Tag: nieuwssites (page 2 of 2)

Vervangen sites de papieren krant?


Dagbladsites zetten opmars voort, zo meldde Cebuco vorige week donderdag in een persbericht. Was dat bericht reden tot juichen of jammeren voor deze marketingorganisatie van de Nederlandse dagbladen? Maar al te vaak wordt immers de zorg uitgesproken dat de gratis krantensites een bedreiging zijn voor de papieren oplages. Voor dagbladbedrijven is dat zorgelijk, want aan papier valt – nog steeds – goed te verdienen, terwijl dat voor krantensites nog niet het geval is, zo betoogt Francisco van Jole op de Nieuwe Reporter.

Cebuco komt in het betreffende persbericht met een geruststellende mededeling voor de Nederlandse dagbladen. Lezers zouden krantensites zien als een aanvulling op de gedrukte krant. Het lezen van papier is een dagelijks ritueel, bijvoorbeeld tijdens het ontbijt, terwijl mensen de krantensites gebruiken om snel even op de hoogte te raken van het laatste nieuws. “In hun functie zijn de kanalen dus complementair”, concludeert Cebuco op basis van het Mediabelevingsonderzoek 2007.

Dat geluid is niet nieuw. Vrijwel direct toen krantensites hun intrede deden, bogen wetenschappers zich over mogelijk kannibalisme door online kranten. De uitkomsten van die onderzoeken verleidde de onderzoekers tot enig optimisme over de toekomst van de papieren krant.

Neem de Amerikaanse onderzoekers die in 1998 een telefonisch enquête hielden onder inwoners van Austin (Texas) en omliggende gemeentes. Liefst 83% van de bezoekers van de site van het plaatselijke dagblad bleken ook de papieren versie van die krant te lezen. Voor de nationale dagbladen (zoals New York Times en USA Today) lag dat iets lager: ongeveer de helft van de sitebezoekers lazen ook de printversie. Kortom, de bezoekers van een krantensite zijn mensen die dezelfde krant op papier lezen. Derhalve concludeerden de onderzoekers dat een krantensite geen bedreiging is voor de papieren oplage, maar een aanvullende informatiebron voor lezers.

In een in 2002 gepubliceerd onderzoek namen onderzoekers de oplages en advertentie-inkomsten van Engelse en Nederlandse kranten over de periode 1990-2000 onder de loep. Slechts enkele kranten lieten een daling van oplage en advertentie-inkomsten zien. Dat bracht de onderzoekers tot de volgende conclusie: “The threat of cannibalization appears to be considerably lower than widely assumed. The Internet rarely cannibalizes traditional channels.” Wel wezen zij erop dat de bezoekers van krantensites over het algemeen jonger zijn dan de papieren lezers.

Een conclusie die we ook tegenkomen in het onderzoek van Ester de Waal. Zij concludeert na een telefonische enquête onder Nederlanders in 2002 dat vooral jong volwassenen (18-37 jaar) online kranten raadplegen ter vervanging voor traditionele kranten. Bij andere leeftijdsgroepen was daar geen sprake van.

De uitkomsten van deze onderzoeken mogen de onderzoekers tot optimisme stemmen over de papieren krant, maar wat deze onderzoeken vooral laten zien is dat mensen niet van de ene op de andere dag hun abonnement op de krant opzeggen om vervolgens het nieuws via internet te gaan volgen. Zo’n verandering gaat geleidelijk. Pas vanaf eind jaren negentig is er sprake van een dalende trend in de oplages van de landelijke dagbladen. Een nieuwe meerjarige analyse van de oplagecijfers zou wel eens een heel ander beeld kunnen laten zien dan in 2000.

