Op vrijdag lekt uit dat De Telegraaf niet langer zal meedoen met de Raad voor de Journalistiek. Op zaterdag vindt een Mediadebat plaats over diezelfde Raad. Dat zou dus een pittige discussie kunnen worden over de toekomst van de Raad. Maar dat werd het niet.

De Telegraaf is niet de eerste redactie die niet meer wil meewerken aan klachtenprocedures van de Raad voor de Journalistiek. Eerder al zeiden Nova, Elsevier, Tros Radar, RTL Nieuws en Tros Opgelicht hun medewerking op. Het is inmiddels dus een behoorlijke reeks van redacties die zich afkeren van de Raad. Langzaamaan kunnen we wel spreken van een vertrouwenscrisis tussen redacties en Raad.

Afgelopen zaterdag presenteerde de Raad haar beleidsvoornemens tijdens een bijeenkomst in de Amstelkerk. Alsof die plannen er niet zo heel erg toe doen, joeg Theo Bouwman, voorzitter van het bestuur van de Raad, ze er even in razend tempo doorheen. Wie met zijn ogen knipperde had zo twee vernieuwingen gemist.

Een van die vernieuwende plannen is het hernieuwde idee van een convenant. Door ondertekening verplichten redacties zich ertoe om uitspraken van de Raad te publiceren. De hamvraag is natuurlijk: hoe krijgt de Raad redacties zover om dat convenant te tekenen, terwijl die zich in toenemende mate distantiëren van de Raad?

Jammer en dom
De voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, Ton Herstel, reageerde verbolgen op de terugtrekkende beweging van De Telegraaf: “Het is jammer en het is dom. Want zo langzaamerhand valt de grondslag onder de Raad weg. En waar gaat het dan heen?” Met andere woorden, alle hens aan dek: hoe krijgt de Raad alle kikkers weer in de kruiwagen?

Opmerkelijk genoeg ging de discussie vervolgens niet over die prangende vraag. De organisatie van Mediadebat had bedacht dat de discussie over enkele klassieke, ethische kwesties moest gaan, zoals wederhoor en privacy. Dat leverde niet veel meer op dan een uitwisseling van meningen die we wel kennen. Maar in elk geval maakt zo’n discussie duidelijk dat journalisten het in grote lijnen wel eens zijn over ethische uitgangspunten, maar ook dat ze in specifieke kwesties een eigen afweging maken.

En zo hoort het ook volgens Arendo Joustra in de gedaante van hoofdredacteur van Elsevier: “We hebben een pluriforme pers. Alle media doen het op hun eigen manier. Er moeten meerdere interpretaties kunnen zijn van de journalistieke spelregels. Dat hoort bij een pluriforme pers. Het lijkt altijd alsof de Raad met één mond spreek, maar ook daar zijn discussies achter de deuren.”

Juridische instantie
En daar zit hem dan ook de pijn in de vertrouwenscrisis tussen de Raad en journalisten. De Raad wekt de suggestie zich op te werpen als instantie die journalisten de maat neemt en bepaalt wat journalisten wel en niet zouden mogen doen. Zoals Inge Brakman van het Commisariaat van de Media het scherp verwoordde: “De Raad juridiseert, gaat steeds meer lijken op een juridische instantie in plaats van een forum van debat over het vak. De Raad zou veel meer opinievormend moeten zijn.”

Met een instantie de niet zozeer rechtsprekend opereert, maar gelegenheid biedt voor opinievorming over journalistiek zouden journalisten veel beter uit de voeten kunnen. Dat bleek bijvoorbeeld uit de woorden van Arendo Joustra in de gedaante van voorzitter van Genootschap van Hoofdredacteuren: “Het nut van de Raad is het aanzwengelen van voortdurend debat.” En Hans Laroes, hoofdredacteur van het NOS Journaal meende: “Ik beschouw een uitspraak van de Raad als een opinie. Je hoeft het niet eens te zijn met de Raad.”

Daarom drie suggesties om het draagvlak onder journalisten voor de Raad voor de Journalistiek te herstellen:

  1. Vermijd de suggestie van strenge rechter
  2. Kom uit de achterkamertjes en voer het debat over journalistieke gedragingen in alle openheid
  3. Veroordeel journalisten niet (“verweerder heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld”), maar geef raad

Eerder posts over dit onderwerp
RvdJ.tv
Startpunt voor discussie
Onbegrip voor Raad voor de Journalistiek