Verwarde machinist bekent schuld: publiceren of niet?

Twee treinen botsen frontaal op elkaar. Volkskrant-journalist Hein Janssen zit toevallig in een van de treinen, in de coupé direct achter de bestuurderscabine. Na de klap ziet de journalist de machinist uit de cabine komen. Ze kijkt enigszins verward en zegt: “Ik vrees dat ik een rood sein heb gemist.” Op de website brengt de Volkskrant een bericht met deze uitspraak als kop. En ook in de krant wordt deze uitspraak (in een bericht en een ooggetuigenverslag van Hein Janssen) gepubliceerd. Maar is dat vanuit journalistiek oogpunt eigenlijk niet een beetje raar?

Er zitten een paar heikele punten aan de uitspraak van de machinist:

1. De machinist is zichtbaar verward volgens de journalist. Realiseert ze zich dan wel wat ze zegt? En heeft het enige waarde wat ze op dat moment zegt? Of is het een spontane schrikreactie die de vrees bij haar oproept dat ze schuldig is aan het ongeluk?

2. De machinist spreekt slechts de vrees uit dat ze een rood sein heeft gemist. Afgaande op haar uitspraak is ze er niet zeker van. De journalist heeft het haar vermoedelijk ook niet verder gevraagd, want in zijn stuk schrijft hij “we zijn te verbijsterd om te antwoorden.”

3. Behalve de uitspraak van de machinist heeft de Volkskrant geen andere aanwijzingen over de oorzaak van de botsing. Die staan althans niet in de gepubliceerde berichten. De journalist heeft niet zelf gezien dat de trein door rood reed. Hij hoorde slechts een uitspraak van een geschrokken, verwarde machinist.

Natuurlijk is de uitspraak van de machinist relevant. Want het kan waar zijn. Maar klopt het ook? Dat heeft de Volkskrant verder niet uitgezocht. Desondanks trekt de Volkskrant een vergaande conclusie: “Het treinongeluk […] is vermoedelijk veroorzaakt doordat de machinist van de stoptrein een rood sein negeerde.”

Nogmaals, het kan waar zijn, maar het bewijs is bijzonder broos. Sterker, naar mijn idee is dit een typisch voorbeeld van een gerucht promoveren tot nieuwsfeit. Zouden journalisten zoiets wel moeten publiceren?

15 Comments

Add yours →

  1. Theo Dersjant

    23 april 2012 — 10:10

    Alle omstandigheden die relevant zijn voor het kunnen plaatsen van het citaat, staan toch in het stuk? Hooguit zou je – slakken op zout – kunnen beargumenteren dat het woord ‘ vermoedelijk’ achteraf beter ‘mogelijk’. Had kunnen zijn.
    Als de verslaggever het citaat niet had gemeld – nogmaals: voorzien van de omstandigheden – hadden we nu geroepen dat- ie relevante informatie voor zichzelf gehouden zou hebben en dat journalisten daar niet voor zijn.

  2. De machinist vermoedt dat ze door rood is gereden. De journalist schrijft dat de machinist vermoedt dat ze door rood is gereden. Onderzoek zal uitwijzen of het vermoeden van de machinist klopt. Kortom, prima actuele berichtgeving van De Volkskrant met ruimte voor een follow up komende dagen.

  3. Frank Nuijens

    23 april 2012 — 12:08

    Eens met Alexander. In het kader van ‘één bron is geen bron’ is de uitspraak niet meer dan een gerucht, en daarbij uitgesproken door iemand die net de schrik van haar leven heeft gehad. De conclusie van de Volkskrant is in dat licht niet alleen onverstandig, hij is ook nog eens feitelijk onjuist. De machinist zegt namelijk dat ze vreest dat ze het rode sein heeft gemist. Dat is wat anders dan dat ze het heeft gezien en vervolgens bewust heeft genegeerd, zoals de Volkskrant roept. Een ooggetuigenverslag in de krant is natuurlijk fantastisch, maar plaats het in perspectief en verbind er zeker geen (in dit geval ook nog eens onjuiste) conclusies aan.

