“Mediaorganisaties moeten ‘research and development’ serieuzer gaan nemen. Er moet een nieuwe ‘mindset’ van innovatie op redacties gaan ontstaan.” Met enkele marketingtermen in zijn inleiding probeert Ben Knapen, hoogleraar mediakwaliteit aan de Radboud Universiteit, het debat meteen op scherp te zetten. Maar in de daarop volgende discussie wordt opvallend weinig gesproken over journalistieke vernieuwing.

‘Waar blijft de redactie?’ was de weinig inspirerende titel van het KIM-debat dat vanmiddag plaats vond in Nieuwspoort. De middag was georganiseerd naar aanleiding van het onlangs verschenen boek ‘Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk’ van Kees Buijs. Het debat zou moeten gaan over de toegevoegde waarde van redacties. Volgens Knapen is die evident: individuele bloggers zorgen weliswaar voor meer deskundigheid en een grotere verscheidenheid aan gezichtspunten, maar redacties blijven nodig omdat bloggers nooit zelf onderzoek doen. En dat doen redacties wel, die doen aan ‘reporting’. Een opmerkelijke visie, want even daarvoor had Knapen aan de hand van het boek ‘Flat earth news’ van Davies betoogd dat redacties tegenwoordig ook niet veel meer doen dan het nieuws rondpompen. Aan eigen verslaggeving komen ze steeds minder toe.

De grote boosdoeners zijn de uitgevers en inversteerders die winstcijfers verwachten. Of de lezers die steeds minder geneigd zijn om geld neer te tellen voor een krant. Hoe dan ook, de budgetten van redacties krimpen waardoor ze steeds minder tijd en middelen hebben om onderzoek te doen en zich te verdiepen in allerhande kwesties.

Maar redacties hebben meer in petto dan alleen ‘reporting’: ze beschikken ook nog over allerlei zaken om de kwaliteit te waarborgen. En zo kabbelt het debat voort door wat te babbelen over ombudsmannen en lezersredacteuren die proberen om redacties bij de les te houden. En over de vraag of hoofdredacteuren tegenwoordig meer nota’s rondsturen dan dat ze leiding geven aan hun redactie. Maar innovatieve gezichtspunten leveren die gespreksonderwerpen niet op.

Even lijkt de middag een interessante weniding te krijgen als Marc de Koninck, voorheen adjunct-hoofdredacteur van De Gelderlander, oproept om de journalistiek van binnenuit te reorganiseren. Volgens hem moeten journalisten niet zitten wachten op de volgende reorganisatie of bezuinigingsronde van uitgevers, maar de handen ineen slaan. Naar zijn idee is iedereen veel te veel bezig met zijn eigen krantentitel of programma. Daardoor wordt veel journalistiek werk dubbel, driedubbel of nog meerdubbel gedaan. (Zie de door Jeff Jarvis geconstateerde verspilling van journalistiek menskracht op de Amerikaanse partijconventies.) Dat is jammer, want de journalistieke middelen en mensen zouden efficiënter ingezet kunnen worden zodat er meer tijd en geld overblijft voor onderzoeksjournalistiek.

Ik zag het meteen voor me: alle regionale kranten zouden de handen ineen kunnen slaan. Ze zouden kunnen zorgen voor een gezamenlijke kopkrant met nationaal en internationaal nieuws. Vervolgens zouden regionale redacties daar een eigen regionale bijlage aan toe kunnen voegen. De kosten van het algemene deel kan je gezamenlijk opbrengen zodat er meer geld over blijft om te investeren in de regionale verslaggeving. Je zou meer journalisten overhouden die zich bezig kunnen met het onderzoeken van allerhande kwesties in hun eigen regio. Kortom, een flinke versterking van de regionale verslaggeving.

Een idee dat te innovatief was voor de middag, want het ging al rap weer over andere zaken. Maar het idee zal heus wel werkelijkheid gaan worden. Als de journalistiek het initiatief niet neemt, dan zullen de uitgevers dat op den duur wel gaan doen. En dan loop je het risico op een AD-scenario. Een krant waar de journalisten niet achter staan maar die hen opgedrongen wordt. Gelukkig is het nog niet te laat om de handen ineen te slaan.