De Ieren zijn Europees kampioen krantlezen: zij besteden op een doorsnee dag zo’n 53 minuten aan het lezen van de krant. De Grieken steken daar schril tegen af met circa 16 minuten per dag. Nederland is een middenmoter met de 35 minuten die we gemiddeld genomen dagelijks besteden aan de krant.

Ook het percentage niet-lezers varieert fors in Europa. Zo kijkt vijf procent van de Noren nooit een krant in, terwijl liefst tweederde van de Grieken geen krant leest. Nederland is wederom een middenmoter met zo’n twintig procent niet-krantlezers onder de bevolking.

Deze cijfers zijn onlangs in een wetenschappelijk artikel gepubliceerd door de Noorse onderzoekers Eiri Elvestad en Arild Blekesaune. Zij vroegen zich af wat de oorzaken zijn van die grote verschillen tussen Europese landen. Welke factoren hebben invloed op het lezen van de krant? Zijn dat puur individuele factoren, zoals leeftijd, opleiding en inkomen? Of heeft het land waar iemand woont ook invloed? Bijvoorbeeld omdat de politieke betrokkenheid van mensen in sommige landen een stuk hoger is, waardoor ze goed op de hoogte willen blijven en dat doen door de krant te lezen.

De onderzoekers hebben een uitgebreide analyse gemaakt van krantleescijfers uit het European Social Survey (ESS), een omvangrijke enquête waaraan een groot aantal Europese landen deelneemt.

Uit hun rekenwerk blijkt dat de verschillen in krant lezen grotendeels zijn terug te voeren op individuele kenmerken. Zo besteden mannen gemiddeld vijf minuten per dag meer aan krant lezen dan vrouwen. Uiteraard speelt leeftijd een belangrijke rol: hoe ouder, hoe meer tijd mensen besteden aan de krant. Ook zorgen een hogere opleiding en een hoger inkomen voor meer krantleestijd.

Maar ook het land waar iemand woont heeft invloed. Zo stellen de onderzoekers vast dat het gemiddeld aantal kranten dat in een land in omloop is per hoofd van de bevolking, van invloed is op de krantleestijd. Dat klinkt wel heel erg voor de hand liggend: wie een krant koopt zal hem ook wel lezen. Dus als er meer kranten verkocht worden in een land, zullen mensen ook meer tijd aan het lezen ervan besteden. Maar of je door meer kranten in een land te verspreiden ook de leestijd omhoog krijgt is natuurlijk hoogst twijfelachtig. Dat zou in Nederland dan moeten blijken uit een toegenomen leestijd sinds de komst van gratis dagbladen. Maar of dat zo is?

Opmerkelijk is wel dat het lijkt alsof internet geen bedreiging is voor kranten. In landen waar inwoners veel gebruik maken van internet wordt meer tijd besteed aan het lezen van de krant. Dat zou betekenen dat internet een zegen is voor de toekomst van de krant. Maar hier zit een addertje onder het gras: in de ESS-enquete waarop dit onderzoek is gebaseerd, wordt gevraagd hoeveel tijd mensen op een doorsnee dag besteden aan de krant. Er wordt niet gevraagd naar de papieren krant. Mensen die een krantensite op internet bezoeken zouden dit online lezen van de krant dus ook kunnen meetellen bij de tijd die ze besteden aan het lezen van de krant.