Verder laten de onderzoeken bij herhaling zien dat jongeren nieuwssites gebruiken als vervanging van de papieren krant. Zij tonen weinig binding met papieren kranten en zullen vanwege de makkelijke verkrijgbaarheid van nieuws op internet weinig reden hebben om een duur krantenabonnement te nemen. Wellicht gaven de eerste wetenschappelijke onderzoeken weinig reden tot zorg, maar dat kwam doordat er op dat moment nog weinig te zien was van de omwenteling die zich langzaam maar zeker steeds duidelijker is gaan manifesteren. Het bezoek aan krantensites zit – getuige de cijfers van Cebuco – nu pas flink in de lift, dus nu pas gaat duidelijk worden of de sites hun papieren moedertje gaan verdringen.

Een twee keer per week verschijnende nieuwssite


Waar maak je het nog mee? Een twee keer per week verschijnende krant die alleen op de dag dat de krant verschijnt nieuws op haar website publiceert. Het bestaat toch echt. De Engelstalige, Kameroenese krant The Post doet het. Het is een krant van bescheiden omvang met een oplage van 4000 exemplaren en een redactie van 20 journalisten. Maar deze krant flikt het toch maar: een website in de lucht houden. En dat valt niet mee in Afrika, waar de bevolking zelden een computer bezit, de internetinfrastructuur aan alle kanten rammelt, de redactiebudgetten belabberd zijn en de kennis over websites marginaal is.

Eigenlijk heeft het helemaal geen zin, zou je zeggen. Een nieuwssite starten in een land waar slechts een enkeling een computer heeft. Dat de Kameroenese krant The Post desondanks een veel bezochte site heeft is te danken aan de vele Kameroenezen in het buitenland. Honderden getrainde professionals verlaten jaarlijks het Afrikaanse continent, maar blijven geïnteresseerd in nieuws uit hun vaderland. Ze zijn een dankbare doelgroep voor een online krant.

Toen The Post overstelpt werd met verzoeken uit het buitenland om een nieuwssite te lanceren, wilde de redactie wel, maar kon niet. Ze had al eerder een poging ondernomen, maar door een gebrek aan kennis van zaken gingen regelmatig drie maanden voorbij voordat een update van de site plaats vond. Een nieuwssite onwaardig, maar niet vreemd voor een redactie die zelf niet eens over een internetaansluiting beschikt. Als de journalisten het internet willen raadplegen, moeten ze het internetcafé in het belendende pand bezoeken.

De oplossing kwam uit het buitenland. Een Kameroenese migrant in Chicago wierp zich op als websitebeheerder en een ander uit Delaware werd de siteontwerper. Beide zijn niet in dienst van de krant maar handelden uit liefde voor de krant en het verlangen naar nieuws uit hun vaderland. Ze kwamen met het idee om het weblog als format te gebruiken. Een eenvoudige applicatie zodat de redactie in Kameroen zelf in staat zou zijn om de site te onderhouden en nieuws te uploaden. En zo snijdt het mes aan twee kanten: de Afrikaanse diaspora wordt voorzien van nieuws uit het vaderland en de krant kan gebruik maken van expertise waarover ze zelf niet beschikt.

De site is inmiddels vier jaar in bedrijf, maar de volle aandacht van de redactie gaat nog altijd uit naar de papieren krant. De enige webredacteur is het grootste deel van de tijd bezig met verslaggeving voor de papieren krant. Het actualiseren en bijhouden van de website is bijzaak. Alle verhalen die de journalisten maken zijn primair bestemd voor de papieren krant. De redactie maakt geen berichten speciaal voor de site.

Pas als de krant gedrukt wordt bekijkt de redactie welke bijdragen op de site gepubliceerd zullen worden. Dat valt ook meteen op als je de site bekijkt. Alleen op de dagen dat een krant verschijnt zijn er nieuwe berichten geplaatst. En dat is niet omdat de site een bedreiging zou zijn voor de papieren krant. Want de sitebezoekers (Kameroenezen in den vreemde) en de krantenlezers (Kameroenezen in Kameroen) zijn gescheiden werelden. Blijkbaar valt het ook in Kameroen niet mee om ingesleten gewoontes te veranderen.

