Hoe kan je onderzoeksjournalistiek stimuleren? Journalisten die misstanden bloot leggen, tegels lichten, malversaties opsporen. Elke redactie vindt het belangrijk, maar vaak ook zijn geluiden te horen dat er geen geld voor is. Het Fonds voor Bijzondere Projecten zou soelaas kunnen bieden. Daar kunnen journalisten aankloppen als ze werken aan een speciaal project, zoals een tijdrovende onderzoeksklus. Voor redacties van kranten en tijdschriften zou dat mogelijkheden kunnen bieden om meer aan onderzoeksjournalistiek te doen. Maar de animo lijkt gering. “Het is vooral een kwestie van te weinig prioriteit geven aan tijdrovende klussen.”

Vooral subsidie voor boeken

Als je op de site van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten kijkt naar de publicaties die door het fonds zijn gerealiseerd, zie je dat het leeuwendeel van de subsidies gaat naar boeken. Hoe komt het dat er zo weinig artikelen gefinancierd worden door het fonds?

“Al meteen in het begin van het bestaan van het Fonds bleken journalisten vooral behoefte te hebben aan steun voor het journalistieke boek”, vertelt Geke van der Wal van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. “Dat vonden we prima, want dat was ook een van doelstellingen van het fonds. Niettemin zouden we graag meer artikelen willen steunen, maar er komen weinig aanvragen op dat vlak binnen.”

De visie van hoofdredacteuren

Waarom komen er vanuit redacties geen aanvragen voor artikelen? Een rondgang langs enkele hoofdredacteuren levert een aantal redenen op: onwetendheid, geen interesse en te veel gedoe.

  • Bart Brouwers, hoofdredacteur van Sp!ts: “Nooit bij stilgestaan. Er zijn ook zoveel fondsen… Ik ga me er in verdiepen.”
  • Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier: “De redactie van Elsevier houdt niet van subsidie.”
  • Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant: “We hebben ons eigen stimuleringsfonds van de Stichting de Volkskrant. Daaruit betalen we onderzoeksjournalistiek. Dat andere fonds is erg bureaucratisch. Vergt veel gedoe!”

Kees Pijnappels, hoofdredacteur van De Gelderlander, meent dat het fonds niet echt mogelijkheden biedt om journalisten van de krant aan een bepaald project te laten werken: “Het Fonds is meer toegesneden op individuele journalisten dan op redacties. We hebben recent wel een journaliste gehad die met steun van het Fonds onbetaald verlof nam om een biografie te schrijven. Dat was een uitzondering. In de praktijk is het meestal ondoenlijk een redacteur voor langere tijd op slechts één onderwerp te zetten. Die kan simpelweg niet gemist worden. En voor zover mij bekend bieden de reglementen geen ruimte aan redactionele projecten, die collectief, bijvoorbeeld door een voltallige editieredactie, kunnen worden uitgevoerd.”

“Dat klopt,” bevestigt Van der Wal, “de statuten laten dat niet toe, we kunnen alleen individuele journalisten steunen bij het uitvoeren van een project. Bedoeling destijds bij oprichting was – en dat geldt nog steeds – om de journalist in de gelegenheid te stellen tijd te nemen voor journalistiek onderzoek en voor het schrijven. De financiering van bijvoorbeeld een eenmalige bijlage beschouwen wij als een taak van het bedrijf zelf. Maar als een journalist voor die bijlage een bijzonder arbeidsintensief project gaat uitvoeren dat qua tijd en onkosten het budget van de bijlage te bovengaat, dan is het mogelijk voor die journalist om een beroep op ons te doen.”

Pijnappels ziet nog wel mogelijkheden om voordeel te halen uit het fonds: “Je zou misschien een eigen redacteur op een bepaalde zaak kunnen zetten en een freelancer de vrijgekomen stoel tijdelijk laten opvullen. Dat gebeurt momenteel niet, maar is wat mij betreft alleszins denkbaar.”

Journalisten in loondienst

Maar is zo’n constructie mogelijk, dat een journalist in loondienst een beroep doet op het fonds voor onderzoeksjournalistiek? “Journalisten in loondienst met kleinschaliger onderzoeksjournalistiek zijn hier heel erg welkom”, stelt Van der Wal. “We willen heel graag subsidies geven aan journalisten voor onderzoekjournalistieke verhalen, maar in de praktijk is het zo dat veel verzoeken voor artikelen – die overigens vooral van freelancers en mindere mate van mensen in loondienst komen – een vorm van reguliere journalistiek is, althans in onze ogen. Het gaat ook vrijwel nooit om onderzoeksjournalistiek, vaak betreft het de kosten voor verre, dus dure reizen, het maken van een portret, een reeks interviews, gewone reportages of het verslaan van verkiezingen in een buitenland land.”

Volgens Van der Wal is het gebrek aan onderzoeksjournalistiek vooral een kwestie van prioriteiten bij redacties: “Ik denk dat kranten over het algemeen redelijk wel in staat zijn om zelf onderzoekjournalistiek te financieren. Het probleem ligt mijns inziens eerder bij het stellen van prioriteiten, bij de ruimte en tijd die zowel krant als journalisten zichzelf geven om tijdrovende journalistiek te bedrijven waarvan het resultaat niet meteen zichtbaar is in de krantenkolommen. In elk geval is het zo dat hier elk verzoek voor goede onderzoekjournalistiek – krant of boek – altijd met gejuich wordt ontvangen.”