De afgelopen jaren zijn diverse journalistieke masters verschenen aan de Nederlandse universiteiten. Je kunt je afvragen welke invloed dergelijke opleidingen hebben op de opvattingen en werkwijzen van de journalisten in spé. Krijgen we daardoor journalisten die doordachte opvattingen hebben over ethische dilemma’s? Krijgen we journalisten die beter zijn in het beoordelen en verwerken van complexe informatie? Krijgen we journalisten die hun hand niet omdraaien voor een diepgravend onderzoek?

Onlangs verscheen een wetenschappelijk artikel in de European Journal of Communication waarin onderzoekers studenten van journalistieke opleidingen aan universiteiten in Spanje en Engeland met elkaar vergeleken. Volgens de onderzoekers om erachter te komen welke invloed dergelijke opleidingen hebben op de opvattingen en werkwijzen van journalisten. Daartoe verstuurden ze vragenlijsten naar studenten die recentelijk aan hun opleiding waren begonnen.

Daar rollen vervolgens allerlei cijfers uit. Vooral de verschillen zijn natuurlijk aardig om te bekijken. Zo verschilt de motivatie om de journalistiek in te willen. Onder Engelse studenten leeft de verwachting dat de journalistiek voor hen een afwisselende baan zonder sleur in petto heeft. Spaanse studenten spreekt daarentegen het idee aan dat ze als journalist een maatschappelijk functie kunnen vervullen.

Spaanse studenten hebben de ambitie om uiteindelijk terecht te komen bij de televisie, radio of een landelijke krant. Engelse studenten richten zich ook op de televisie of een landelijke krant, maar de radio behoort niet tot hun ambities. Ze kiezen liever voor een tijdschrift.

De Engelse studenten zijn meer geneigd om hun publiek verstrooiing te bieden en gewone burgers aan het woord te laten. Hun Spaanse collega’s ontwikkelen liever de culturele en intellectuele interesse van hun publiek.

Ook op ethisch vlak zijn er verschillen. Onder Spaanse studenten is slechts twintig procent ertoe geneigd om acteurs in te zetten voor reconstructies van nieuwsgebeurtenissen. Engelse studenten hebben minder bezwaren, 85% vindt dergelijke reconstructies geoorloofd. Onder de Engelsen zijn ook meer voorstanders te vinden van verborgen microfoons of camera’s. Daarentegen zijn Spaanse studenten er makkelijker in om hun identiteit als journalist te verzwijgen om aan informatie te komen.

Maar wat moet je met die verschillen? Heb je daarmee aangetoond dat het onderwijs invloed heeft op de opvattingen en werkwijzen van journalisten? Dus niet, want de meting vond plaats toen de studenten aan het begin van hun opleiding stonden. De onderzoekers kunnen dus hooguit concluderen dat er verschillen tussen deze twee groepen studenten aanwezig zijn voordat ze aan hun opleiding beginnen. Maar welke invloed de opleidingen vervolgens hebben op de opvattingen van de journalisten in spé blijft onduidelijk. Het was zinniger geweest om ook een meting te houden na afloop van hun studie, om zo vast kunnen stellen wat er veranderd zou zijn door hun scholing.

Het onderzoek levert nog wel een aardig nieuwsfeit op. In beide landen blijkt internet weinig warme gevoelens op te wekken bij de studenten. De internetjournalistiek ambiëren ze hooguit als eerste baan, maar vrijwel geen enkele student heeft internet als uiteindelijk carrièredoel. De professionals van de toekomst zien internet blijkbaar niet als serieus medium van de toekomst.