De camjo is een oprukkend fenomeen in de journalistiek. Kort gezegd houdt dit in dat de televisiejournalist zelf de camera bediend en zijn reportages monteert. Een aparte cameraman en editor zijn daardoor overbodig.

Gisteren werden de voor- en nadelen ervan bediscussieerd op De Nieuwe Reporter. Allard Berends van Omroep Flevoland verzet zich vooral tegen het argument dat camjo’s kostenbesparend zouden zijn. Het filmen en monteren kost verslaggevers namelijk veel tijd. Bovendien is de audio niet geschikt om te gebruiken voor radioreportages.

Wim Kramer van RTV Utrecht komt daarentegen met TNO-cijfers waaruit zou blijken dat camjo’s minder uren kwijt zijn aan het maken van een reportage dan een heel team bestaande uit een bureauredacteur, verslaggever, cameraman en editor. Maar hij beaamt dat de geluidskwaliteit van de apparatuur die camjo’s gebruiken onvoldoende is om op de radio uit te zenden. Bij RTV Utrecht blijven daarom radioverslaggevers actief.

Een journalist zo’n beetje alle disciplines beoefent is Tim Overdiek, correspondent voor de NOS in Londen. Hij bedient de filmcamera, houdt interviews, monteert filmpjes, maakt foto’s, schrijft op een weblog en maakt radioreportages. Gister was hij te gast op de Universiteit Leiden voor een seminar van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media.

Overdiek erkent dat het een hoop gedoe is om als zo’n duizendpoot te werken. Hij sleept een grote rugzak en twee tassen mee om zijn apparatuur te vervoeren. Bovendien is het vaak improviseren om aan film-, geluids- en fotomateriaal te komen. Zo zeult hij naast zijn filmcamera en laptop, speciale apparatuur met zich mee voor het maken van radioverslagen.

Naar zijn idee levert het uiteindelijk een enorme kostenbesparing op als één journalist al die disciplines beheerst. Bovendien is het noodzaak: “mensen consumeren het nieuws op steeds meer verschillende manieren. Als journalist moet je daarop in kunnen spelen, je moet steeds op zoek gaan naar nieuwe vormen om het nieuws te brengen.”

Vooralsnog zijn de meningen en ervaringen met camjo’s blijkbaar heel wisselend. Het vergt in elk geval een bijzondere drive om te slagen als camjo: je moet goed willen zijn in al die vormen van journalistiek die voorheen zo strikt gescheiden waren.