Een achtergrondje zwart kleuren, storende voorwerpen of ongewenste personen verwijderen, de wolkenlucht wat dreigender maken. Het is tegenwoordig in een oogwenk gedaan met de wondere technieken van fotobewerkingsprogramma’s, waarvan Photoshop ongetwijfeld de bekendste is. Maar mogen fotojournalisten, die geacht worden de werkelijkheid weer te geven, daar wel gebruik van maken? Dat was gisteravond de grote vraag tijdens het Nieuwspoort Fotojournalistendebat.

De voorbeelden van ‘gefotoshopte’ nieuwsfoto’s zijn legio. Denk aan de Reuters-fotograaf die extra rookwolken plakte in zijn foto van de Israëlische bombardementen op Beiroet. Of fotojournalist Brian Walski van de Los Angeles Times die twee foto’s in elkaar schoof waardoor het leek alsof een Iraakse vader met  zijn kind in de armen oogcontact had met een Amerikaanse soldaat. Of natuurlijk Volkskrant-fotograaf Jean-Pierre Jans die wat knullig een hertje op zijn foto kopieerde.

Je zou denken dat fotoredacties tegenwoordig uiterst alert zijn op dit soort manipulaties en foto’s minutieus controleren alvorens ze te publiceren. Maar niets is minder waar, blijkt uit de woorden van NRC-fotoredacteur Annelies Kuipers: “We werken in volledig vertrouwen met onze fotografen. We gaan ze niet controleren op manipulatie, want dan krijg je een onwerkbare situatie.”

‘ Photoshop afschaffen’

Om ellende te voorkomen zouden fotojournalisten volgens Edi Peters, hoofdredacteur van Photoq en P/f, zich verre moeten houden van fotobewerking: “Schaf Photoshop af in de journalistiek! Als journalistiek medium verkoop je betrouwbaarheid, fotoshoppen doet daar afbreuk aan.”

Maar fotojournalisten achten dat onmogelijk. Martijn Beekman vindt het weliswaar nodig om regels af te spreken, maar zonder Photoshop kan hij niet: “Stel een protocol op waarin staat wat wel en niet kan. Ik stuur nooit iets rechtstreeks uit mijn camera op naar de krant, want dat ziet er niet uit. Je moet altijd de kleuren wat bijstellen.”

Ook sportfotograaf Pim Ras vindt Photoshop een onmisbaar instrument: “Je hebt als fotograaf een eigen stijl. Die eigen stijl bereik je ook door je foto’s op een bepaalde manier te bewerken. Bijvoorbeeld door kleuren extra aan te zetten.”

Foto of illustratie?

Tja, hoe ver kan je gaan? Mag je kleuren aanzetten? Storende voorwerpen verwijderen? Eduard de Kam, docent voor het Nederlands Instituut voor Digitale Fotografie, is heel strikt: “Een foto is de reproductie van een stukje werkelijkheid. Zo gauw je daarin ingrijpt is het geen foto meer, maar een illustratie. Een foto moet weergeven hoe de werkelijkheid is.”

Dat geluid was in het debat vaker te horen. ‘Recht doen aan de werkelijkheid.’ ‘De werkelijkheid reproduceren.’ ‘De werkelijkheid weergeven zoals die zich voordoet.’ Maar kan dat wel, de werkelijkheid weergeven zoals hij is?

Elke foto is een interpretatie

Uiteraard kan dat niet. Een foto is geen reproductie van de werkelijkheid, maar een creatie van de fotograaf. Daarmee is het altijd een interpretatie van de werkelijkheid. De fotograaf kiest een moment, een kader, een perspectief, belichting, kleurfilters, noem maar op. Net als de schrijvende journalist creëert de fotojournalist een beeld van de werkelijkheid.

Wat wel en niet kan bij het creëren van dat beeld is een kwestie van afspraken maken. Die zijn er nog nauwelijks in Nederland. Fotoredacteuren van Trouw en NRC erkenden gisteravond dat hun redacties geen richtlijnen hebben voor fotografen. Persbureau ANP werkt aan een protocol voor het ensceneren van foto’s. Wie weet volgt een protocol voor fotobewerking? Het zou de geloofwaardigheid van de fotojournalistiek waarschijnlijk ten goede komen.

Relevante links