persvrijheidsindex

“Persvrijheid nog beter in Nederland”, luidde afgelopen week de kop boven een bericht dat door het ANP werd verspreid. Diverse nieuwssites namen het één op één over, zoals Volkskrant.nl, WelingelichteKringen.nl, ED.nl, Gelderlander.nl, Parool.nl, AD.nl, Trouw.nl, enzovoort.

Wat er afgelopen jaar beter is geworden aan de persvrijheid in Nederland vermeldt het bericht niet. Ik zou het eigenlijk ook niet kunnen bedenken. Zo is er nog steeds geen betere Wet openbaarheid van bestuur. Er is ook geen wettelijk verschoningsrecht voor journalisten gekomen. Sterker, de Nederlandse staat kreeg afgelopen jaar een tik op de vingers vanwege het schenden van de rechten van journalisten.

Waarom meldt ANP dan dat de persvrijheid in Nederland in 2012 nog beter is geworden? 

Simpel, omdat Nederland een plek is gestegen op de jaarlijkse ranglijst van Reporters Without Borders: van 3 naar 2. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat de persvrijheid hier beter is geworden. Het kan ook dat de nummer 2 – Noorwegen – het afgelopen jaar slechter is gaan doen.

Helaas kan je aan de scores niet zien of in landen de persvrijheid is verbeterd of verslechterd. Dat komt doordat de berekening van de scores dit jaar is aangepast. Vorig jaar konden landen op negatieve scores uitkomen en varieerden de scores van -10 tot 142 punten. Dit jaar is er een index die loopt van 0 tot 100 punten en liggen de scores tussen 6,38 en 84,83.

Vorig jaar scoorde Nederland -9,00 punten en dit jaar 6,48. Maar door de nieuwe telmethode mogen die scores geenszins met elkaar vergeleken worden. Oftewel, het is niet vast te stellen of landen beter of slechter scoren ten opzichte van voorgaande jaren. Je kan alleen zien of ze het ten opzichte van elkaar beter of slechter doen.

Dat ANP alleen heeft gekeken naar de plek van Nederland op de ranglijst is derhalve een typisch staaltje van scorebordjournalistiek.