Nee! Niet ‘oudere’, maar ‘conservatieve’ journalist!

En dat is dus het nadeel van kranten: als er iets staat dat niet klopt, kan je het er niet bij schrijven. Althans, dat kan je wel doen, maar dat leest geen hond. Behalve dan misschien je huisgenoten en eventueel de buurman met wie je de krant deelt. Daar kwam ik gister weer eens van heel nabij achter toen ik het interview onder ogen kreeg dat ik had gegeven aan een Trouw-journalist. De kop boven het stukje is prima: “Journalist moet met zijn tijd meegaan.” Daar valt geen speld tussen te krijgen. Maar in de eerste zin gaat het al mis.

De oudere journalist?

“Oudere journalisten reageren te defensief op vernieuwingen in hun vak. Dat meent Alexander Pleijter.” Nee, mensen, dat meen ik dus niet.

Even verderop in het artikeltje: “Ik vind dat oudere journalisten te defensief reageren op nieuwe ontwikkelingen.” Wederom: nee, dat vind ik dus niet.

Nee, de conservatieve journalist!

Ik heb het met de betreffende Trouw-journalist helemaal niet gehad over ‘oudere’ journalisten. Wel over ‘conservatieve’ journalisten. Maar dat is wat anders. Want leeftijd en conservatisme gaan lang niet altijd samen. Er zijn legio ‘oudere’ journalisten die heel innovatief, vindingrijk en vernieuwingsgezind zijn.

Als dit Trouw-artikeltje online zou staan, dan had ik erop kunnen reageren. Dan had ik in het reactieveld kunnen schrijven dat ik  ‘oudere’ journalisten dit helemaal niet in de schoenen heb willen schuiven.

Inzage vooraf?

Tja, heb je dan niet vooraf om inzage in het artikel gevraagd? Nee. Dat doe ik nooit. Als ik een interview geef aan een journalist, dan doe ik dat in het vertrouwen dat hij of zij opschrijft wat ik zeg. Dan ga ik niet als een schoolmeester of controlefreak vragen om inzage voor publicatie.

Eerlijk gezegd zou ik het andersom veel normaler vinden. Namelijk dat de journalist mij vraagt of ik het stuk nog even wil controleren voordat het gepubliceerd wordt. De journalist wil namelijk mijn mening in de krant weergeven en aan hem is dan ook de plicht om ervoor te zorgen dat dat op de juiste manier gebeurt.

In mijn krantje, hier op tafel, heb ik ‘oudere’ bruusk doorgestreept met mijn pen. Geen hond die het zal zien. Ook niet de buurman, want ik geef mijn krant niet door aan de buren. Jammer dat het stuk niet online staat, dan had ik daar in elk geval deze flater kunnen corrigeren.

10 Comments

Add yours →

  1. Ik heb het altijd plezierig gevonden om een interview vooraf nog even te laten lezen door de geïnterviewde. E-mail heeft die check alleen maar sneller en gemakkelijker gemaakt. Maar ja, ik ben ook een oud(ere) journalist…

  2. Je maakt een gigantische fout als je niet je interviews doorleest voordat ze gepubliceerd worden. Het is echt onzin om dat niet te doen. Dit is daar een goed voorbeeld van, en ik heb dit ook meerdere keren zelf meegemaakt.

    Altijd links en rechts kijken op het zebrapad. Altijd een contract kennen voordat je het ondertekend. Altijd aan een journalist vragen of je je interview mag lezen voor publicatie.

  3. Als een dagbladjournalist al zijn artikelen van tevoren laat doorlezen, kun je geen krant meer publiceren. Dan ben je teveel tijd kwijt om je bronnen achter hun kont aan te lopen. ,,Wilt u dit even nakijken? De krant moet straks naar de drukker.” En dat voor zo’n vier á vijf artikelen per dag.

    Voor een groot achtergrondartikel moet je het als journalist wel aanbieden om van tevoren te laten doorlezen. Maar elk interview? Er zitten maar 24 uren in een dag. In een ideale wereld kun je dat doen. Maar ja, een ideale wereld behoeft geen krant. Daar gebeurt namelijk ook niets opmerkelijks.

  4. Vroeger leerden wij steno. ‘Vroeger’ is dan 1997 en met ‘wij’ bedoel ik de Ierse studenten journalistiek met wie ik een tijdje lessen in Dublin mocht volgen. Een ideale oplossing voor wie niet zo snel schrijft, geen eidetisch geheugen heeft en het lastig vindt een bandrecorder te gebruiken.

