RvdJ.tv

Het gezag van de Raad voor de Journalistiek is tanende. Journalisten begrijpen weinig van de afwegingen die de Raad maakt en redacties zeggen hun vertrouwen in de Raad op (o.a. Elsevier, Tros Opgelicht, Nova). Binnenkort komt het bestuur met voorstellen om de reputatie van de Raad weer wat op te vijzelen.

De toekomstige veranderingen worden gebaseerd op het onderzoek dat Daphne Koene (de secretaris van de Raad) de afgelopen maanden heeft verricht. Ze heeft haar licht opgestoken in enkele andere landen (Zweden, Denemarken, Groot-Brittannië, Duitsland en Vlaanderen) om te zien hoe ze het daar aanpakken.

De maatregelen moeten ervoor zorgen dat de Raad beter in staat zal zijn om de Nederlandse journalistiek te reguleren. Dat betekent vooral dat de Raad zijn gezag en bekendheid moet vergroten onder de beroepsgroep, burgers en overheid.

Koene komt na een vergelijking van de door haar bezochte landen tot een heel scala aan voorstellen. Ik noem hier enkele belangrijke:

  • De Raad moet zichtbaarder worden, bijvoorbeeld door het houden van lezingen en het verspreiden van brochures
  • Zaken moeten kunnen worden herzien als zich nieuwe feiten voordoen
  • Gewone burgers moeten toetreden tot de Raad
  • De Raad moet een convenant afsluiten met de media waarin deze zich verplichten uitspraken van de Raad te publiceren
  • De Raad moet zaken meteen naast zich neer kunnen leggen als duidelijk is dat een klacht niet ontvankelijk of niet terecht is
  • De Raad moet meer gaan doen aan bemiddeling tussen klagers en journalisten

Het zijn relevante voorstellen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze maatregelen niet zorgen voor de grote stap voorwaarts om het draagvlak en de bekendheid van de Raad te vergroten. Naar mijn idee klinken in de gepresenteerde ideeën onvoldoende de lessen uit het buitenland door die in het rapport genoemd worden. Ik noem er een paar:

  • Over Duitsland lees ik het bezwaar dat de klachtenprocedure achter de schermen plaats vindt. Met andere woorden, het is niet duidelijk hoe een zitting verloopt en hoe de ‘Presserat’ tot een oordeel komt.
  • Over Engeland lees ik dat bemiddeling kan leiden tot de indruk dat gemaakte fouten onder tafel worden geschoven. Dat komt doordat bemiddeling geen openlijke procedure is.
  • Over Denemarken lees ik dat het publiek vaak onwetend is over uitspraken van de Raad. In Nederland zal dat niet veel beter zijn. Slechts af en toe komen uitspraken prominent in de media.
  • Tenslotte wijst het onderzoek erop dat in alle landen de persraden onvoldoende zichtbaar zijn.

Deze knelpunten hebben hoofdzakelijk te maken met tranparantie en openheid, iets wat ook de Nederlandse Raad voor de Journalistiek parten speelt. De Raad is veel te weinig een podium waar gediscussieerd wordt over wat wel en niet kan in de journalistiek. De Raad heeft gekozen voor het model van tuchtrechtspraak: een rechtbank die vakbroeders de maat neemt en daar een oordeel over uitspreekt. Onaantastbaar en onverbiddelijk.

Transparantie en debat
Het model van rechtspraak is gebaseerd op het idee dat er journalistieke wetten zijn die je de hele journalistiek kan opleggen. Het is inmiddels wel duidelijk dat deze strikt juridische benadering niet lekker ligt in de journalistiek. En ook niet effectief is, want als redacties het niet eens zijn met een uitspraak keren ze de Raad de rug toe.

Effectieve zelfregulering, bekendheid en draagvlak zouden de speerpunten van een vernieuwde Raad voor de Journalistiek moeten zijn. Om dat te bereiken zou de Raad voor een nieuw model moeten kiezen. Een model dat gebaseerd is op transparantie en debat. De beraadslaging over wat wel en niet kan in de journalistiek hoort niet gevoerd te worden in achterkamertjes, maar in alle openheid.

Het is veel nuttiger om zaken publiekelijk te bespreken om zo de journalistiek transparanter te maken. Dat betekent dat klagers en journalisten openlijk met elkaar in gesprek gaan over journalitieke producties waarbij beide in de gelegenheid worden gesteld om hun mening te geven. Daar hoeft helemaal geen rechterlijk oordeel aan vast geknoopt te worden. Hooguit een advies of een visie.

Kortom, gebruik niet de wapens van de juridische wereld (regels, wetten en veroordelingen), maar de wapens van de journalistiek: publiek debat en bekend maken. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Mijn advies: begin RvdJ.tv. Een televisieprogramma waarin klachten over de journalistiek in volle openheid worden besproken. Inderdaad, net zoiets als De Leugen Regeert. Maar dan structureel en op basis van binnen gekomen klachten. Dat geeft het publiek inzicht in de keuzes die journalisten maken. De redacties met een slecht verhaal vallen dan vanzelf door de mand. Daar hebben het publiek en de journalistiek pas echt iets aan.

