Weg met opiniestukken zonder discussie

Opiniestukken in de krant hebben altijd iets onbeholpens. Het gaat ongeveer zo: een deskundige schrijft een stuk over een onderwerp van maatschappelijk belang en poneert daarin zijn visie op de betreffende kwestie. Vervolgens kan een andere deskundige daar eventueel op reageren in een opiniestuk dat doorgaans een of twee dagen later wordt afgedrukt. Ook lezers kunnen reageren, hun meningen worden afgedrukt in de speciale brievenrubriek. Een enkele keer vernemen we nog iets van de deskundige die het debat aanzwengelde, meer meestal blijft het bij zijn eerste opiniestuk. Het heeft dus iets onbeholpens, want een echte interactieve discussie komt niet van de grond. Gelukkig hebben we tegenwoordig internet, een medium dat zich prima leent om standpunten en argumenten uit te wisselen. Het gekke is: ook op internet zie je nog vaak dat het net zo gaat als in de krant.

Tot twee keer toe heb ik dat deze maand meegemaakt met opiniestukken op Villamedia.

De eerste keer was het opiniestuk van NOS-ombudsman Guikje Roethof, die debiteerde dat journalisten gebukt gaan onder de oneerlijke concurrentie van bloggers. Al snel stond een serie reacties onder haar stuk met vragen en tegenargumenten. Roethof deed het achteloos af met het ridiculiseren van de reacties: “Ze zijn agressief van toon, pikken een element uit het verhaal en vergroten dat uit, er wordt op de man gespeeld, en ze maken gebruik van ongefundeerde verdachtmakingen.” Na enig aandringen reageerde ze uiteindelijk nog wel op vragen van Bart Brouwers en Erwin Blom, maar alle andere reacties liet ze onbeantwoord.

De tweede keer was het opiniestuk van Nick Huls, hoogleraar rechtssociologie. Hij beklaagt zich over het onbreken van “een gezaghebbende set van normen en waarden waarin de beroepsgroep zelf aangeeft hoe journalisten zich moeten gedragen.” Daarom stelt hij voor om het tuchtrecht te introduceren in de journalistiek. Hoe hij dat voor zich ziet, schrijft hij niet en mijn vraag daarover in de reacties onder zijn stuk beantwoordt hij niet.

Ik vind het een vreemd fenomeen: opiniestukken op internet publiceren, maar je als auteur vervolgens niet mengen in het debat. Zelfs geen vragen beantwoorden. Het komt arrogant over: alsof aan de opinie in het stuk niet getornd mag worden. Alsof het voetvolk daarover mag discussiëren en klagen, maar de auteur van het stuk daarboven staat.

De redactie zou een auteur er op moeten wijzen dat het publiceren van een opiniestuk ook betekent dat je hoort te reageren op de reacties onder het stuk. Het zou in elk geval van fatsoen getuigen als de website van te voren duidelijk maakt of de auteur aanspreekbaar is over dat opiniestuk. Nu doen mensen de moeite om de auteur vragen of argumenten voor te leggen, waarop ze vervolgens nooit een reactie krijgen.

Oproep dus aan Villamedia: zorg dat auteurs aanspreekbaar zijn als ze een opiniestuk publiceren, of maak van te voren kenbaar dat de auteur niet op de reacties zal reageren. Of zet de reactiemogelijkheid op slot, dan is helemaal duidelijk dat een opiniestuk niet bedoeld is voor debat met de auteur.

4 Comments

Add yours →

  1. Helemaal mee eens. Wie bij mij reageert (zonder de illusie te hebben dat ik een opiniemaker ben, overigens)krijgt in de regel gewoon antwoord. Zo ontstaat debat.

  2. @ Alexander: je punt snijdt geen hout doordat je twee slechte voorbeelden kiest.
    Guikje Roethof reageerde. Alleen blijkbaar niet naar je zin. Alleen, daar gaat zij zelf over. En nadat reageerders haar wezen op de magere reactie, volgde een langere en meer inhoudelijke bijdrage. Klinkt als erg web 2.0: actie, reactie, actie etc.
    In het tweede voorbeeld gaat de auteur zelf over het tempo dat hij kiest. Zo hanteren sommige mensen in dit digitale tijdperk nog een printtempo. Ze willen even nadenken voordat ze reageren of nog wat aanvullende teksten lezen. Als redactie kun je besluiten die mensen uit te sluiten van deelname aan de discussie, eisen dat ze opschieten of zo nu en dan even wachten. Wij hebben voor dat laatste gekozen.
    Kortom, ook de auteurs op Villamedia reageren, alleen niet altijd inhoudelijk op de manier die jij wenst en ook niet op het moment dat jou uitkomt. Voor dat ongemak bied ik mij nederige excuses aan.

  3. Alexander Pleijter

    20 april 2010 — 14:45

    @Dolf: dank voor je reactie.
    Roethof reageerde uiteindelijk wel zoals ik ook hierboven schreef, maar wel heel selectief op slechts twee mensen. Dat vind ik niet erg royaal als je zo’n flinke discussie teweeg brengt.
    In het tweede voorbeeld was ik dan blijkbaar te ongeduldig. Vijf dagen lijkt op internet een eeuwigheid.

  4. Ik ben het met Alexander eens dat het gewenst kan zijn dat een auteur reageert op kritiek op een opiniestuk. Echter, niet altijd. Van mijn mentor, Arendo Joustra, heb ik meegekregen dat journalisten niet altijd het laatste woord moeten willen hebben en dat soms nederigheid past. Het eindeloos gelijkhebberig onder discussies blijven dooremmeren, zoals sommige mensen (ook auteurs) doen, vind ik evenmin gewenst (omdat het een natuurlijke discussie remt) als het je opsluiten in een ivoren toren onder het motto ‘Laat het plebs zich verder nu zelf maar redden.’

    Ik heb helaas geen kant-en-klaar aforisme om onderscheid te kunnen maken tussen deze twee situaties 😉 Voor mij ligt het onderscheid bij ‘kritiek op’ een stuk (wanneer je inderdaad een reactie zou mogen verwachten, bijvoorbeeld als de auteur er feitelijk niets van bakt) en ‘discussie over’ een stuk (wanneer er reden is voor terughoudendheid van de auteur – zeker als die de neiging heeft wat dominant en sturend uit de hoek te komen).

    Het stuk van Roethof valt wat mij betreft duidelijk in de eerste categorie, gezien de feitelijk onjuiste generalisaties die ze toepaste. Daarbij komt dat ik vind dat áls je besluit te reageren, je ook moet meedoen aan de hele discussie. In for a penny, in for a pound. En niet, zoals Roethof aanvankelijk deed, passief-agressief en ad hominem uit de hoek komen met een belediging richting mensen van TMG, NU.nl en Wegener die haar van feitelijk repliek dienden, en je verschuilen achter een debat in mei (waarbij ik overigens aanwezig zal zijn).

    Noch, na nóg meer kritiek, slechts op twee mensen te reageren (vermoedelijk omdat ze op de rest geen antwoord had).

Geef een reactie