  4. Alexander, ik zou daar nog een vierde punt aan willen toevoegen: de betrouwbaarheid van de waarneming van de getuige in kwestie. Als mede-slachtoffer is hij per definitie geen objectief waarnemer meer, hij zal ongetwijfeld net zo verward zijn geweest als de machinist en andere inzittenden. We lezen niet dat de andere personen in de coupé bevestigen dat de machinist dit (letterlijk) zo gezegd heeft. Als Hein Janssen níet in de trein had gezeten en achteraf als journalist zijn werk was gaan doen, had hij geschreven: ‘één van de passagier zegt dat de machinist heeft gezegd’ en had hij de uitspraak van de machinist niet als feit opgeschreven.

  5. Rox van der Helm

    23 april 2012 — 15:43

    Allereerst vind ik niet dat er wat mis is met het publiceren van een dergelijk citaat en dat zoiets prima als kop van een nieuwsartikel kan worden gebruikt. Het is duidelijk wie het gezegd heeft en duidelijk dat het enkel een uitspraak betreft. Wel heb ik problemen met het woord ‘vermoedelijk’ in de eerste alinea, want dit is geen objectieve verslaggeving. Er wordt gespeculeerd over wat er een aan de hand is, terwijl de uitkomst van het onderzoek nog onbekend is. Daar komt bij dat een nieuwsartikel ‘oprolbaar’ hoort te zijn en door nu meteen te concluderen dat de oorzaak het missen van een rood sein zou zijn geweest, wordt de lezer op een verkeerd been gebracht. Dat mag sowieso niet gebeuren. Persoonlijk zou ik dan ook zeggen: kom met de gegevens (dus de feiten), vermeld daarna dat de oorzaak nog onbekend is en vermeld later in het stuk pas dat een mogelijk oorzaak eventueel het missen van een rood sein is, omdat .. etc. Maar ja, wie ben ik? 🙂

  6. Alexander Pleijter

    23 april 2012 — 15:46

    @Theo: Je schrijft: “Als de verslaggever het citaat niet had gemeld hadden we nu geroepen dat- ie relevante informatie voor zichzelf gehouden zou hebben en dat journalisten daar niet voor zijn.”
    Beetje gekke uitspraak want daarmee zeg je dat journalisten niet hoeven te checken voor ze publiceren.

    @Coen: Klopt, goed punt.

    Eigenlijk doet deze berichtgeving me ook erg denken aan de Friso-berichtgeving van NRC: het nieuws baseren op slechts één bron. Ook de vorm komt trouwens overeen: in beide gevallen is gekozen voor een soort van reportage vanuit de persoonlijke beleving van de journalist.

  7. Eén niet-anonieme bron is een prima bron. Wat was het alternatief geweest? De officiële reactie van NS afwachten en dat te plaatsen. Gek genoeg is dat de normale praktijk, niemand zegt dan “één bron is geen bron”.

  8. willem wansink

    24 april 2012 — 13:06

    Verdachtmaking realiteitsgehalte ooggetuigeverslag Hein Janssen (VK) = insinuerend. Getuigt van perfide achterdocht. Wat is belang VK bij verzinsels? Denk aan recente affaires Koelewijn en Banning bij NRC. Minister Schultz heeft aar eigen redenen om het ‘gerucht’ over te nemen in brief naar 2e Kamer: http://www.nrc.nl/nieuws/2012/04/23/machinist-stoptrein-miste-rood-sein/

  9. Ik vind eigenlijk vooral dat de keuze om deze uitspraak te gebruiken om conclusies op te baseren erg wankel en discutabel is. Het probleem is niet dat de journalist schrijft over de uitspraak van de machinist (inclusief) context. Maar wel dat die uitspraak in de context van wat er net gebeurt is vervolgens de basis is voor een conclusie over de vermoedelijke oorzaak. In die zin ben ik het dus wel met Alexander eens.

  10. Alexander Pleijter

    24 april 2012 — 13:39

    @Piet: Eén niet-anonieme bron kán een prima bron zijn. Ben ik met je eens. Maar of dat in dit geval zo is? Je zegt iets in een onbewaakt moment en de volgende dag staat het in de krant en wordt het overgenomen door diverse andere media en ben je volgens heel Nederland schuldig aan een treinongeluk. Het discutabele zit hem ook in het feit dat de journalist zich niet kenbaar heeft gemaakt als journalist. De machinist kon dus niet bevroeden dat die uitspraak de volgende dag in de krant zou staan. Geen journaistiek met open vizier dus.

