggesties voor regionale dagbladen om internet te gebruiken om de banden met hun publiek aan te halen:

Wie nu de website van De Gelderlander (of een willekeurige andere krant) bezoekt, ziet berichten die ook in de papieren krant staan, wat je als lezer onmiddellijk doet afvragen waarom je zo’n dure krant zou kopen als het nieuws ook gratis te lezen is. Jammer is dat mogelijkheden om de website te gebruiken voor het aanhalen van de band met het lezerspubliek niet benut worden. Informatie over de journalisten die de krant maken, is nergens te vinden. Wie zijn die mensen, wat zijn hun specialismen, met welke verhalen houden ze zich op dit moment bezig en hoe kan ik ze direct bereiken, bijvoorbeeld via e-mail?

Journalisten van een regionaal dagblad zouden zichtbaar moeten zijn voor hun lezerspubliek. Van stadsverslaggevers zou je verwachten dat ze zich speciaal richten op een specifieke wijk en dan ook weten wat daar leeft en broeit. Toegankelijkheid naar lezers toe kan bevorderd worden door via de website kenbaar te maken wie de verslaggever in hun wijk is.

Mensen kunnen dan gericht contact zoeken, berichtgeving aanvullen, bekritiseren, tips aanleveren en onderwerpen aandragen die in hun wijk leven. Op die manier kan de kloof tussen burgers en journalistiek verkleind worden en bieden journalisten hun lezers nieuwe mogelijkheden om betrokken te raken bij de krant.

Vier jaar later is er in dit opzicht weinig veranderd. Vooralsnog ken ik in Nederland geen regionale kranten die internet hebben aangegrepen om de regionale en lokale journalistiek dichter bij de mensen te brengen.

Ik wil de bovengenoemde punten aanvullen met de suggestie dat het web ook de mogelijkheid biedt om ander en kleiner nieuws aan te bieden dan in de krant staat. Berichten uit dorpen, buurten en wijken zijn vaak niet ‘groot’ genoeg om in de krant te mogen maar kunnen wel prima op de website van een krant. Op een herkenbare plek zodat mensen snel het nieuws uit hun dorp, wijk of stadsdeel kunnen vinden. Maar ook hiervan ken ik geen voorbeelden. Natuurlijk, de Twentsche Courant Tubantia heeft de ‘dorpspleinen‘. Veelzeggend genoeg zijn die ‘dorpspleinen’ geen integraal onderdeel van de website van de krant; ze staan op een aparte site met een eigen url. Bovendien is die site bedoeld voor ‘user generated content’ en is het geen voorbeeld van samenwerking tussen journalisten en burgers; journalisten zijn op de dorpspleinen onzichtbaar.

Uitgerekend kranten met een lokale of regionele binding zouden hun voordeel kunnen doen met de mogelijkheden die internet biedt. De mogelijkheden zijn legio, dus waarom dat zo weinig gebeurt is mij een raadsel. Waarom zijn journalisten zo onzichtbaar voor hun lezers? Waarom zo weinig aandacht voor het ‘kleine’ nieuws uit buurten en wijken? Of zie ik de mooie voorbeelden over het hoofd?

Het tabloideffect


Gisteren was een heuglijke dag voor twee Nederlandse kranten. Het Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger hebben besloten mee te gaan in de vaart der volkeren en verschijnen voortaan op ‘tabloidformaat’. Eerder gingen andere Nederlandse kranten hen voor. Het Parool was de eerste in 2004, Trouw volgde in 2005 en begin 2007 gingen de regionale dagbladen van Wegener overstag.

Het kleinere formaat is bedoeld om tegemoet te komen aan het verlangen van lezers naar een handzamere krant. Uiteraard met de bedoeling om de voortdurende oplagedaling te keren of in elk geval af te remmen. De vraag dringt zich op of dat werkt. Oftewel, is de overstap op tabloidformaat nuttig voor Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad?

Om een antwoord te vinden op die vraag zouden we kunnen kijken naar de oplagecijfers van de regionale voorgangers van deze Limburgse dagbladen (zie onderstaande tabel). Hoe is het de regionale dagbladen vergaan die in februari 2007 zijn overgestapt op een kleiner formaat?


De Gelderlander behaalde na de overstap een minieme oplagedaling van 0,1%. Niet verkeerd, want in het jaar ervoor scoorde De Gelderlander nog een verlies van 5,5%.
BN/De Stem incasseerde in 2007 een verlies van 1,9%. Iets slechter dan De Gelderlander, maar toch ook beter dan het voorgaande jaar toen BN/De Stem een terugval kende van 4,5%. Hetzelfde geldt voor de Stentor, die het oplageverlies wist te verkleinen van 3,9% in 2006 naar 2,2 in 2007. Voor deze drie kranten geldt derhalve dat de oplagedaling wat is afgevlakt. De kranten zien hun oplage iets minder snel krimpen dan voorheen.

Voor twee Wegenerkranten ziet het er nog positiever uit: zij wisten de oplagedaling om te buigen in een bescheiden winst. Het Brabants Dagblad groeide in 2007 met 1% en de PZC met 0,3%.

Dat lijkt positief nieuws, maar hoe verging het in diezelfde periode de andere regionale dagbladen die niet overstapten op een kleiner formaat? In feite bijna net zo goed. Ook hun oplage daalde in 2007 minder snel dan het jaar ervoor. Blijkbaar is dat dus een algehele trend en geen gevolg van het overstappen op tabloid.

Maar onder de kranten die aan hun oude formaat zijn blijven hangen zit geen enkele titel die de oplage heeft zien stijgen, zoals het geval is bij de nieuwe tabloidkranten. Zou het succes van het Brabants Dagblad en PZC een direct effect zijn van hun handzame formaat? Niet echt. Want wat doet een uitgever die zijn kranten een flinke facelift heeft gegeven? Die begint wervingscampagnes en acties. Gevolg: een enorme groei van het aantal proefabonnementen (zie onderstaande tabel).


Maar wat doen de ‘oude’ abonnees als hun krant drastisch verandert? Meestal is de kritiek op de vernieuwde krant niet van de lucht, zoals momenteel ook het geval is bij de Limburgse kranten. Als we louter naar de standaardabonnementen kijken zien we dat ook bij het Brabants Dagblad en de PZC sprake is van abonneeverlies. Bij BN/De Stem en De Twentsche Courant Tubantia is de terugloop van abonnementen zelfs aanmerkelijk hoger dan bij kranten die op groot formaat zijn gebleven.

Opmerkelijk in de abonnemententabel is de groei van het aantal standaardabonnementen bij het Eindhovens Dagblad. Die krant is eerder dan de andere Wegenerdagbladen overgestapt, namelijk in oktober 2006. Na een flink aantal proefabonnementen in dat overgangsjaar zijn er blijkbaar aardig wat mensen blijven hangen. Wellicht dus toch een tabloideffect? De cijfers van volgend jaar zullen het leren.

[De oplagecijfers zijn ontleend aan HOI, Instituut voor Media Auditing]