Het tabloideffect


Gisteren was een heuglijke dag voor twee Nederlandse kranten. Het Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger hebben besloten mee te gaan in de vaart der volkeren en verschijnen voortaan op ‘tabloidformaat’. Eerder gingen andere Nederlandse kranten hen voor. Het Parool was de eerste in 2004, Trouw volgde in 2005 en begin 2007 gingen de regionale dagbladen van Wegener overstag.

Het kleinere formaat is bedoeld om tegemoet te komen aan het verlangen van lezers naar een handzamere krant. Uiteraard met de bedoeling om de voortdurende oplagedaling te keren of in elk geval af te remmen. De vraag dringt zich op of dat werkt. Oftewel, is de overstap op tabloidformaat nuttig voor Dagblad De Limburger en het Limburgs Dagblad?

Om een antwoord te vinden op die vraag zouden we kunnen kijken naar de oplagecijfers van de regionale voorgangers van deze Limburgse dagbladen (zie onderstaande tabel). Hoe is het de regionale dagbladen vergaan die in februari 2007 zijn overgestapt op een kleiner formaat?


De Gelderlander behaalde na de overstap een minieme oplagedaling van 0,1%. Niet verkeerd, want in het jaar ervoor scoorde De Gelderlander nog een verlies van 5,5%.
BN/De Stem incasseerde in 2007 een verlies van 1,9%. Iets slechter dan De Gelderlander, maar toch ook beter dan het voorgaande jaar toen BN/De Stem een terugval kende van 4,5%. Hetzelfde geldt voor de Stentor, die het oplageverlies wist te verkleinen van 3,9% in 2006 naar 2,2 in 2007. Voor deze drie kranten geldt derhalve dat de oplagedaling wat is afgevlakt. De kranten zien hun oplage iets minder snel krimpen dan voorheen.

Voor twee Wegenerkranten ziet het er nog positiever uit: zij wisten de oplagedaling om te buigen in een bescheiden winst. Het Brabants Dagblad groeide in 2007 met 1% en de PZC met 0,3%.

Dat lijkt positief nieuws, maar hoe verging het in diezelfde periode de andere regionale dagbladen die niet overstapten op een kleiner formaat? In feite bijna net zo goed. Ook hun oplage daalde in 2007 minder snel dan het jaar ervoor. Blijkbaar is dat dus een algehele trend en geen gevolg van het overstappen op tabloid.

Maar onder de kranten die aan hun oude formaat zijn blijven hangen zit geen enkele titel die de oplage heeft zien stijgen, zoals het geval is bij de nieuwe tabloidkranten. Zou het succes van het Brabants Dagblad en PZC een direct effect zijn van hun handzame formaat? Niet echt. Want wat doet een uitgever die zijn kranten een flinke facelift heeft gegeven? Die begint wervingscampagnes en acties. Gevolg: een enorme groei van het aantal proefabonnementen (zie onderstaande tabel).


Maar wat doen de ‘oude’ abonnees als hun krant drastisch verandert? Meestal is de kritiek op de vernieuwde krant niet van de lucht, zoals momenteel ook het geval is bij de Limburgse kranten. Als we louter naar de standaardabonnementen kijken zien we dat ook bij het Brabants Dagblad en de PZC sprake is van abonneeverlies. Bij BN/De Stem en De Twentsche Courant Tubantia is de terugloop van abonnementen zelfs aanmerkelijk hoger dan bij kranten die op groot formaat zijn gebleven.

Opmerkelijk in de abonnemententabel is de groei van het aantal standaardabonnementen bij het Eindhovens Dagblad. Die krant is eerder dan de andere Wegenerdagbladen overgestapt, namelijk in oktober 2006. Na een flink aantal proefabonnementen in dat overgangsjaar zijn er blijkbaar aardig wat mensen blijven hangen. Wellicht dus toch een tabloideffect? De cijfers van volgend jaar zullen het leren.

[De oplagecijfers zijn ontleend aan HOI, Instituut voor Media Auditing]

1 Comment

Add yours →

  1. Kranten moeten zichzelf verkopen door veel eigen nieuws af te drukken. Mensen moeten het idee krijgen dat ze iets missen als ze de krant niet lezen. Al die nieuwerwetse formaat- en multimedia-onzin zal tot niets leiden. Een krant koop je omdat er nieuws in staat. Punt.

Geef een reactie