Argwaan onderzoeksjournalisten voor crossmediaal werken

Internet is een walhalla voor onderzoeksjournalisten. Niet alleen is er een schat aan informatie te vinden, ook biedt het web legio mogelijkheden voor het publiceren van onthullingen. Denk bijvoorbeeld aan bloggen over speurwerk, reportages uploaden naar YouTube voor extra kijkers, inzicht geven in relevante documenten en voortdurend updates kunnen geven van nieuwe ontwikkelingen. Maar vanmiddag klonk opvallend veel ‘gemaar’ tijdens een bijeenkomst voor onderzoeksjournalisten van de publieke omroep.

Een greep uit de reacties:

“Als je het vergelijkt met de kijk- en luistercijfers van radio en televisie, dan vallen de internetcijfers altijd enorm tegen.”

“Als correspondent in Brussel hield ik een weblog bij, maar werd gevolgd door weinig lezers. En ik zette podcasts online, maar dat leverde hooguit vierhonderd luisteraars op. Ik had het gevoel dat ik het vooral voor mezelf deed.”

“Als een filmpje op YouTube veel hits krijgt zegt dat helemaal niks. Mensen kunnen zo’n filmpje wel aanklikken, maar hoeveel kijken het helemaal uit? Die cijfers zeggen dus niks.”

“De mogelijkheden voor publieksreacties en updates geven zijn wel leuk, maar moeten wij ons daar mee bezig houden? Wij maken een uitzending en gaan daarna weer door met een volgend onderwerp. Wij als onderzoeksjournalisten zijn toch niet voor zulke follow-ups?”

Uiteindelijk breekt Erik van Heeswijk, hoofd Digitaal bij de VPRO, de ban: “Het is lang geleden dat ik binnen een half uur zo vaak het woord ‘maar’ heb gehoord. Jullie zeggen dat er weinig voorbeelden zijn van geslaagde crossmediale onderzoeksjournalistiek, maar als jullie het niet doen, waar zouden dan de goede voorbeelden vandaan moeten komen?”

Jaap Stronks spoort de onderzoeksjournalisten vervolgens aan om het over een andere boeg te gooien: “Het gaat in deze discussie alleen maar over de vraag hoe je uitzendingen die gemaakt worden voor radio en televisie het best op internet kan publiceren en of je er een blogje bij moet zetten. Maar crossmedia gaat over veel meer. Het gaat erom dat je die onderdelen op een goede manier integreert en op elkaar afstemt.”

Ook Henk van Ess doet een duit in het zakje: “Jullie kijken alleen naar de kijk- en luistercijfers van de volgende dag. Dan legt internet het af. Maar op televisie en radio is na uitzending zo’n programma verdwenen, terwijl op internet je materiaal beschikbaar blijft. Daar kunnen mensen het steeds weer bekijken. Daar moet je de waarde ook eens van inzien.”

Uiteindelijk is het natuurlijk een uitgemaakte zaak: het mediagebruik verplaatst zich steeds meer naar internet. Wil je met onderzoeksjournalistiek meetellen, dan zal je die slag ook moeten maken.

4 Comments

Add yours →

  1. Dat was volgens mij niet precies wat ik zei; ik stelde dat er twee opvattingen over strategische crossmedia door elkaar liepen:

    1) een zo groot mogelijk publiek te bereiken op internet met het één op één herpubliceren van bestaande (radio/televisie-)content;
    2) het bijhouden van weblogs over meta-zaken zoals wat er ‘achter de schermen’ op de redactie zoal wordt besproken. Een soort persoonlijke dagboeken dus die duidelijk náást de reguliere journalistieke producten worden geplaatst.

    Ik stelde er tegenover dat je dit juist moet combineren, zoals nrc.next bijvoorbeeld doet: unieke content voor internet maken en die plaatsen in een weblog (dus een doorlopend narratief, met links naar binnen en naar buiten) of ander bij het web passend vehikel. Waarmee ik benadruk dat internet niet slechts een extra afleverplatform is voor dezelfde content (want een ander medium vraagt om bijvoorbeeld een andere productiewijze en vertelstructuur) en ook niet iets dat dat je ‘ernaast’ moet doen door buiten het reguliere journalistieke werk om een dagboekje bij te houden, waarbij je voorbij zou gaan aan de noodzaak om nieuwe media dieper te integreren in alle aspecten van de journalistiek, van research tot distributie alsook in de ‘content’ zelf.

  2. Alexander Pleijter

    21 april 2009 — 07:28

    Jaap, bedankt voor je verduidelijking. Ik dacht de essentie van je opmerking weer te geven: internet is meer dan het doorplaatsen van content van bijvoorbeeld radio en tv plus een blogje van achter de schermen. Want daarmee benut je de specifieke eigenschappen van internet niet.

  3. Ja, klopt ook wel – met ‘niet precies wat ik zei’ bedoel ik ook niet dat er totaal iets anders staat, ik voelde de behoefte om het iets aan te vullen 🙂

  4. Mini-tip: schakel die smiley-functie uit, ik vind de WordPress-smiley-set niet de beste… Ligt ook aan twitter natuurlijk, ben gewone tekstsmilies gewend… ; – )

Geef een reactie