    Zouden ze bij de Volkskrant ook eens moeten overwegen, want ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren te hebben gezegd dat ik niet in papier geloof. Ik geloof niet in de toekomstbestendigheid van het huidige papieren krantenmodel (edities/personalisatie is lastig, bezorgkosten hoog, moeilijk om personeel te vinden, etc etc etc). Hoe kan ik nou niet in papier geloven en tegelijkertijd boek na boek uitbrengen!

    http://www.volkskrant.nl/multimedia/article1396232.ece/Rigide_journalist_moet_tandje_bijzetten

  5. @Jerry Is dat zo? Je kunt toch gewoon ook ter inzage geven en afspreken dat de respondent binnen een uur (oid) reageert? Laat ie dat zitten, is het zijn probleem.

    Een veel groter probleem vind ik dat het inzagerecht door sommige (met name gehaaide) mediaveteranen wordt gebruikt als excuus om het stuk even om te toveren in een propagandastuk voor de eigen organisatie.

    Maar ook daar is een oplossing voor: ik maak de afspraak tot inzage op feitelijke onjuistheden, elk ander commentaar negeer ik gewoon. Even oefenen, maar het went.

  6. Alexander Pleijter

    5 juli 2010 — 12:29

    De journalist beschouwt een artikel als ‘zijn’ stuk. En heeft daarom liever niet dat anderen zich bemoeien met zijn pennenvruchten. Maar zeker als je een interviewartikel maakt, vind ik dat er eerder sprake is van een coproductie tussen journalist en geïnterviewde. Als het goed is wil de journalist de opvattingen van de geïnterviewde op een goede manier weergeven. In zo’n geval gaat het dus niet om ‘controle’ of ‘inzage’, maar eerder om een samenwerking tussen journalisten en geïnterviewde. Althans, zo zou het moeten zijn.

  7. @Alexander: dat hangt natuurlijk helemaal af van het soort interview en met wie. Van samenwerking kan best sprake zijn als je een goedwillende universitair onderzoeker interviewt die nog niet geroutineerd is in zijn contacten met de media. Iemand met een mooi huisje plus tuintje in Haarlem die lief is voor zijn vriendin en er regelmatig met de Volkswagenbus op uittrekt. Ik noem maar een volstrekt hypothetische dwarsstraat.

    Maar in de praktijk wordt de kreet ‘samenwerking’ vooral gebruikt door enge PR-tiepjes om een interview met de baas van BP/Philips/Greenpeace nog even ‘om te buigen’ naar een propagandastuk waar alle scherpe kantjes vanaf zijn gehaald. Geef dat soort mensen meer macht dan strikte inzage op wat er wel en niet is gezegd, en er verschijnt geen enkel onthullend stuk meer.

    Je gaat bovendien ook voorbij aan het scenario waarin de geïnterviewde de journalist gebruikt om zijn boodschap te dissemineren. Mijn eerste landelijke primeur op de kerkpagina op Trouw heb ik aan zo iemand te denken.

    Ik ben er niet slechter van geworden, maar wat ik er mee wil zeggen is dat een relatie tussen journalist en geïnterviewde van tal van factoren en belangen afhankelijk is en ik het dus moeilijk vind om daar een algemene regel over hoe zo’n contact zou moeten verlopen te formuleren. Een interview is net zomin altijd een samenwerking als een liefdesrelatie altijd gebaseerd is op rationele partnerkeuzeoverwegingen.

  8. Ik behoor inmiddels met bijn 55 jaar tot de “oudere” journalisten en ik voel me niet aangesproken. En al helemaal niet meer na de uiteenzetting van Alexander. Ik krijg zelfs van mijn veel jongere vrouwelijke chef te horen dat ze het zo geweldig vindt dat ik veel meer met nieuwe media bezig ben dan jongere collega’s. Wat me wel opvalt is dat media-gebonden collega’s maar moeizaam crossmediaal kunnen werken. In die zin bespeur ik door alle leeftijdgroepen heen conservatisme.

  9. @jan mooi onderscheid Jan. In ons boek hebben we het ook over het verschil tussen mediacentrisch (‘ik ben een tv-journalist’) en doelcentrisch (‘ik wil die-en-die-groep goed informeren over dat-en-dat) denken.

  10. Ik word een beetje kriegel van de ‘tegenstelling’ oudere/jongere journalist. Volgens mij heeft een en ander met vakbekwaamheid en bevlogenheid te maken. Je bent dus of een goede journalist (op welk terrein dan ook), of je doet maar wat, of je bent een commerciële hond die zich aan journalistieke principes niets gelegen laat liggen. Wat heeft dat in hemelsnaam met oud of jong, conservatief of progressief te maken? Uiteindelijk komt het neer op kwaliteit. En kwaliteit betekent automatisch ‘content’, want lezenswaardig. Staat er wat, heeft de lezer er wat aan en -het belangrijkste- vindt de lezer er wat aan. Vul je dat als journalist niet in, ga dan maar bij een reclamebureau werken of wordt putjesschepper bij RTL-Boulevard. Ook een (ander) vak.

Geef een reactie