Dit blog bevat geen videofragmenten. Gelukkig vinden veruit de meeste mensen de informatie daardoor niet minder betrouwbaar. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek naar internetgebruik in Nederland. Een hele opluchting. Ook burgerjournalisten kunnen gerust zijn: veel mensen vinden hun berichten net zo betrouwbaar als die van professionele journalisten.

Het rapport toont het beeld van een bloeiende online natie. Er wordt massaal geïnternet, de verbinding met het world wide web staat een groot deel van de dag aan en men e-mailt, surft, downloadt en chat heel wat af. Met als gevolg dat de internettende bevolking zich beter op de hoogte voelt dan ooit tevoren. Vrijwel iedereen (90%) kan zijn weg dan ook goed vinden op het net en is in staat om alle gezochte informatie daadwerkelijk te vinden.

Maar het is niet louter rozengeur en maneschijn. De mensen vinden weliswaar de informatie die ze zoeken, maar de helft vindt het vervolgens lastig om te bepalen of de gevonden informatie klopt. En driekwart heeft behoefte aan meer kennis over hoe je om moet gaan met informatie van internet.

Kortom, informatie op het web vinden is geen probleem, maar beoordelen of het goede informatie is blijkt een stuk lastiger. Dat is niet zo verwonderlijk: wie op Google een paar trefwoorden intikt, stuit altijd wel op een paar relevante verwijzingen. Maar de bron is vaak onbekend, obscuur en dus lastig op betrouwbaarheid te beoordelen.

Hoe zit het dan met ‘erkende’ nieuwsbronnen, de nieuwssites van naam en faam? Ze worden door veel mensen (ongeveer zeventig procent) bezocht, maar hoe betrouwbaar worden ze gevonden? Helaas levert dit onderzoek daar weinig duidelijkheid over. Er is niet gevraagd naar de betrouwbaarheid van verschillende nieuwssites. Hooguit valt uit de gegevens af te leiden dat sommige mensen sites van kranten (zoals de Volkskrant en De Telegraaf) betrouwbaarder vinden dan nieuwssites (zoals Nu.nl), maar anderen vinden juist weer van niet.

Wat wel duidelijk wordt is dat de professionele journalist niet bij iedereen een streepje voor heeft. Bijna de helft van de mensen vindt de berichtgeving van burgers net zo goed als die van beroepsjournalisten. Opmerkelijk genoeg vinden de burgerjournalisten hun aanhangers vooral onder de oudere internetters. Jongeren zijn juist meer te spreken over professionele journalisten; zestig procent van de 20-29-jarigen vindt het nieuws van burgerjournalisten minder goed dan van professionals. Bij de 60-plussers is nog geen vijftig procent die mening toegedaan. Meer dan de helft van de internettende senioren neemt dus genoegen met burgerberichtgeving. Dat roept vragen op: want waren het niet juist die jongeren die zich klikkend, bloggend en hyvend steeds minder zouden aantrekken van de ‘oude’ journalistiek?