Deze bijdrage is gebaseerd op een onderzoek van Lilian Ndangam dat onlangs is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift New Media & Society onder de titel Free lunch? Cameroon’s diaspora and online news publishing.

Wie wil interactie?


Sinds Web2.0 flink aan de weg timmert zijn ‘participatie’ en ‘interactie’ de toverwoorden. Ook de journalistiek moeten eraan geloven. Op een beetje nieuwssite barst het van de mogelijkheden voor de bezoeker: foto’s inzenden, reacties onder berichten plaatsen, video’s aanklikken, tips versturen, de redactie mailen, de openingspagina personaliseren, chatten met de redactie. Het kan niet op. Maar wie maken er eigenlijk gebruik van?

Die vraag staatd centraal in het onderzoek van Deborah Chung dat onlangs is gepubliceerd in de Journal of Computer-Mediated Communication. Ze liet bezoekers van een krantensite een online enquête invullen over hun gebruik van interactieve toepassingen op nieuwssites.

Vervolgens blijkt dat de gemiddelde bezoeker weinig gebruik maakt van de mogelijkheden. Door de bank genomen wordt elke interactieve toepassing slechts af en toe gebruikt door een sitebezoeker. Vooral de meeste interactieve toepassingen, zoals fora en chatten, kennen een beperkt aantal gebruikers.

En wie zijn die gebruikers van interactieve toepassingen? Het zijn mensen – vooral mannen – die politiek betrokken zijn en vertrouwen hebben in online nieuwssites. Het lijkt dus van belang voor nieuwssites om vertrouwen bij het publiek te kweken om ze te verleiden tot gebruik van de interactieve mogelijkheden.

Maar hoe zit het met dat weinige gebruik van interactieve toepassingen? Hebben mensen er geen behoefte aan? Of is de oorzaak dat nieuwssites veel van de onderzochte toepassingen helemaal niet aanbieden? Uit diverse onderzoeken is immers gebleken dat veel nieuwsredacties de interactieve mogelijkheden van het web nauwelijks benutten.

De beperkte beschikbaarheid van interactieve toepassingen is volgens onderzoeker Chung onmiskenbaar een belangrijke oorzaak van het weinig gebruik. Via e-mail laat ze weten: “Over the past few years, I have observed little or gradual change in the incorporation by major news organizations of interactive features that facilitate interpersonal communication and personal expression. Because of such limited availability, news audiences do not feel accustomed to using these features on news sites. I believe that this will change as more and more news publications are joining the Web 2.0/3.0 movements and allowing news audiences to express their perspectives and join the conversation.”

Onderzoeken zoals deze wekken nogal eens de suggestie dat de waarde van interactieve toepassingen zit in het actieve gebruik door mensen: foto’s insturen, reacties plaatsen, chatten en noem maar op. Maar wellicht zitten veel mensen daar niet op te wachten, maar vinden ze het wel bijzonder leuk of interessant om de bijdragen van andere bezoekers te bekijken. Het zou goed zijn om ook dit passievere gebruik in vervolgonderzoek eens onder de loep te nemen. Dan krijg je een beter beeld van de toegevoegde waarde van al die interactieve toepassingen.

Nieuwssites lopen mobiel voorop


Nieuwssites presteren prima op de mobiele telefoon. Veelbezochte nieuwsaanbieders als De Telegraaf, Nu.nl, de Volkskrant en het Algemeen Dagblad hebben speciale sites voor ontvangst op mobiele telefoons. Dat is wel zo prettig, want een telefoonscherm is een stuk kleiner dan een computerscherm. Nieuwssites lopen wat dat betreft voorop, want overheidsinstellingen, maar ook populaire winkelketens en online winkels (zoals Bol.com, Marktplaats.nl en E-bay) hebben nog niet zo’n speciale mobiele site.