  11. Belangrijker: stel, je bent machinist en bestuurt een trein. Ineens zie je, op hetzelfde spoor, een trein op je afkomen. 1e gedachte die door je hoofd schiet: “OMG dit kan niet zou ik een rood sein gemist hebben??!?” Terwijl het net zo goed die andere trein kan zijn. Of een fout in de software die zou moeten zorgen dat dit niet kan gebeuren. Of een defect rood licht. Ik vind dus vooral het feit dat er conclusies worden verbonden aan iets dat op zich een volkomen onschuldige en begrijpelijke uitspraak kan zijn veel te ver gaan.

  12. Een ongeluk met meerdere betrokkenen levert altijd ooggetuigeverslagen op. In dit geval zit er zelfs een journalist tussen. Dat hij -in verhalende vorm- daarvan verslag doet is logisch, dus ook dat hij de citaten erin verwerkt van betrokkenen. Hij zou als journalist geen knip voor de neus waard zijn als hij het niet zou doen.
    Het is inderdaad de vraag hoeveel consequenties je aan die uitspraak moet verbinden. “Ik heb een rood sein gemist” terwijl dat niet zo blijkt te zijn, is natuurlijk iets anders dan “ik geloof dat ik mijn arm heb gebroken” terwijl het een kneuzing betreft.
    Maar volgens mij is de brief van Schulz van Hagen deze redacteur niet aan te rekenen. Ook niet dat een NS-woordvoerder heeft verklaard “dat het ongeluk alleen plaats kan vinden als er een rood sein wordt gemist”. Bovendien is hij niet aan het interpreteren geslagen, zoals NRC dat wel deed rondom Friso. Hij heeft simpelweg opgetekend wat hij gezien en gehoord heeft. En dat is nuttige, waardevolle informatie. Het geeft weer hoe die eerste minuten waren.

  13. Ik heb net als Piet Bakker geen enkele moeite met het verslag van Hein Jansen. Die quote wordt goed verwerkt in de context, er wordt niemand met name beschuldigd, en voldoende ruimte gelaten voor andere mogelijke oorzaken. Dat er vervolgens nieuws van wordt gemaakt, zelfs met de slag om de arm (vermoedelijk), lijkt me onverstandig zolang er geen tweede bron voor is.

  14. In één van de reacties werd het al gesteld: “Hij zou als journalist geen knip voor de neus waard zijn als hij het niet zou doen”. Ik kan het daar alleen maar mee eens zijn.

    De journalist is ooggetuige en noteert wat er gezegd wordt, inclusief de twijfel bij de machinist: “Ik vrees dat ik een rood sein heb gemist.”

    Ik ben ook op het gebied van “open vizier” wat minder streng in de leer. Had Jansen meteen na de klap moeten zeggen: “ho ho mevrouwtje, realiseert u wel wat u zegt, ik ben namelijk journalist?”

    Het probleem is dat mensen zodra ze weten dat er een journalist in de buurt is, beginnen te draaien en te ontwijken: “geen commentaar”, “vraagt u dat maar aan de voorlichter”, etc. In dit geval was het natuurlijk ook onmogelijk om zich vooraf bekend te maken. Als Jansen niks opgeschreven was hij inderdaad geen knip voor z’n neus waard geweest.

    Er is nog iets vreemds aan de kritiek. Vrijwel alle media zijn na het ongeluk op zoek gegaan naar getuigen, en met succes. Al die getuigen deden hun verhaal. Kennelijk is dat geaccepteerd, bronnen die leeglopen. Veilige informatie uit de tweede hand. Waarom zou de journalist zelf zijn eigen waarneming niet op kunnen schrijven?

  15. Natuurlijk publiceren. De uitspraak van de – verwarde – machinist is een belangrijk nieuwsfeit. Maar vermeld dan ook de omstandigheden waaronder de machinist dit heeft gezegd.

Geef een reactie