Haïti laat waarde nieuwe media zien

Terwijl ik in de nacht van 13 januari de laatste letters van een blogpost tikte, schudde Haïti op zijn grondvesten. Onderwerp van mijn stuk was een Amerikaans onderzoek waaruit bleek dat nieuwe media weinig nieuwe informatie toevoegen ten opzichte van traditionele media. De aardbeving in Haïti liet zien dat je die conclusies met een korreltje zout moet nemen. De eerste informatie kwam voornamelijk via de nieuwe media de wereld in. Verschillende redacties maakten er dankbaar gebruik van.

Lees het verhaal van de stagiair op de redactie van Sky News. Aanvankelijk kwam er niets binnen, dus ging de redactie zelf op onderzoek uit. Op internet wel te verstaan. De eerste foto’s vonden ze op Twitpic en Facebook. Via die bronnen vonden ze ook ooggetuigen die ze via Skype interviewden. Even later vonden ze op YouTube de eerste bewegende beelden van net na de ramp.

Ook andere redacties benutten het journalistieke werk dat her en der op internet verscheen.

The Guardian bracht een liveblog in de lucht met voortdurend updates van materiaal dat ze onder meer vonden op YouTube, Twitpic, Facebook en Twitter.

De Los Angeles Times en de New York Times stelden Twitterlijsten samen van ooggetuigen en andere nieuwsbronnen die via Twitter lieten weten wat ze allemaal zagen aan verwoestingen en ellende.

Kortom, juist bij zo’n ramp bewijzen de nieuwe media hun waarde. Dat wil niet zeggen dat er voor de professionele journalistiek niets meer te doen valt. Aan hen de taak om de informatie bijelkaar te harken, te beoordelen en verder te onderzoeken.

1 Comment

Add yours →

  1. Ik denk dat twitter al lange tijd geleden zijn waarde heeft laten zien. Bij elke ramp worden er weer artikelen geschreven over de waarde van twitter. Zo betoogd ook mijn voormalig docent Sree Sreenivasan van Columbia University Graduate School of Journalism in New York: http://bit.ly/86KyHJ

Geef een reactie