5 Comments

Add yours →

  1. RvdJ.tv Ik ga er hierbij van uit, dat dit tv-programma tegelijkertijd via het web wordt uitgezonden en later terug te zien is op de vele kanalen die het web rijk is? Of is de Raad van de Journalistiek nog niet toe aan nieuwe media?

    Op zich best aardig om in openheid de discussie aan te gaan en ik zal graag meedoen. Maar blijft het dan alleen voor ‘officieel erkende’ journalisten? Of zal niet ook de definitie van het beroep ‘journalist’ onder de loep moeten worden genomen? Het is namelijk in deze tijd van webloggers, videobloggers en dergelijken, nogal scheef om journalisten regels op te leggen, waar alle andere auteurs en filmers niet aan hoeven voldoen.

    Hierbij geef ik dus graag de aanzet voor de eerste discussie:
    Wanneer kun je of mag je iemand een journalist noemen?

  2. Alexander Pleijter

    21 november 2008 — 17:03

    Lijkt me een goed plan om RvdJ.tv ook via het web aan te bieden.

    Er is al veel gediscussieerd over de vraag wanneer iemand een journalist is. En of bloggers ook journalisten zijn. Zie bijvoorbeeld: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1877

  3. RvdJ.tv

    Met OnJo, de gzamenlijke website van Argos, Zembla en Reporter hebben we dit al een keer gedaan:
    http://www.onjo.nl/Item.2654.0.html?&tx_ttnews%5Bcat%5D=244&cHash=a0afe2cf45&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4916&tx_ttnews%5BbackPid%5D=2652

  4. Alexander Pleijter

    24 november 2008 — 08:09

    Hm, om een of andere reden doet die videostream het niet op mijn pc…

    Maar het lijkt me een prachtig voorbeeld van hoe het zou kunnen. Maar de beraadslaging/het debat van de Raad zou ook natuurlijk ook te zien moeten zijn. Juist de discussie die zo’n Raad voert zou openbaar moeten zijn zodat de afwegingen helder worden.

  5. EEN TRANSPARANTE RAAD
    In zijn artikel “RvdJ.tv” van 21 november jl. stelt Pleijter dat de Raad voor de Journalistiek zou moeten kiezen voor een nieuw model, dat is gebaseerd op transparantie en debat. In dat verband stelt Pleijter voor dat de Raad een eigen televisieprogramma begint, zodat ‘het publiek inzicht krijgt in de keuzes die journalisten maken’.
    Het voorstel van Pleijter is zeer van deze tijd en zal ongetwijfeld op veel steun kunnen rekenen van met name (nieuwe) media. Bedacht moet echter worden dat de Raad niet in de laatste plaats een instantie is waar ‘gedupeerden’ terecht kunnen met klachten over journalistieke gedragingen. En deze betrokkenen zitten vaak niet te wachten op extra media-aandacht, zeker niet als het gaat om publicaties op het internet.
    Overigens zijn de zittingen van de Raad in beginsel openbaar. Tijdens een zitting krijgen zowel de klager als de aangeklaagde journalist de gelegenheid om hun mening over de zaak uiteen te zetten. Elke belangstellende kan dan ook bij de mondelinge behandeling van een klacht aanwezig zijn, om daar van de standpunten van partijen kennis te nemen. Het gebeurt bijvoorbeeld regelmatig dat zittingen worden bijgewoond door studenten van een journalistieke opleiding.
    De suggestie om ook de beraadslagingen van de Raad openbaar te maken, is niet nieuw en is ook herhaaldelijk door de Raad besproken. De Raad is echter nog steeds van mening dat de raadsleden vrijelijk over een zaak moeten kunnen discussiëren – zonder daarin afgeremd te (kunnen) worden door de aanwezigheid van publiek – om vervolgens met één standpunt naar buiten te treden. Anders dan Pleijter suggereert, zijn de uitspraken van de Raad geen ‘rechterlijke oordelen’. Die uitspraken zijn juist opinies, met als enig sanctie het publiceren van de uitspraak, waarmee de Raad met voortschrijdend inzicht probeert normen te ontwikkelen voor de journalistiek.
    Een en ander neemt niet weg dat de Raad in zijn toekomstvisie wel degelijk streeft naar meer transparantie en meer debat. De Raad treedt daarom steeds vaker naar buiten en werkt in dat verband aan een ‘herkenbaar gezicht’. Verder zal de Raad nauwer gaan samenwerken met het MediaDebat, dat – in het kader van het zogeheten ‘drieluik zelfregulering’, waarvan naast de Raad ook de Nederlandse Nieuwsmonitor deel uitmaakt – bij uitstek bedoeld is voor het faciliteren van debatten over journalistieke mores. Tijdens het MediaDebat van 13 december a.s. ‘De pers over de pers’ – over zelfkritiek op journalistieke praktijken – zal de Raad zijn concrete beleidsplannen presenteren. Een goed moment om verder te discussiëren, dus komt allen!
    Daphne Koene
    secretaris Raad voor de Journalistiek

Geef een reactie