Hij gaat gekleed in een witte blouse met korte mouwen en daar overheen een blauwe spencer. Daarmee ziet Robert Fisk er op het eerste gezicht uit als een gemiddelde burgerman. Maar op het moment dat hij aan het woord komt toont hij zich een gedreven journalist. Bij tijd en wijle rood aanlopend uit hij zijn woede over al het leed in het Midden-Oosten waarover hij al decennialang verslag doet in The Independent. Zijn mening over de journalistiek is rigoureus: “I don’t see any hope for journalism.”

Fisk is vrijdagmiddag te gast bij de Erasmus Universiteit Rotterdam voor een seminar over ‘new ways for journalim’. Hij heeft een indrukwekkend palmares aan boeken en artikelen over het Midden-Oosten op zijn naam staan en is in zijn kritieken vaak niet erg coulant voor collegajournalisten. Ook vanmiddag toont hij zich een felle criticaster.

Ook voormalig Midden-Oostencorrespondent Joris Luyendijk is te gast in Rotterdam. Hij is vooral bekend geworden van zijn boek ‘Het zijn net mensen’, waarin hij beschrijft wat er allemaal misgaat in de mediaberichtgeving over het Midden-Oosten. Gebeurtenissen worden uitvergroot, eenzijdig belicht en gemanipuleerd. Luyendijk vindt dat journalisten moeten erkennen dat hun aloude principes, zoals objectiviteit, hoor-wederhoor en het controleren van de feiten, niet werken in het Midden-Oosten, simpelweg omdat de landen daar dictaturen zijn.

Fisk geeft hem daarin gelijk. “Bij een voetbalverslag kan je objectief en neutraal zijn en elke partij vijftig procent aandacht geven, maar in oorlogsverslaggeving is dat onzin. En dan moet je ook niet doen aan hoor-wederhoor: hij zegt dit en hij zegt dat. Nee! Dan moet je gewoon verslag doen van de lijken, het bloed de afgerukte ledematen en de verminkte lichamen.” En dat gebeurt te weinig volgens Frisk. Journalisten verschuilen zich steeds vaker achter woordvoerders en hoogwaardigheidsbekleders, waardoor de gruwelijke werkelijkheid aan het oog wordt onttrokken. “Neem dit bericht uit de Los Angeles Times: ‘US officials say… American officials declare…’ That ’s the end of journalism! That’s pure propaganda!”

Hoe zouden journalisten het beter kunnen doen? Volgens Luyendijk moeten we toe naar nieuwe journalistieke genres, waarin journalisten meer uitleg geven en waarin ze transparanter zijn over de manier waarop hun berichtgeving tot stand is gekomen. Fisk ziet daar weinig heil in. “Het gaat om het beantwoorden van veel fundamentelere vragen. Zien we Arabieren als gelijkwaardig? Hoe erg vinden we onrechtvaardigheid? Dat zijn vragen waarover niet alleen journalisten moeten nadenken, maar iedereen. Jullie zijn net zo belangrijk als wij, want jullie beslissen welke krant je koopt, wat je wil lezen, waar je naar kijkt op televisie.”

Daarmee legt Fisk de bal behendig, maar geheel terecht, bij het publiek neer. Als mensen het zo belangrijk vinden dat journalisten op een goede manier berichten over wat er in de wereld gebeurt, laat ze dan de kranten kopen en nieuwsuitzendingen bekijken die de ruimte geven aan gedegen verslagen, achtergrondreportages en analyses. Voorwaar, de toekomst van de journalistiek ligt in handen van het publiek!