Tag: user generated content

Hyperlokaal platform Happenex!: “Wij bepalen niet wat mensen publiceren”

Sinds kort is een nieuw burgerjournalistiek platform actief in Nederland: Happenex! Het werkt volgens het steeds populairder wordende principe van het uitwisselen van hyperlokaal nieuws. Iedereen kan zich aanmelden, een profiel aanmaken en vervolgens nieuws publiceren op de website.  Zo moet Happenex! uitgroeien tot een immense verzameling hyperlokale nieuwtjes die gepresenteerd worden op een landkaart. Zo zou je snel moeten kunnen zien waar zich welk nieuws heeft afgespeeld. De directeur van Happenex!, Mihhail Tverskoi, legt uit hoe het allemaal werkt. Of zou moeten gaan werken. Read more →

Argumenten voor en tegen ‘user generated content’

Vorige week maakte Nova bekend te stoppen met lezersreacties op de website. Het systeem van ‘zelfcorrectie’ – websitebezoekers konden andermans reacties met een muisklik voorzien van een positief of negatief oordeel – bleek in de praktijk niet te werken. Volgens de hoofdredactie werd de site daardoor ongewild “een etalage voor willekeurige ongenoegens en verdachtmakingen.”
Ongeveer een half jaar daarvoor stopte Twentsche Courant Tubantia met haar virtuele dorpspleinen waar de Twentse burgers hun foto’s en berichten eigenhandig konden publiceren. Ook dat initiatief bleek niet te werken. Manager burgerjournalistiek van de krant, Hans Berkhout, legde in vakblad De Journalist uit waarom: “Het vak van nieuwsgaring, hoor en wederhoor, duiden, onderscheiden van waarheid en leugen en vooral van toetsing en het brengen van feiten, kan niet door iedereen worden gedaan. Omdat het een écht vak is.” Twee initiatieven met inbreng van het publiek die ter ziele zijn gegaan op grond van twee argumenten: het werkt in de praktijk niet en het is geen journalistiek. Read more →

Knutselfoto op NU.nl

Regelmatig is NU.nl razendsnel met foto’s van nieuwsgebeurtenissen. Vaak is dat dankzij al die mensen die foto’s maken van ongelukken, branden en ander ongemak, en vervolgens uploaden naar NUfoto. Vandaag ging het flink mis: een nepfoto verscheen bij een bericht op Nu.nl over de brand in het Philipsstadion in Eindhoven. Read more →

Hoofdbrekens voor webredacteuren

‘User generated content’ rukt op in vrijwel alle media. Weerfoto’s van kijkers op televisie, NuJIJ.nl en ik@nrc.nl zijn slechts enkele voorbeelden van een lange reeks initiatieven. Het onlangs gepubliceerde onderzoek van Neil Thurman naar het gebruik van user generated content door Britse media doet daardoor nu wat bevreemdend aan. Uit interviews in 2004 met webredacteuren van onder meer The Times, BBC, The Telegraph en The Sun bleek dat zij zich het hoofd braken over hoe ze zouden moeten omgaan met materiaal dat door het publiek wordt aangeleverd.

Read more →

Weinig toenadering journalisten tot publiek

Internet biedt legio mogelijkheden voor interactie. Webfora, e-mail, reaguren, twitteren, bloggen: de mogelijkheden zijn al lang niet meer op één hand te tellen. Journalisten kunnen daardoor als nooit tevoren in contact treden met hun publiek. Ze zouden zelfs kunnen samenwerken met lezers en kijkers. Die zouden hen kunnen wijzen op fouten, helpen aan tips en materiaal (foto’s, video), en noem maar op. Journalisten en publiek zouden zo gezamenlijk kunnen werken aan een betere journalistiek. Maar onlangs verschenen onderzoek wijst erop dat journalisten daar niet erg voor open staan.

Het onderzoek is uitgevoerd in een hele trits Europese landen. In totaal zijn 89 journalisten geïnterviewd van diverse media uit elf landen. Ook een aantal Nederlandse journalisten hebben meegedaan, van Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad, NOS Journaal en RTL Nieuws. Het ging daarbij om mensen die ruime ervaring hadden in de journalistiek en werkzaam waren op belangrijke redactionele posities binnen de betreffende media.

