Een zak geld aanvragen om dat journalistieke onderzoek te kunnen doen waar de krant zelf geen budget voor heeft. Het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten zou dat mogelijk moeten maken. Maar onderzoeksjournalisten van dagbladen maken er zelden gebruik van. “Het fonds is niet heel makkelijk benaderbaar.”

Het is vaker gesignaleerd: kranten hebben steeds minder geld te besteden en dat gaat nogal eens ten koste van onderzoeksjournalistiek. “Het normale redactionele budget is niet meer toereikend  voor de soms wat duurdere onderzoeksprojecten”, vertelt onderzoeksjournalist Joop Bouma van Trouw. “Dat leidt op krantenredacties tot verschraling. De dagelijkse productiedruk is bij sommige kranten inmiddels zo hoog, dat ruimte voor grotere projecten er domweg niet meer is.”

“Fonds moeilijk te benaderen”

Dan zou een bijdrage van bijvoorbeeld het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP) uitkomst kunnen bieden. Of niet? “Het fonds is niet heel makkelijk benaderbaar voor journalisten-in-loondienst”, meent Bouma. “Men komt bij aanvragen soms vrij snel tot de slotsom dat het beoogde journalistieke project, waarvoor subsidie wordt gevraagd, ook heel goed vanuit het normale journalistieke budget van die krant kan worden betaald. Daar is ook wel wat voor te zeggen. Zo’n fonds moet natuurlijk in de eerste plaats freelancers op weg helpen.”

“Journalist in loondienst is welkom”

Geke van der Wal van het FBJP beaamt dat het voornamelijk freelancers zijn die aanvragen indienen. Maar ze benadrukt dat ook journalisten in loondienst een beroep kunnen doen op het fonds: “Bij veel verzoeken voor artikelen gaat het om een vorm van reguliere journalistiek, althans in onze ogen. Het gaat vrijwel nooit om onderzoeksjournalistiek. Dat steunen we maar al te graag. Journalisten in loondienst met kleinschalige onderzoeksjournalistiek zijn hier heel erg welkom.”

Onderzoeksjournalist Bouma heeft wel op een indirecte manier profijt gehad van het fonds. “Voor mijn internationale farma-project werkte ik samen met een Deense en een Vlaamse collega. De bijdrage van het fonds ging in z’n geheel naar mijn twee collega’s, omdat zij freelancers zijn. Trouw heeft hier enigszins van geprofiteerd doordat wij een reeks artikelen in de krant kregen met daarboven ook de namen van de beide freelancers. Een dát kostte Trouw niks extra’s.”

Freelancer inhuren

Dat zou je als onderzoeksjournalist dus kunnen doen met het fonds: een freelance journalist inhuren die je kan helpen met een klus. Nadeel daarvan is dat het een hoop sores met zich meebrengt, meent Jeroen Trommelen, onderzoeksjournalist van de Volkskrant. “Je moet verantwoorden waarom je bepaalde dingen niet zelf kunt doen; je moet de betreffende assistentie zoeken, keuren en aannemen; je moet zo iemand daarna ook coachen, enzovoort. Vaak gaat het om zeer specifieke klussen.Het is ongetwijfeld kortzichtig en niet in orde, maar de neiging om dingen ‘dan maar zelf te doen’, is hierdoor groot.”

Wellicht is er nog een optie te bedenken: een vaste redacteur vrij maken voor een onderzoeksproject en deze met het geld van het fonds vervangen door een freelancer.  “Daar hebben wij mee geëxperimenteerd”, vertelt Bouma. “We hebben een half jaar iemand hier gehad, die niet in vaste dienst was, maar kon invallen op deelredacties waar anderen projecten wilden doen. Dat heeft niet al te veel opgeleverd, moet ik bekennen. Ze heeft wel degelijk goed werk geleverd en geholpen op deelredacties, maar projecten zijn er niet echt door van de grond gekomen.”