Onlangs ontstond in België is een fel debat over de mediaberichtgeving over het busongeluk in Zwitserland waarbij Belgische en Nederlandse schoolkinderen omkwamen. Een van de zaken waarover menigeen zich boos maakt was de publicatie van foto’s van omgekomen kinderen op de voorpagina’s van enkele Belgische kranten. Foto’s die afkomstig waren van blogs en sociale media.

Door de kritiek voelde de Belgische Raad voor de Journalistiek zich geroepen om speciale richtlijnen in het leven te roepen. Deze zouden duidelijk moeten maken hoe journalisten om horen te gaan met informatie en beelden die zijn te vinden op persoonlijke websites en sociale media. Handig zou je zeggen, want dan kan je even snel opzoeken wat je voortaan moet doen als je een fotootje van Facebook wilt gebruiken.

Liefst 11 artikelen

Maar zo eenvoudig is het niet. Want de Belgische Raad heeft er liefst 11 artikelen uit weten te persen die je door moet ploeteren. Is het de moeite waard om dat te doen? Nee, eigenlijk niet. Want zo heel veel wijzer word je daar niet van.

In meerdere van de 11 artikelen wordt erop gewezen dat de journalist moet afwegen of het maatschappelijke belang groot genoeg is om het materiaal te gebruiken.

Maatschappelijk belang

Ja, dat is een goeie, het maatschappelijk belang afwegen. Maar wat is dat dan precies, het maatschappelijk belang? Wanneer is er sprake van een maatschappelijk belang? Dat staat niet in de Code van de Raad voor de Journalistiek (hier een pdf van de volledige tekst van de code). Logisch ook wel, want het valt niet mee om dat te definiëren.

Des te merkwaardiger is het voorschrift: “De journalist moet dit maatschappelijk belang kunnen aantonen.” Eigenlijk is datgewoonweg bizar. Als in de code niet staat omschreven wat moet worden verstaan onder ‘maatschappelijk belang’, hoe kan je als journalist dan aantonen dat daar sprake van is?

Bovendien is de formulering uiterst ongelukkig. Maatschappelijk belang ‘aantonen’ is onmogelijk. Want voor zoiets kan je feiten of bewijzen verzamelen. Je kan hooguit argumenten aandragen om te onderbouwen waarom er volgens jou sprake is van een maatschappelijk belang.

Toestemming vragen aan slachtoffers

Een opmerkelijk punt is artikel nummer 9. Daarin staat dat de journalist moet navragen of hij informatie en beeldmateriaal van een persoonlijke websites en sociale netwerksites, kan overnemen. “Wanneer blijkt dat nabestaanden of slachtoffers zelf zich verzetten tegen de openbaarmaking, leeft de journalist dit verbod na.”

Dat is naar mijn idee een tamelijk bizarre en onwerkbare richtlijn: de journalist wordt dus geacht om contact op te nemen met een slachtoffer of diens nabestaanden om te vragen of een foto gebruikt mag worden? Ik denk niet dat slachtoffers of nabestaanden zitten te wachten op een hoos aan telefoontjes van journalisten die willen vragen of ze een foto van Facebook mogen publiceren.

Hoe kan het dan beter?

Als je journalisten al wilt voorzien van richtlijnen, dan zou het belangrijkste uitgangspunt moeten zijn: houd het simpel. Dus geen 11 nodeloos ingewikkelde artikelen over iets eenvoudigs als sociale media. Gelukkig is het ook niet zo moeilijk om het simpel te houden. Gewoon een kwestie van de 11 artikelen tot de essentie terugbrengen. Mijn voorstel zou zijn:

1. Denk goed na over het publiceren van privégegevens en foto’s van slachtoffers, daders en andere personen in het nieuws.

2. Vraag je af of publicatie daarvan de belangen of privacy schaadt van betrokkenen.

3. Vraag je af of publicatie van maatschappelijk belang is.

Of is dit te simpel gedacht?