Uiteraard zijn niet alle journalisten die mening toegedaan. In elk land zijn slechts enkele journalisten geïnterviewd. Maar het zijn wel journalisten in leidinggevende functies, dus daarom is het onderzoek wel veelzeggend. Want dat zijn uitgerekend de journalisten die vernieuwen kunnen doorvoeren of blokkeren.

Het zal weinig verbazing wekken dat alle journalisten vinden dat de verhouding met het publiek de afgelopen tien jaar aanmerkelijk veranderd is. Alle nieuwe technologie heeft in hun ogen inderdaad gezorgd voor meer en directer contact tussen journalisten en het publiek.

Maar welke consequenties heeft dat gehad? De journalisten zijn van mening dat de cruciale verandering is dat ze tegenwoordig een beter beeld hebben van de behoeftes en voorkeuren van het publiek. Dus kunnen ze daar beter dan ooit op inspelen.

Opmerkelijk is wel dat ze daarbij aangeven dat die verandering vooral is ingegeven door commerciële motieven: de concurrentie tussen media is fors toegenomen en het is van levensbelang om voldoende publiek te blijven te trekken, dus dan is het zaak om te weten wat de consument wil.

Vanuit journalistiek oogpunt is deze ontwikkeling een slechte zaak, menen de journalisten. Ze typeren de wensen van het publiek in termen van ‘slechte smaak’ en ‘gebrek aan interesse’. Meer rekening houden met wat het publiek wil is in hun ogen dan ook een ondermijning van de kwaliteit van de berichtgeving, want het leidt tot steeds meer ‘zacht’ nieuws.

Desondanks houden de journalisten de teugels stevig in eigen hand. Ze mogen dan wel meer rekening houden met de wensen van het publiek, uiteindelijk beslissen de journalisten over de inhoud. Een journalist van Le Monde: “De lezers vertellen ons niet wat we moeten schrijven. Ze kunnen aangeven welke onderwerpen ze van belang vinden, maar ze beslissen niet wat wij in de krant zetten.”

Hieruit spreekt een nogal afwerende houding naar het publiek. Het is blijkbaar een hele handreiking om naar het publiek te luisteren, maar veel verder dan dat moet het ook niet gaan. Enige samenwerking met lezers, kijkers en luisteraars brengen de journalisten in het onderzoek niet ter sprake. Blijkbaar zien ze niet in dat de journalistieke kwaliteit daar baat bij zou kunnen hebben. De inbreng van het publiek zien ze vooral als een bedreiging voor journalistieke kwaliteit. Het publiek is in de beleving van journalisten nog altijd het klootjesvolk met een enorme wansmaak en zucht naar sensatie.

Het genoemde onderzoek is onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Westminster Paper in Communication and Culture. Het artikel is van Monika Metykova en heet Drifting apart? European journalists and their audiences.

NU tijd voor het publiek


Nu.nl wordt nogal eens afgeschilderd als een doorgeefluik van ANP-berichten. Gek genoeg doen veel andere media – waar de kritische geluiden over Nu.nl vaak geuit worden – weinig anders. Want ook op de sites van onder de Volkskrant, Trouw en legio regionale dagbladen zie je de ANP-kopij vrijelijk binnen stromen. Het zal de kift wel zijn, want Nu.nl trekt al jarenlang de meeste bezoekers van alle Nederlandse nieuwssites.

Dat NU.nl meer is dan een simpel doorgeefluik hoor je zelden. Dat is best vreemd, want de nieuwssite is ook aardig innovatief. Zeker als het gaat om participatie van het publiek. Bijvoorbeeld met de site NUjij, een zogeheten ‘sociale nieuwssite’ waar lezers berichten kunnen aandragen en via stemming gezamenlijk bepalen welke berichten de moeite waard zijn. Voor veel journalisten is dit principe wellicht nog gruwelijker dan ANP-berichten doorsluizen, want hier wordt de selectie overgelaten aan het publiek.

Ook innovatief is het intensieve gebruik van lezersfoto’s. Inmiddels heeft Nu.nl een stabiele toevoer gecreëerd. Vaak levert dat niet meer op dan foto’s van ongelukken en branden. Plaatjes die zelfs de regionale krant niet zouden halen, maar desondanks voorzien ze in een behoefte. Het aardige is ook dat lezers via NUkaart de foto’s uit hun woonplaats bijzonder makkelijk kunnen vinden.