Dit blijkt uit het onderzoeksrapport Mobiel Internet in Nederland 2008 van het Open Mobiel Internet Initiatief (OMI2). Hierin valt te lezen dat inmiddels zo’n 1,6 miljoen Nederlanders zich via de mobiele telefoon op internet begeven. Daarmee is mobiel internet aan een snelle opmars bezig, vooral dankzij betere toestellen, snellere verbindingen en voordelige abonnementen. Net als op het gewone internet gaan mensen vooral op zoek naar nieuws, voetbal, weer en verkeer, e-mail, social networks en erotiek.

De beste mobiele nieuwssites is volgens rapport DAG. Het gebruik van tabbladen wordt geprezen als gebruiksvriendelijke navigatie. Opmerkelijk is dat de gratis collega-krant de Pers er niet best uitkomt in het onderzoek. Geen wonder, want de Pers heeft geen speciale mobiele site. Zo zie je dus dat DAG bij de introductie is gestart als modern multimediaproject, terwijl de Pers is gelanceerd als ouderwetse papieren krant.

De tweede nieuwssite van Nederland

Slecht nieuws voor de internetredactie van de NOS, zo meldt Laurens Verhagen, hoofdredacteur van de nieuwssite Nu.nl, vandaag op het NU-blog . In januari veroverde de NOS-site de tweede plek op de markt van online nieuwssites, maar moet die in februari al weer afstaan aan De Telegraaf. Verhagen toont een grafiek en concludeert: “in februari neemt de Telegraaf weer zijn vertrouwde tweede positie in.” Zijn vertrouwde tweede positie? Dat is wellicht wat overdreven, want in oktober was de NOS-site ook al groter dan de Telegraaf-site, zoals ook te zien is in onderstaande grafiek. Met uitzondering van de opmerkelijke piek in november voor De Telegraaf, lijkt het een voortdurend stuivertje wisselen tussen de twee sites.

Hoewel? Het is een kwestie van de cijfers die je gebruikt. Verhagen baseert zich in zijn stuk op de zogenaamde ‘bereikcijfers’ van de STIR (Stichting Internetreclame, die het bereik van websites in kaart brengt). Deze bereikcijfers geven aan hoeveel procent van de Nederlandse bevolking (van dertien jaar en ouder) een bepaalde site heeft bezocht. Zo is in bovenstaande grafiek te zien dat in februari meer dan een kwart van de Nederlanders Nu.nl heeft bezocht en twintig procent de site van De Telegraaf. Zo’n tien procent van de bevolking heeft een bezoekje gebracht aan de Volkskrant-site.

Maar de STIR heeft ook cijfers over het aantal keren dat sites bezocht worden. Niet onbelangrijk, want mensen kunnen natuurlijk vaker dan eens per maand een site bezoeken. Die cijfers leveren dan ook een ietwat ander beeld op (zie onderstaande grafiek). Nu blijkt er helemaal niets van een nek-aan-nekrace tussen De Telegraaf en de NOS: De Telegraaf-site wordt liefst meer dan anderhalf keer zo vaak bezocht.


Een verklaring daarvoor? Mensen gebruiken bepaalde sites om zich tussen de bedrijven door (bv. op het werk) even op de hoogte te stellen van het laatste nieuws. Ze surfen dan blijkbaar eerder even naar de site van De Telegraaf dan naar die van de NOS. Maar vooral Nu.nl voorziet in de behoefte om even snel op de hoogte te raken van de actualiteit, want deze site torent qua bezoekfrequentie ver boven de andere nieuwssites uit.

Opmerkelijk detail is ook nog de groei van het Algemeen Dagblad. De site van die krant is gegroeid van ruim 1,2 miljoen bezoeken in oktober 2007, naar dik 1,6 miljoen in februari 2008. Niet gek voor een krant waarvan de papieren versie al jaren alleen maar dalende oplagecijfers noteert.