Tag: redactiestatuut

Overzicht van manieren waarop redacties zich verantwoorden

Het is de afgelopen jaren steeds normaler geworden voor redacties: verantwoording afleggen aan je publiek. Om enkele voorbeelden te noemen: de Volkskrant deed onderzoek naar de eigen ‘martelprimeur’, de NRC-hoofdredacteur beantwoordt wekelijks vragen van lezers, redacties melden correcties een aanvullingen in een rubriekje, en legio ombudslieden behandelen kritiek van klagers. Studenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek hebben nu op een rij gezet welke manieren van ‘mediaverantwoording’ zijn te vinden bij welke media. Hun bevindingen zijn te vinden op de site Mediaverantwoording.nl. Read more →

Commercieel denken in de journalistiek


Opperen dat journalisten commercieel moeten denken was nog niet zo lang geleden als vloeken in een gebedshuis. Vanmiddag in Utrecht staken enkele seculiere stemmen de kop op in de journalistieke kerk: redactie en commercie kunnen best hand in hand gaan.

Allereerst bracht Piet Bakker tijdens zijn openbare les ter ere van zijn inauguratie als lector ‘crossmedia content’ aan de Hogeschool Utrecht voorzichtig naar voren dat journalisten “zich moeten aanpassen en waar mogelijk mee moeten denken over commerciële toepassingen.” Wat dat precies inhoudt, bleef schimmig in Bakkers verhaal. Veel duidelijker dan de opmerking dat “journalisten zich er meer dan vroeger bewust van moeten zijn dat ze in een commerciële omgeving werken”, werd het niet.

Bart Brouwers, hoofdredacteur van gratis dagblad Sp!ts, kwam na Bakker aan het woord en ging er heel wat steviger tegenaan met enkele concrete voorstellen. Volgens hem is het tijd om de voorheen heilige muur tussen redactie en commercie te slechten. Mensen zijn steeds minder bereid om te betalen voor nieuws, dus moet het geld van adverteerders komen. Journalisten, sales managers en marketeers zouden daarom best wekelijks bijelkaar aan tafel kunnen schuiven om afspraken te maken over artikelen, bijlages, programma’s en acties.

Een grote sta-in-de-weg is vooralsnog het redatiestatuut waarmee redacties zich in het verleden hebben afgeschermd tegen elke commerciële inmenging. Brouwers meent dat die statuten niet van deze tijd zijn. Ze zouden aangepast moeten worden door vast te leggen op welke manier redactie en commercie kunnen samenwerken.

Het klinkt revolutionair, maar zo nieuw is het allemaal natuurlijk niet. Er worden al heel lang bijlages, bijvoegsels, programma’s en magazines gemaakt om adverteerders te trekken. De ‘advertorial’ is tegenwoordig een hele normale verschijning in kranten en tijdschriften. Het is alleen niet bon ton om openlijk te spreken over samenwerking tussen redactie en advertentieafdeling.

Echt revolutionair zou het pas worden als de politieke berichtgeving gesponsord gaat worden door een politieke partij. Of het misdaadnieuws door de politie. Of door Willem Holleerder, zo u wilt. Maar dat soort nieuws wil Brouwers juist buiten schot laten. En bij nader inzien, kranten en omroepen werden vroeger ook al openlijk gevoed door politieke partijen. Zo nieuw is zelfs dat dus niet.