En bij tijd en wijle blijkt hoe nuttig zo’n stabiele toevoer aan lezersfoto’s is. Want bij nieuwsgebeurtenissen als de brand op de universiteit in Delft zijn lezers als eerste ter plaatse. En zo komen de eerste foto’s al binnen op de eerste redactie voordat de ANP-fotograaf in zijn auto heeft kunnen stappen.

Met deze initiatieven onderkent de NU-redactie het nut van lezers die niet alleen de site bezoeken, maar ook actief een bijdrage kunnen leveren aan de inhoud en kwaliteit van het nieuws. Gister was de hoofdredacteur van NU.nl, Laurens Verhagen, te gast op een seminar voor masterstudenten van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden. Volgens Verhagen zijn lezers ook belangrijk om snel achter fouten in nieuwsberichten te kunnen komen.

Zo had ook NU.nl het foutieve ANP-bericht over de smokkel van drie ton coke gepubliceerd, waarover ik eerder schreef. “In een mum van tijd hadden we twee honderd lezersreacties in de mailbox”, vertelt Verhagen. “Dus dat kan je dan heel snel recht zetten. Al die reacties zijn ons heel dierbaar, dus vervolgens kan de redacteur die de fout gemaakt heeft, tweehonderd mailtjes sturen om die lezers te bedanken. Zo zorg je ervoor dat lezers de volgende keer ons ook weer waarschuwen.”

Toch merkwaardig dat een regionale krant als De Gelderlander – waarvan je verwacht dat die dicht op de lezers zit –geen tijd heeft voor het publiek, maar een vijfkoppige redactie van een nieuwssite daar wel tijd voor heeft. Mij maak je niet wijs dat ‘tijd’ de doorslaggevende reden is. Het is waarschijnlijk veel meer een kwestie van journalistieke visie: je vindt het publiek belangrijk of niet.

De Don Quichot van Web 2.0


Met een luid stemgeluid verkondigt hij de ondergang: “We have done away the experts, we have done away the professionals, we have done away the gatekeepers!” Als we zoveel weggooien moet het wel slecht aflopen met de mensheid, zo zou je denken.

Andrew Keen hield dinsdagavond de globaliseringslezing in Felix Meritis ter gelegenheid van de verschijning van de Nederlandstalige versie van zijn boek ‘The cult of the amateur’. In dat boek schetst hij de kwalijke gevolgen van Web 2.0. Deze nieuwe generatie webtechnologie zorgt ervoor dat iedereen op internet kan publiceren en uitwisselen. En dat doen mensen en masse: ze tonen hun vakantiefoto’s op Flickr, ze hebben een profiel op Hyves of Facebook, ze bloggen, ze houden gezamenlijk de encyclopedie Wikipedia bij en ze wisselen muziek en films met elkaar uit. Dat alles leidt in de ogen van Keen tot een egoïstische ik-cultuur en de teloorgang van de deskundige die op grond van zijn expertise de massa vertelt wat waar is.

In Amsterdam toont Keen zich vooral een hooghartige, ouderwetse vakbondsman. Vanavond behartigt hij de belangen van al die mensen die hun baan dreigen kwijt te raken omdat op internet alles gratis is. Hoe moet het met al die hardwerkende journalisten, platenbazen, encyclopedieredacteuren en recensenten nu niemand nog voor hun arbeid wil betalen? Hij brult vanachter het spreekgestoelte zijn boodschap de zaal in. Als later andere sprekers aan het woord komen kijkt hij verveeld voor zich uit. Om ze vervolgens bij herhaling fel en luid te interrumperen. Bij vragen die hem niet bevallen kijkt hij afkeurend en doet vervolgens alsof hij ze niet begrijpt.

Door zijn manier van doen roept Keen vooral irritatie op. Hij doet denken aan een Don Quichot die met een overdosis bravoure het opneemt voor de molenaar die zijn windmolen moet sluiten omdat er nu moderne machines zijn die het graan sneller en efficiënter tot meel malen. Hij is zo halstarrig in het ophemelen van de klassieke deskundige en het verketteren van het gepeupel dat je zou vergeten dat zijn boodschap de moeite waard is om over na te denken. Dan toch maar liever zijn boek lezen dan deze live vertoning.