De bekendmaking vorige week van de jaarlijkse Press Freedom Index heeft tot weinig beroering geleid in Nederland. Toch was er een verontrustend feit te melden: Nederland duikelt naar een zestiende plek. Dat is opmerkelijk, want jarenlang hoorde Nederland bij de landen die de meeste persvrijheid genoten. Desondanks was Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten niet verrast door de cijfers: “Wij hebben als NVJ zelf het materiaal aangedragen voor de RSF-index, dus in dat opzicht ben ik niet verbaasd over het wegzakken op de ranglijst.”

Nou zegt een plek op die ranglijst niet alles: een land kan dalen doordat andere landen het beter gaan doen. Je moet dan ook kijken naar het aantal punten dat een land scoort op de Press Freedom Index. Die punten kent de persorganisatie Reporters sans Frontières (RSF) toe aan elk land op basis van een hele serie criteria. Men kijkt onder meer naar het aantal journalisten dat in het betrefende land is vermoord, bedreigd, gearresteerd, verdwenen, mishandeld, etc. Deze gegevens worden verzameld door een vragenlijst te sturen naar partnerorganisaties in de diverse landen, in Nederland is dat de NVJ.

In de lijst van 2008 is te zien dat Nederland 4,0 punten krijgt, evenveel als Tjechië, Portugal en Litouwen. IJsland, Noorwegen en Luxemburg voeren de lijst aan met 1,5 punten. In 2006 en de jaren daarvoor scoorde Nederland steeds een half punt. Een stuk beter dus dan in 2008. Hoe kan dat?

Volgens Thomas Bruning doen problemen met bronbescherming Nederland de das om. “Daarbij gaat het niet alleen om de bekende gijzelingskwesties – de zaken Voskuil, Mos en De Haas, Simon Vuijk en Bas van Hout – maar ook om het afluisteren en opvragen van telefoongegevens, zoals gebeurden bij Mos en De Haas, maar ook bij Robert Bas en John van den Heuvel. De GPD-affaire en de zaak Nekschot zie ik vooralsnog als incidenten, die ook door de betreffende ministeries zijn afgekeurd. Niettemin moeten we ook die scherp in de gaten houden.”

Wat Bruning betreft moet er snel een wettelijke regeling van het verschoningsrecht komen: “Dat zou meer zijn dan een bevestiging van Europees beleid, het zou tevens een signaal zijn naar politie en justitie dat dit soort afgeleide schendingen van brongeheim ook scherp worden afgekeurd.”

Gelukkig was er vandaag goed nieuws voor de journalistiek: Journalist Alberto Stegeman, die in het televisieprogramma Undercover in Nederland toonde dat de beveiliging van Nederlandse kazernes niet deugt, wordt niet vervolgd voor het onbevoegd binnendringen van militaire bases. Dat is dan weer een mooie opsteker voor de Nederlandse persvrijheid.