Het is bekend dat sommige mensen de media met argusogen bekijken. Ze vinden journalisten gespuis, want die zijn links, vooringenomen, leugenachtig en politiek correct. De berichtgeving in de media klopt volgens hen voor geen meter, want journalisten verdraaien steevast de werkelijkheid en nemen een loopje met de waarheid. Kortom, het eigen wereldbeeld strookt niet met het beeld dat ze aantreffen in de media.

Het ligt voor de hand dat deze mensen weinig vertrouwen hebben in de media. Uit het onderzoek dat in het vorige bericht aan de orde kwam, blijkt dat mensen met racistische ideeën de traditionele media niet geloofwaardig vinden. Daarentegen vinden ze niet-traditionele internetbronnen juist wel geloofwaardig. Dit zullen vermoedelijk sites zijn die wél aansluiten bij hun eigen wereldbeeld.

De onderzoekers concluderen dat het door internet voor mensen met afwijkende ideeën makkelijker is geworden om aan informatiebronnen te komen die aansluiten bij hun wereldbeeld. Dat zou kunnen betekenen dat ze zich daardoor gaan beperken tot die alternatieve bronnen en daardoor steeds weer bevestigd worden in hun ideeën. Op den duur zou dat kunnen leiden tot een verharding van extreme opinies.

Uiteraard geldt dat niet alleen voor racisme, maar ook voor andere ideologieën, zoals moslimextremisme. Dat roept de vraag op welke ontwikkeling in het internettijdperk waarschijnlijker is: het vergezicht van een bloeiende democratische debatcultuur of de dreiging van verharde, extreme standpunten die groepen in de samenleving uit elkaar drijven.